Durf te generaliseren over de islam

Vandaag is de moord op Theo van Gogh precies acht jaar geleden. Het debat over immigratie en integratie is daarna opgelaaid; maar wat heeft het opgeleverd? Vooral moeheid over het onderwerp – geen helder zicht op de problematiek. Men blijft maar spreken van ‘religies’ die in algemene zin ‘problemen’ kunnen geven. Iedereen heeft bovendien zijn ‘eigen’ islam, zegt men. Het is niet zinvol te generaliseren.

Maar generaliseren is een elementaire methode om tot wetenschappelijke kennis te komen. Als het niet mogelijk was om uit waarnemingen algemene conclusies te trekken, dan bestonden er geen medicijnen, dan begrepen we niets van de banen van de planeten, dan zou het onredelijk zijn aan te nemen dat we sterfelijk zijn. Toename van kennis komt voort uit generalisatie.

Daarom is het jammer dat generalisaties over de islam worden gemeden. Door te generaliseren, ontstaat bijvoorbeeld zicht op drie fundamentele verschillen met het christendom. Verschillen die de islam problematischer maken; moeilijker in te passen in een democratie.

1In de islam is de Koran het woord van God zelf. Het zou zijn gedicteerd aan de moslimprofeet Mohammed, die deze goddelijke woorden nauwgezet liet neerschrijven. Het geschrift geniet om die reden de status van onfeilbaarheid en dient letterlijk te worden begrepen. Door deze opvatting over de aard van het heilige boek wordt herinterpretatie en relativering onmogelijk.

Het christelijke Nieuwe Testament zit anders in elkaar. Het is geschreven door een aantal mensen van vlees en bloed die daarin hun eigen visie op Jezus hebben neergelegd. Het boekwerk is niet het woord van God zelf, maar slechts een getuigenis over de gebeurtenissen rondom Jezus. Die getuigenissen zijn feilbaar en spreken elkaar tegen, en anders dan de islam is een minder letterlijke uitleg daardoor vanuit het wezen van het christendom gemakkelijk te rechtvaardigen.

2De kernfiguur van de islam is een krijgsheer die vanuit zijn basis in Medina een heel werelddeel aan zich onderwierp. De kernfiguur van het christendom is een pacifist die voornamelijk ethische en morele leefregels predikte. Het voorbeeld voor christenen is dus een vredelievend slachtoffer dat de andere wang toekeerde; het voorbeeld voor moslims een oorlogszuchtige dader.

3Het belangrijkste verschil: waar een van de kernboodschappen van Jezus de les was dat ‘geef aan de keizer wat des keizers is, en aan God wat God toebehoort’ – de theologische grondslag voor de scheiding van kerk en staat – daar gebiedt de islam juist het samengaan van beide in de ‘gemeenschap’, de umma. Religie en politiek worden aan elkaar gekoppeld via het rechtssysteem sharia.

Anders dan het christendom heeft de islam zodoende een sterk juridisch karakter. Hij voorziet niet enkel in een geloofsleer en rituele regels, maar in een gedetailleerd maatschappelijk systeem dat alle domeinen van het leven wil beslaan. Waar de scheiding van kerk en staat, van godsdienst en politiek, verbonden is aan het wezen van het christendom, leert de islam dus het omgekeerde.

In 2003 bepaalde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat deze sharia bovendien onverenigbaar is met „de fundamentele principes van een democratie”. Het Hof stelde dat niet alleen „de regels van strafrecht en strafprocesrecht” haaks staan op de mensenrechten, maar dat dit ook geldt voor de regels „omtrent de juridische status van vrouwen en de wijze waarop zij ingrijpt in alle domeinen van zowel het private als het openbare leven”.

Als de islam onlosmakelijk verbonden is met de sharia, maar de sharia onverenigbaar is met de democratische rechtsstaat, dan moet de conclusie zijn dat de islam eveneens onverenigbaar is met de democratische rechtsstaat.

Is dit echt zo? Zijn er geen mogelijkheden voor een alternatief? Is het mogelijk dat de islam verandert? Hoe zou een minder letterlijke interpretatie van de Koran en, vooral, de sharia, tot ontwikkeling kunnen komen? Hoe zou in de islam het gezag van de sharia minder centraal kunnen komen te staan?

Deze vragen horen bovenaan de agenda te staan. Acht jaar na de moord op Theo van Gogh is er nog niet een begin van een antwoord op geformuleerd. De machtsgreep van de Moslimbroederschap in Egypte, het geweld rond het uitkomen van Onschuld van moslims – voortdurend zijn er nieuwe aanleidingen om deze vragen te stellen. In plaats daarvan worden ze afgedaan met een flauwe claim ‘niet te willen generaliseren’. Wie weigert te generaliseren, verkrijgt geen zicht op de onderliggende problemen. En zonder zicht op die onderliggende problemen kan nooit een oplossing worden geformuleerd.

Thierry Baudet is jurist, historicus en schrijver.