Ontslag wordt onredelijker

De kabinetsplannen voor de arbeidsmarkt leiden tot een rigide en kil ontslagstelsel. Geef de rechter meer ruimte, stelt Tijmen Noordoven.

Uit het regeerakkoord volgt wat betreft de hervorming van de arbeidsmarkt dat de ontslagprocedure bij de kantonrechter komt te vervallen en dat het UWV een grotere rol krijgt. Als het aan de VVD en de PvdA ligt, moet een werkgever voor elk ontslag een adviesaanvraag indienen bij het UWV. Het UWV geeft de werkgever vervolgens een niet-bindend advies op basis van vaste criteria en kan geen ontslagvergoeding toekennen. De werkgever kan een negatief advies negeren en toch overgaan tot ontslag. Een werknemer kan dan zonder voorafgaande rechterlijke toetsing en zonder ontslagvergoeding op straat komen te staan.

Pas na ontslag kan een werknemer zich wenden tot de rechter. Op basis van het regeerakkoord wordt de rechter bij de beoordeling van het ontslag in een keurslijf geplaatst en heeft hij weinig vrijheid om alle betrokken belangen te wegen en te komen tot een zelfstandig en onafhankelijk oordeel. In plaats daarvan moet hij het ontslag volgens dezelfde toetsingscriteria beoordelen als het UWV en dient hij bij zijn beoordeling veel waarde te hechten aan het UWV-advies. Hij kan alleen een ontslagvergoeding van maximaal 75.000 euro toekennen als hij het ontslag onterecht vindt of als hij vindt dat het ontslag vooral te wijten is aan de werkgever.

De plannen van de VVD en de PvdA leiden tot een rigide en kil ontslagstelsel. Geschillen die uit problemen in de relationele sfeer of kritiek op het functioneren voortkomen, lenen zich vaak niet voor een kille, schriftelijke procedure, waarbij het UWV aan de hand van vaste criteria komt tot een advies, zonder dat partijen ook mondeling worden gehoord. Een onafhankelijke rechter kan alle feiten en omstandigheden meewegen, de partijen op een zitting hun standpunten laten toelichten en een passende ontslagvergoeding toekennen.

In de bestaande situatie kan een werkgever kiezen of hij de ontslagroute volgt via het UWV of via de kantonrechter. Hoewel bij de ontslagroute via het UWV geen vergoeding wordt toegekend en deze route voor een werkgever dus goedkoper is, kiest de werkgever voor de zekerheid toch vaak voor de kantonrechter.

Volgens het regeerakkoord kunnen werknemers pas in aanmerking komen voor een ontslagvergoeding als zij na hun ontslag een procedure beginnen. De kansen hierop zijn evenwel beperkt. De rechter kan volgens het regeerakkoord immers alleen een vergoeding toekennen als hij het ontslag onterecht vindt of als hij van mening is dat het ontslag voornamelijk te wijten is aan de werkgever.

Dit is een belangrijke en onwenselijke beperking ten opzichte van het bestaande systeem. Ook bij een terecht ontslag kan een werknemer nu nog een (beperkte) vergoeding krijgen, vanwege bijvoorbeeld zijn leeftijd, eventuele beperkte kansen op de arbeidsmarkt of de lengte van het dienstverband.

Wat overblijft, is een kil en rigide ontslagstelsel, waarin nog maar beperkt ruimte is voor redelijkheid. Het is logischer om het oordeel over een ontslag over te laten aan een onafhankelijke rechter en de ontslagroute via het UWV te laten vervallen. Dan blijft het voor de kersverse coalitiepartners nog altijd mogelijk om maatregelen te nemen tegen torenhoge ontslagvergoedingen.

Tijmen Noordoven is arbeidsrechtadvocaat te Amsterdam.