Een totalitaire soap

Atlas Shrugged van Ayn Rand is in een nieuwe editie beschikbaar. Maar hoe leesbaar is deze neoliberale cultroman?

Als negenjarig kind staat hoofdpersoon Dagny Taggart, erfgename van een spoorwegbedrijf en hoofdpersoon van Ayn Rands Atlas Shrugged, tussen de rails van een spoorlijn en ziet de rechte lijnen verdwijnen tot aan een punt achter de horizon. Ze besluit dat ze eens leiding zal geven aan Taggart Transcontinental.

Als negenjarig kind besloot de Russische Alissa Rosenbaum dat ze schrijfster wilde worden. In haar volwassen leven, uitgeweken naar Amerika en werkend onder de naam Ayn Rand (1905-1982), werd ze de spil van een groep mensen, onder wie de latere Fed-president Alan Greenspan, die de samenleving ingrijpend wilden hervormen. Op deze ‘Atlassen’ baseerde Rand haar roman Atlas Shrugged (1957), die is uitgegroeid tot een soort Bijbel voor neoliberalen en Tea-Party-Republikeinen in de VS. In Nederland kreeg Atlas Shrugged in 2010 meer bekendheid, doordat Hans Achterhuis het in zijn bekroonde boek De Utopie van de Vrije Markt centraal stelde als invloedrijk ‘kapitalistisch manifest’. Hij behielp zich met een in eigen beheer uitgebrachte vertaling uit 2007.

Die vertaling, van Jan de Voogd, is nu herzien en opnieuw verschenen aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Exegese van de in Atlas Shrugged vervatte denkbeelden is erg populair, maar is dit vehikel voor Rands filosofie, het ‘Objectivisme’, eigenlijk ook leesbaar? Hoe is het boek als roman?

Vakwerk, zou ik zeggen. Het boek is gebouwd op Rands dogma dat verlicht egoïsme, het najagen van eigenbelang, het enige doel moet zijn van de rationele mens, en dat alles wat hem daarvan wil afhouden moreel verwerpelijk is. Die these is filosofisch of economisch gezien niet houdbaar, maar werkt als schrijftechniek perfect. Hij geeft de hoofdfiguren een enorme drive. In hun kielzog racet de lezer door het boek, want aan melodrama, cliffhangers en onvervalste thrillertechnieken geen gebrek. Daarnaast weet Rand haar opvattingen niet alleen te verpakken in een plot dat je bijna 1400 pagina’s geboeid houdt, maar ook in beschrijvingen, dialogen en allerlei beeldspraak. Bouwsteentjes zijn zo miniaturen van het bouwwerk als geheel.

Wie is John Galt? Dagny Taggart hoort die vraag telkens als overheidsrichtlijnen, vakbonden, besluiteloosheid van ‘papzakken’ en onverklaarbare gebeurtenissen haar hinderen in haar werk als hoofd bedrijfsvoering van Taggart Transcontinental. Terwijl haar slappe broer uit verwerpelijk altruïsme een onrendabele lijn naar Mexico heeft laten leggen, wil zij er een naar Colorado, waar een oliebron is ontdekt en het ‘zwarte bloed’ uit de rotsen spuit.

Ze laat de lijn voor eigen risico aanleggen en noemt hem John Galt-lijn. Als materiaal gebruikt ze het nieuwe, blauwig glanzende Rearden Metal, uitgevonden door staalmagnaat Hank Rearden, dat licht en onbreekbaar is, maar nog ongetest. Het eerste deel van het boek culmineert in de scène met Dagny en Hank Rearden die voorin de trein staan die over de brug van Rearden Metal suist. Na aankomst gaan ze met elkaar naar bed. Ze doen dat nog heel wat malen in het boek.

Huwelijk

Seks speelt een belangrijker rol dan je verwacht in een politiek-economische soap als deze. Het is kennelijk onmisbaar voor wie een alomvattende levensfilosofie wil presenteren. Rand had niks tegen seks buiten het huwelijk of seks zonder liefde. Maar ze was tegen bandeloze seks, die ze als teken zag van gebrek aan zelfrespect. Rands superhelden doen het dus alleen onderling, op hun eigen niveau. Agressie is daarbij nooit ver weg. Het levert expliciete scènes op die indertijd spraakmakend waren: ‘Hij hield haar dwars uitgestrekt over het bed, hij scheurde haar kleren van haar af.’[...] ‘Het leek op een daad van haat, als de snijdende klap van een zweep.’ Sterke mannen en dito vrouwen die zich tóch graag onderwerpen; E.L. James van de Fifty Shades trilogie kan beamen dat zoiets een boek populair kan maken.

Rand werkte enige tijd als scenarioschrijfster in Hollywood en kwam op de set bij Cecil B. de Mille. Ze gaf er haar ogen goed de kost, want als ze haar hoofdpersonen beschrijft, zie je de kaders van het storyboard voor je. Vaak staat Dagny of Hank eenzaam voor het raam van een kantoor, hun wangen zijn ‘geometrische vlakken’ als op een modernistisch schilderij. Des te groter het contrast met de slappelingen en parasieten die hun tegenstanders zijn – zonder uitzondering te dik, met verweekte spieren en slonzig gekleed.

