Etiketten tegen joodse boeren

Europa moet handel met Israëlische nederzettin-gen boycotten, bepleiten internationale hulporga-nisaties. Zij vinden in de EU steeds meer gehoor.

Stromen pisgeel sap spuiten uit de machines van olijfboer Eli Shenkar. Na de persing krijgen de flessen olie voor de Europese markt het etiket: ‘Product uit Israël’. Maar de olijven groeien op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever, die in 1967 door Israël werd bezet. En de persfabriek staat in de joodse nederzetting Shiloh, die volgens internationaal recht illegaal is.

De Europese handel met de nederzettingen is regelrecht in strijd met de Europese veroordelingen van de nederzettingen en met de ontwikkelingshulp aan de Palestijnen, stelt een rapport van 22 internationale hulporganisaties dat deze week verscheen. Het rapport, met een voorwoord van de voormalige Nederlandse minister Hans van den Broek, roept Europa op producten uit de nederzettingen te boycotten.

Europa discussieert al over de omgang met nederzettingenproducten sinds de EU in 2000 vrijstelling of verlaging van invoerrechten voor Israëlische handelswaar introduceerde. De bezette Westelijke Jordaanoever is door de EU-landen echter niet erkend als Israëlisch grondgebied. Opdat Europa onderscheid kan maken, moet Israël de herkomst van de producten op de labels vermelden.

Maar in de praktijk worden veel producten uit de nederzettingen – vooral druiven, citrusvruchten, sla en wijn – aan Europa verhandeld als zijn ze zuiver Israëlisch. Boerenbedrijven omzeilen de vermelding van herkomst door olijven uit de nederzettingen op Israëlisch grondgebied uit te persen, of ze maken een mix van legale en illegale waar. Ze exporteren via een postbus in Tel Aviv. Of ze vermelden gewoon ‘Shiloh’ op het label. Wie in Europa weet nu dat dat een illegale nederzetting is?

De Israëlische regering ziet niet toe op de etikettering en reageert woest op elke discussie daarover. Zij vreest een handelsverbod, blijkt ook uit een recente wet die oproepen tot boycot van de nederzettingen strafbaar stelt. Israël heeft immers baat bij de export. Europa importeert jaarlijks voor 230 miljoen euro uit de nederzettingen, vijftien keer zoveel als uit de Palestijnse Gebieden.

Hij doet het niet voor het geld, zegt de Israëlische boer Erez Ben Saadon, die grond in bezet gebied van de Israëlische regering in bruikleen kreeg en daarop druiven, olijven en appels teelt. „Ik doe dit vanuit mijn ideologie. Door een joodse boer te zijn op deze grond, geef ik invulling aan mijn geloof.”

De EU mag dan zeggen dat dit Palestijnse grond is, zegt Ben Saadon, „volgens de Bijbel waren wij joden hier duizenden jaren geleden al.” Het maken van onderscheid tussen joodse en Palestijnse producten uit de Westelijke Jordaanoever noemt hij „apert antisemitisch”.

Maar het tij lijkt niet te keren. In Denemarken worden winkelketens gestimuleerd om Israëlische producten uit de nederzettingen apart te markeren. In Groot-Brittannië zijn winkeliers begonnen met een boycot van die producten. Ierland dreigt met een boycot van staatswege.

Olijfboer Shenkar vindt het niet eerlijk. „Wij boeren hier toch net zoals de Palestijnen?” Maar dat is niet helemaal waar. Zo ontvangt hij geld van de Israëlische regering voor de aanschaf van zijn machinerie, terwijl Palestijnse voertuigen in beslag worden genomen. Shenkar krijgt korting op water, terwijl Palestijnen toegang tot natuurlijke waterbronnen wordt ontzegd. Veel Israëlische boeren krijgen gratis land van de staat, dat van de Palestijnen is afgepakt.

Bovendien krijgen Palestijnen vaak maar enkele dagen per jaar tijd om hun land te bewerken. Dit jaar werden daarbij duizenden Palestijnse bomen vernietigd door kolonisten. Palestijnen kunnen niet zelfstandig exporteren. En ze moeten met Israël concurreren.

In de Jordaanvallei wonen relatief weinig joodse kolonisten (amper 10.000 van de 500.000), maar nagenoeg het hele gebied is onder Israëlische controle, Palestijnen hebben maar toegang tot 6 procent van de grond. In deze hele oostelijke strook van de Westelijke Jordaanoever is Israëlische landbouw. Plastic kassen met courgettes, strakke rijen dadelpalmen, druivenranken. De grond is populair bij kolonisten, omdat ze hier het hele jaar kunnen oogsten en met seizoensfruit tot acht weken voorlopen op de Europese markt en zo hoge prijzen kunnen vragen.

De kolonisten verdienen nog wat extra door delen van het door Israël geconfisqueerde land te verpachten aan Palestijnse boeren. Hij schaamt zich land van de kolonisten te huren, zegt een boer uit Jiftlik in de Jordaanvallei. „Maar er is geen werk, dus we hebben geen keus.” Bovendien hecht hij eraan de grond te blijven bewerken waarop hij werd geboren. Hij wil niet met zijn naam in de krant, uit angst zijn huurcontract te verliezen, dat slechts voor een seizoen geldt.

Een veelgehoord Israëlisch argument tegen een boycot van producten uit de nederzettingen is dat Palestijnen profiteren van de Israëlische landbouw om hen heen. Zo werken enkele tienduizenden Palestijnen als dagloner voor Israëlische bedrijven. De helft krijgt echter niet het minimumloon (40 euro per dag), zoals de Israëlische wet gebiedt, maar slechts 10 tot 20 euro. Ook werken er dikwijls Palestijnse kinderen bij de oogst van de nederzettingen.

De Israëlische wijnboer Amichai Loria, in Shiloh, werkt niet met Palestijnen. Zijn wijn moet immers koosjer zijn. „Het is al erg genoeg dat deze grond tot 1967 werd bezet door mensen die vanwege hun religie geen wijn mogen drinken.” Hij voelt dat „druiven bedacht zijn om hier te groeien”. Hij laat het visioen van profeet Jeremiah uitkomen, denkt hij.

Met het etiketteren heeft Loria geen moeite. Hij is trots op zijn locatie en weet dat consumenten wijn toch eerst beoordelen op de schoonheid van het etiket, en daarna pas op de herkomst. En ze gaan af op kritieken. Zijn wijn won vele prijzen. „Recensenten proeven blind.”

De wijnboer denkt bovendien dat hij kan profiteren van een boycot. „Alle aandacht is goed, ik zal meer verkopen aan mensen die Israël steunen.” En anders zal hij de boycot proberen te omzeilen, zegt hij. „Boycots kunnen Iran ook niet afhouden van het maken van een atoombom.”