Dode denkers als docenten

Het St. John’s College in Annapolis, Maryland, dat net als de campus in Santa Fe een ‘Great Books Program’ biedt Foto Sarah L. Voisin/Washington Post

Wie in het hoger onderwijs de verzuchting ‘Amerikaanse toestanden’ hoort, begrijpt wat de klacht is: te veel begrip voor de eisen van het bedrijfsleven, te weinig klassieke Bildung. Amerikaanse studenten leren op de universiteit slechts wat hen maatschappelijk succesvol maakt, zoals bestsellerauteurs niet afwijken van de formules voor verkoopsucces. Zo is de gedachte.

Maar dit is een Europees vooroordeel. Slimme achttienjarigen gaan in de VS juist opvallend vaak naar onderwijsinstellingen waar ze zich vier jaar lang laten onderwijzen in de zogenoemde liberal arts. Die zijn allerminst op de hedendaagse praktijk gericht, wel op algemene ontwikkeling. Sommigen van die instellingen gaan nog een stap verder en bieden het zogenoemde ‘grote-boekenprogramma’ aan. De beroemdste daarvan, St John’s College, in Santa Fe, biedt zelfs louter en alleen dat programma.

Het idee is simpel. Vier jaar lang lezen de studenten de honderd belangrijkste boeken uit de westerse geschiedenis. De lijst is decennia geleden vastgesteld, slechts heel af en toe wordt een titel vervangen. Eerstejaars beginnen met de Ilias, daarna gaan ze door naar Aeschylus, Sophocles, Thucydides, later in het jaar naar Plato en Aristoteles. Het tweede jaar begint met de bijbel. Daarna krijgen ze schriftelijk onderwijs van Epictetus, Dante en Machiavelli.

In het derde jaar volgen auteurs als Cervantes, Galilei, Newton, Spinoza, Locke, Hume en Rousseau – en moeten ze ook werk van een Hollander lezen: ‘vertoog over de bewegingen van lichamen die botsen’ van Christiaan Huygens. De zogenoemde seniors, vierdejaars, lezen werk van Heidegger, Freud, Marx, Tolstoj, Kierkegaard en van nog 21 anderen. Studieboeken of andere secundaire literatuur zijn uit den boze.

De docenten zijn niet echt docenten, maar meer leesgroepbegeleiders. De dode denkers zijn de docenten op St John’s, zo heet het in de wervingsfolder. In klassen van maximaal vijftien proberen de studenten chocolade te maken van ieder boek. Ik woonde zeven jaar geleden een sessie bij op de campus in Santa Fe, New Mexico. De studenten bespraken De elementen van Euclides, een boek over wiskunde, uit de derde eeuw voor Christus. Ze discussieerden over wat Euclides volgens hen probeerde te verduidelijken, waarom en wat de betekenis van zijn woorden was voor wiskundige denkers na hem. Tot slot vatte de docent hun interpretaties samen.

De docent, zo is de regel op St John’s, een van de oudste universiteiten van Amerika, grijpt alleen in als hij denkt te horen dat een student maar wat zegt zonder de behandelde hoofdstukken te hebben gelezen.

Er is meer aan St John’s waar de op Amerika gerichte beleidsmanager van zal schrikken: studenten krijgen alleen een cijfer als ze daar expliciet naar vragen. Doen ze dat niet – en het is een erekwestie onder studenten er niet naar te vragen – dan moeten ze het doen met een docentenoverleg over hun bijdragen aan de werkgroepen dus.

Een college als St John’s kent geen vakgroepen. Ook docenten zijn gevrijwaard van publicatieplicht: ze moeten zich richten op goed onderricht, niet op onderlinge concurrentie.

Verder heeft de school geen mascotte (heel ongewoon in de VS), zijn er geen sportwedstrijden tegen andere scholen, geen sportbeurzen (het idee!) en de campus van Sante Fe is ver gelegen van de jachtige wereld van geld en succes. Alles is gericht op lezen, interpretatie en discussie. De best verkochte bumpersticker in de universiteitswinkel? ‘Kill your television’.

On-Amerikaans? Nee, dat is St John’s zeker niet. In de collegebanken waart een voor de VS kenmerkend optimisme: de bekende can-do mentaliteit, gericht op intellectueel succes. Want is dat wat je wil, intellectueel worden? Dan is er een weg. Lees deze 100 boeken zo grondig mogelijk en je bent er. Wat je daarna met je leven wilt doen, zie je dan wel weer.

Voor de 100 ‘grote boeken’, zie: stjohnscollege.edu/academic/readlist.shtml