‘IRA-dissidenten vermoorden cipier’

Een Noord-Ierse gevangenisbewaker is gisteren op weg naar zijn werk omgebracht. De 52-jarige David Black werd gisteren op de M1, de belangrijkste snelweg in Noord-Ierland, vanuit een passerende auto beschoten. Vanochtend zijn twee verdachten opgepakt.

Het is voor het eerst in twintig jaar dat een gevangenisbewaker in Noord-Ierland is vermoord. Tijdens het hoogtepunt van de Troubles, het bloedige conflict tussen protestanten en katholieken, waren gevangenisbewakers en politieagenten regelmatig het doelwit van nationalistische militanten, omdat ze voor de Britse regering werkten.

Tijdens een geplande vergadering zouden Noord-Ierse ministers en hun Ierse collega’s vanochtend spreken over het toenemende geweld door militante splintergroepen.

De moord op Black is niet opgeëist. Maar volgens de politie zijn IRA-dissidenten zeker verantwoordelijk. Die roeren zich de laatste maanden steeds vaker. In de regio waar de moord plaatshad, hebben de Real IRA, de Republican Action Against Drugs en andere gewapende groeperingen zich verenigd in de New IRA. Die groep bedreigde de afgelopen tijd meerdere gevangenisbewakers, onder wie Black, waardoor sommigen moesten verhuizen.

Black werkte in de Maghaberry-gevangenis. Daar zitten meer dan veertig militante nationalisten vast. Ze protesteren al meer dan een jaar tegen hun behandeling, onder meer door hun uitwerpselen naar bewakers te gooien.

De moord werd gisteren onmiddellijk door alle partijen veroordeeld. „Dergelijke acties hebben in deze samenleving geen plek, en diegenen die deze moord hebben gepleegd, hebben niets positiefs bij te dragen”, zeiden premier Peter Robinson en vicepremier Martin McGuinness in een verklaring. Ze benadrukten dat dit de coalitieregering niet zal opbreken. McGuinness, een oud-IRA-commandant, zei dat de moordenaars „het vredesproces niet kunnen doden, en wij zijn daarvan het bewijs.” Ook vanuit Dublin en Londen werd de moord veroordeeld.