Hij is niet te strikken voor een borrel

PvdA-wonderboy Asscher komt naar Den Haag. De vraag is of zijn Amsterdamse arrogantie hem daar niet zal opbreken.

DEN HAAG - Premier Mark Rutte (L) ontvangt de eerste beoogde minister van het nieuwe kabinet Lodewijk Asscher (PvdA), aanstaand vicepremier en minister van Sociale Zaken. ANP ROBIN UTRECHT

Op de fiets stopt hij steevast voor een rood stoplicht. „Want Lodewijk Asscher is zeer correct en beleefd”, zeggen mensen die hem goed kennen. Dat maakt hem een aardige vent, maar wat stijf is de Amsterdamse PvdA-wethouder wel.

Toon meer emotie. Dat advies kreeg Asscher aan het begin van zijn politieke loopbaan. Zijn medewerkers moeten hem er, tien jaar nadat hij in de gemeenteraad van Amsterdam kwam, nog steeds aan herinneren. „Maar de kritiek wordt wel minder”, constateert hij zelf tevreden.

Zijn bewonderaars – en dat zijn er velen – vergeven hem zijn saaiheid. Ze accentueren liever zijn sterke punten. De 38-jarige Asscher toont daadkracht, is slim en schuwt confrontaties niet. Niet voor niets, zeggen zij, wordt hij maandag beëdigd als de nieuwe minister van Sociale Zaken én vicepremier. Het is „slechts een kwestie van tijd” dat Asscher partijleider van de Partij van de Arbeid wordt.

Maar Amsterdam is niet te vergelijken met het Binnenhof. Eigenschappen die in de hoofdstad gewaardeerd worden, kunnen Asscher in Den Haag lelijk opbreken. Hij mag dan een politieke wonderboy zijn, met zijn ijdelheid strijkt hij mensen vaak tegen de haren in. Zo verliet hij eens in grote haast een raadsvergadering, om vervolgens op de gang uitgebreid een cameraploeg te woord te staan. Raadsleden waren wóést.

Asscher is „ongelooflijk ambitieus”, zag oud-fractievoorzitter Tjalling Halbertsma van de Amsterdamse PvdA toen hij hem als jonge jurist in 2002 ontmoette. Asscher had zijn promotieplek aan de Universiteit van Amsterdam opgegeven om zitting te nemen in de gemeenteraad. Halbertsma: „Hij wilde per se beginnen met de ‘sexy’ portefeuilles Onderwijs en Jeugd. Voor minder deed hij het niet.” Asscher kreeg van hem het advies meer strategische portefeuilles te kiezen, zodat hij zich beter kon positioneren. Zijn keuze voor Financiën bezorgde hem „een sleutelpositie in het college”.

Asscher leerde al jong van zich af bijten. Hij was de oudste van vier kinderen in een bekend diamantairgezin uit Amsterdam. Zijn joodse vader was VVD’er, zijn katholieke moeder van de PvdA. In zijn opvoeding „weerklonk de echo van de oorlog” door alles heen, vertelde Lodewijk Asscher in een van zijn schaarse persoonlijke interviews, twee jaar geleden in de Volkskrant.

De naam Asscher riep tot ver na de oorlog gemengde gevoelens op. De overgrootvader van Lodelijk was voorzitter van de Joodsche Raad. Via die raad gaf de Duitse bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap, waarvan 102.000 van de ongeveer 140.000 leden tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen werden omgebracht. „Het is hachelijk om er een moreel standpunt over in te nemen. Je kunt alleen wel vaststellen dat het effect van het werk van de Joodsche Raad afgrijselijk is geweest”, zei Asscher in hetzelfde gesprek.

Zijn familiegeschiedenis draagt hij altijd met zich mee, zegt CDA-raadslid Lex van Drooge. „Het heeft de familiebanden hecht gemaakt. Maar het heeft er ook voor gezorgd dat de familie ingetogen is, en liever niet de aandacht zoekt. Asscher zelf wijkt daar van af, maar houdt zijn familie wel pertinent buiten zijn publieke werk. Hij praat liever niet over zijn familie.”

Die discretie ten aanzien van zijn achtergrond verklaart misschien waarom Asscher vaak voor afstandelijk doorgaat. „Hij is erg zakelijk”, zegt Erik Gerritsen, bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Amsterdam en oud-gemeentesecretaris van de gemeente Amsterdam. „Hij laat nooit het achterste van zijn tong zien. Dat maakte de verstandhouding met collega’s soms moeizaam. Mensen hebben na het harde werken soms ook behoefte om een glaasje te drinken als team. Daar is Lodewijk niet voor te strikken. Liever is hij thuis bij zijn gezin.”