Het boek is gebouwd op dit soort overzichtelijke tegenstellingen. Rand houdt niet op goed en kwaad, sterk en slap, licht en duister tegenover elkaar te zetten, waarmee het boek niet alleen geknipt lijkt voor Hollywood (hoewel een recente door neocons gefinancierde verfilming behoorlijk flopte) maar ook voor de huidige dogmatische gespletenheid van de VS. Op de openingspagina’s schildert ze het corroderende New York in onheilspellende bruintinten, met in een wolkenkrabber een scheur ‘als een gestolde bliksemschicht’. Elders lijkt een ruïne ‘op een schedel, met de lege oogkassen van glasloze ramen en een paar haren in de vorm van loshangende bedrading.’

Daartegenover staat de beeldspraak van vuur, de krachtige rode gloed in de levende fabrieken en de kolkende aderen van de geniale ondernemers. Onfrisse trekjes krijgt die beeldspraak in combinatie met het motief van zuiverheid. Reardens werklust ‘was een vuur dat ieder minder element verbrandde, iedere onzuiverheid verwijderde uit de witte stroom van een edel metaal’.

Op een tocht door het vervallen Amerika vinden Dagny en Hank het rudiment van een motor die zichzelf aandrijft met behulp van ‘statische elektriciteit’. Zo’n schone motor is de vinding van de toekomst, zoals Rand in 1957 al knap voorzag. Dagny probeert te achterhalen waar de uitvinder is, maar vergeefs. Ondertussen verdwijnen ondernemers die het land kunnen redden stuk voor stuk op mysterieuze wijze. Als ze een van hen per vliegtuig achtervolgt, stort Dagny neer in Atlantis, het utopia dat John Galt, de motor van het boek en de uitvinder van de motor, gesticht heeft in de Rocky Mountains. Daar zijn alle verdwenen ondernemers aan het pionieren. En van daaruit zullen ze, na het James Bond-achtige slot, de wereld terugveroveren en onderwerpen aan het dollarteken.

Atlas Shrugged leest zeer als een product van de Koude Oorlog. Voor mitsen en maren was er in het universum van Rand, kind van de Russische revolutie, geen plaats. Het totalitaire systeem uit haar jeugd verving ze voor dat uit haar gedachten. En dus is rechtlijnigheid de as van dit boek: ‘de rechte lijn die de ronddraaiende doelloosheid van de natuur doorsnijdt.’

Hans Achterhuis noemt Atlas Shrugged een ‘utopie van de hebzucht’. Maar graaiers kun je de Atlassen niet noemen. Het zijn eerder puriteinen, aangedreven door de ‘statische elektriciteit’ van hun koortsdrang tot de herschepping van Amerika. Het zijn geen patjepeeërs, maar edelen van geest die zich beperken tot sobere luxe. Alleen in hun zucht naar heroïek, hun ware beloning, zijn ze onverzadigbaar.

Rands voormannen van de zware industrie werden in de VS uiteindelijk weggevaagd door concurrentie uit China. Heimwee naar Amerika’s gouden jaren speelt vast een rol bij de liefde van Amerikanen voor dit boek. Het antwoord op de vraag wie John Galt is kan nu misschien alleen nog luiden: Steve Jobs.

Atlas Shrugged is vaak benoemd als een strijd tussen het collectief en het individu. Vergeten wordt dan, dat het alleen om superieure exemplaren van homo Americanus gaat. Dit exceptionalisme geeft Amerikaanse lezers vast hoop en kracht. Maar dat ze die uit dit totalitaire boek putten, mag toch zorgelijk heten. Van superheld naar Übermensch is een kleine stap, en Ayn Rand neemt die zonder aarzelen. Het oordeel van haar Atlassen is onfeilbaar, en Rand gunt ze absolute macht. Inspraak is slap, twijfel verwerpelijk.

Papzakken

Daarom is, zo blijkt, het verlies van een paar ‘jankende papzakken’ in Rands ogen niet zo vreselijk. Wanneer halverwege het boek een trein met een stoomlocomotief een nauwe tunnel wordt ingestuurd, somt Rand de cv’s op van alle passagiers, van de sociologieprofessor die vindt dat ‘kundigheid niet van belang is’ tot de onderwijzeres die ‘haar leven lang klas na klas van hulpeloze kinderen had helpen veranderen in ellendige lafaards’.

‘Er wordt gezegd dat rampen een kwestie van zuiver toeval zijn,’ schrijft ze. ‘En er waren mensen die zouden hebben gezegd dat de passagiers van de Comet niet schuldig waren aan, of verantwoordelijk voor, wat er met hen gebeurde.’ Het is duidelijk wat Rand hier suggereert over de dood door vergassing van deze gedegenereerde types met een foute levensopvatting. Ze verdienden het niet te leven.

Atlas Shrugged mag dan lezen als een trein op de rails van Rearden Metal, moreel gezien ontspoort het even onvermijdelijk als totaal.