De vrouw met de telefoon

“Een advocaat,” schatert de vrouw met de telefoon, net iets te hard.

Iedere gemeenschap heeft zijn eigen sfeer en iedere sfeer zijn eigen codes. Die codes zijn nergens geschreven, maar dat hoeft ook niet: je voelt ze. Zo voel je dat je beter niet in je eentje naar een feest gaat vol grijpgrage ooms en kakelende tantes, boeken in de categorie “Hoe overleef ik mezelf?” eerst kaft voordat je ze gaat lezen op de lokale kinderspeelplaats, en dat je je schoonzuster nooit en te nimmer in de billen knijpt. Maar voor sommige mensen moet het toch opgeschreven worden, bleek uit mijn laatste treinrit van Parijs naar Amsterdam:

“Een acteur uit een film. Nee uit de fihilm! Ja, inderdaad! Nou Angela ik moet nu ophangen hoor.”

En dat terwijl de regels in de trein vrij simpel zijn: je verbergt je eigen bestaan tot een minimum en geeft je over aan de stiltecode. Niet die van een bibliotheek waarin je een pen kunt horen vallen, maar meer die van een christelijke begraafplaats: alles wat je er doet - snotteren en kletsen over vroeger – doe je discreet.

“Hee Peter, hoe gaat het dan?!”

De coupé veert een stukje op, om dan weer terug te zakken in de rails. Die gedeelde zucht als de vrouw ophangt en de stilte weer een kans krijgt. Je zou het gesprek liever langs je heen willen gaan, maar omdat het de enige woorden zijn die de wagon vullen, gaat dat niet.

“Ja een acteur. Wereldberoemd in Frankrijk. Volgens mij was het die van die Oscar.” Nu ben je echt nieuwsgierig naar de beste man. Een wereldberoemde acteur en nog advocaat ook!

‘U liegt!!’ De coupé veert weer een stukje op. Maar dit keer is de vrouw met de telefoon onschuldig. Het is mijn buurman die rood aangelopen in het gangpad staat. De coupé breekt in lachen uit. De vrouw stopt haar telefoon weg. rest van de reis verloopt in een heerlijke, voortkabbelende stilte.