Doordat Asscher al op jonge leeftijd met ethische kwesties werd geconfronteerd, ontwikkelde hij ook een groot moreel besef. Politiek draait voor Asscher om sociale rechtvaardigheid, zo klinkt het op het stadhuis. Hij is „oprecht geïnteresseerd” in zijn medemens. „En hij heeft het talent om beweging te krijgen in weerbarstige problemen”, zegt Erik Gerritsen.

Dat hij daarbij de stormram niet schuwt, bleek bij zijn aanpak van zwakke scholen. Daar waren er te veel van in de hoofdstad, vond Asscher. Drie jaar geleden introduceerde hij de ‘Asschernorm’: in ruil voor extra geld moesten basisscholen de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. En hij gaf ouders inzage in de prestaties van de scholen door middel van een ‘kwaliteitswijzer’.

Sommige schooldirecteuren vonden die brochure een publieke schandpaal. Asscher zou gesegregeerd onderwijs in de hand werken, omdat ‘zorgleerlingen’ zouden worden geweerd. Maar het liep anders. Telde Amsterdam in 2008 nog 42 zwakke tot zeer zwakke basisscholen, in 2011 was dat aantal geslonken tot negen zwakke scholen en één zeer zwakke school.

Zijn medestanders noemen Lodewijk Asscher een politicus met een missie. Critici houden hem voor een moraalridder. Lang niet iedere Amsterdammer kan zijn verbeten strijd tegen uitbuiting van vrouwen en criminaliteit op de Wallen waarderen. Hij lijkt wel een CDA’er, klinkt het gekscherend. Asscher ligt er niet wakker van. „Als er in je eigen stad ernstige misdaad plaatsvindt, is het je morele plicht om daar iets aan te doen.”

Het Wallenproject leidde tot felle protesten. Woedende ondernemers die hun bedrijf moesten sluiten om plaats te maken hippe restaurants en modeateliers, deden op inspraakavonden hun beklag. De Amsterdamse Rekenkamer stelde vast dat het resultaat van Asschers beleid uit blijft. Hij kocht voor 66 miljoen bordeel- en hoteleigenaren uit, maar het aantal criminele bedrijven op de Wallen nam niet af. Sterker nog: het steeg. Asscher heeft zijn droom van crimineelvrije Wallen niet kunnen verwezenlijken.

Volgens sommigen is het een patroon: als de wethouder niet kan scoren op een bepaald dossier, haakt hij vroegtijdig af. Zo kondigde Asscher in 2010 aan dat hij het ‘monster van Frankenstein’, zoals hij de kluwen jeugdzorg in Amsterdam noemt, eindelijk zou gaan tackelen. Zijn nieuwe plan werd gepresenteerd met veel publiciteit – iets waar Asscher zeer bedreven in is. Maar gaandeweg leek hij te beseffen dat hij het dossier had onderschat. „En dus hoorden we er lange tijd weinig over”, zegt jeugdzorg-topman Gerritsen, die niettemin „een eindsprint” waarneemt. „Alsof hij wist dat hij nog maar weinig tijd had.”

Lodewijk Asscher weet goed wat zijn gebreken zijn, zegt CDA-raadslid Lex van Drooge, een van de weinigen die openlijk kritiek op hem durft te leveren. „Daar ligt de kern van zijn succes: hij heeft er van meet af aan zijn taak van gemaakt die te compenseren of te verbergen.” Beste voorbeeld is de portefeuille Financiën, stelt het raadslid. „Lodewijk heeft weinig verstand van geld. Het kan hem ook niet veel schelen. Maar hij heeft een geweldige flux de bouche. Als een raadslid vragen heeft over die portefeuille gooit hij er een paar aangeleerde termen in, en vraagt dan bijdehand: begrijp u het nu wel?”

Dat Asscher ook hard kan zijn merkte partijgenoot Ahmed Marcouch, die veel steun van de wethouder kreeg tijdens zijn strijd om het lijsttrekkerschap in stadsdeel Nieuw-West, maar bij de verkiezingscampagne voor de gemeenteraad in 2010 gepasseerd werd. Nadat Marcouch had geklaagd dat hij buitenspel was gezet, merkte Asscher droogjes op dat het wennen is „als je ineens niet meer de hoofdrol in je eigen film speelt”.

Asscher is hard als het moet, maar geniet niet van die rol. „Hij schakelt liever een topambtenaar in als er pijnlijke berichten moeten worden overgebracht, zodat hij zelf voor good cop kan spelen”, zegt een raadslid dat anoniem wil blijven.

Eén anekdote is favoriet. Asscher was net wethouder en moest een slechtnieuwsgesprek met een directeur voeren. Tot zijn verbazing liep de vrouw na afloop opgewekt de kamer uit: ze bleek niet door te hebben dat ze niet aan kon blijven. Dat doet Lodewijk Asscher nu beter, verzekeren collega’s.