De lijst die de la niet mocht verlaten

De Griekse journalist Vaxevanis drukte een lijst af met 2.000 belastingontduikers. De staat was woest, maar gisteren werd hij vrijgesproken.

Greek editor Costas Vaxevanis makes statements outside a courthouse in Athens November 1, 2012. Greek lawyers launched their defence of the prominent journalist on Thursday charged with breaking private data rules after he published the names of more than 2,000 wealthy Greeks believed to be holding Swiss bank accounts. REUTERS/Yorgos Karahalis (GREECE - Tags: BUSINESS POLITICS MEDIA CRIME LAW) REUTERS

Belgrado. Kostas Vaxevanis, de journalist die de namen van tweeduizend Grieken met Zwitserse bankrekeningen afdrukte, is deze week even de held van de strijd tegen belastingontduiking in Griekenland.

Eerst was er de snelle reactie van de autoriteiten, die hem de volgende dag al lieten oppakken. Dat was voor het publiek eens te meer het bewijs dat een machtige kliek haar eigen belangen probeert af te schermen. En toen was daar gisteren direct ook de vrijspraak: het bewijst dat die machtige kliek niet altijd haar gelijk krijgt. De rechter in Athene zag onvoldoende bewijs voor de aanklacht, schending van de privacy.

„De volgende onthulling van Vaxevanis moet de plek zijn waar politici hun schaamte en eergevoel verstoppen. Wie heeft die gestolen?” twitterde Spyros Gkelis gistermiddag nog voor het vonnis. De meeste mensen vinden dat de journalist over de schreef is gegaan, maar dat de opeenvolgende ministers van Financiën die de lijst twee jaar lang in een la lieten liggen, veel meer te verwijten valt.

Hoewel vrijwel alle Griekse media aandacht aan de zaak hebben besteed, was de verontwaardiging in het buitenland groter dan in Griekenland. Dat komt volgens de journalist doordat veel media in Griekenland onderdeel zijn van het probleem. Ze staan „naast het corrupte politieke systeem” en helpen dat in stand te houden, zegt hij in een interview via e-mail. De rechtszaak was volgens hem een poging de toch al te kleine onafhankelijke pers de mond te snoeren.

Griekse media hebben volgens Vaxevanis de neiging om berichten die de bestuurlijke en financiële elite in het land niet uitkomen, te negeren. De meeste dagbladen en tv-stations zijn in handen van ondernemers met grote zakelijke belangen in Griekenland. Op de lijst die Vaxevanis zaterdag in zijn blad Hot Doc onthulde, staan namen van ondernemers, politici, artsen, journalisten en artiesten die vóór 2009 een bankrekening hadden bij het Zwitserse filiaal van de HSBC bank.

De lijst was al twee jaar bekend bij het ministerie van Financiën, zonder dat werd onderzocht of de Zwitserse rekeningen zijn gebruikt om belasting te ontduiken. Vaxevanis is vooral bekend als gezicht van het serieuze tv-programma De doos van Pandora, tot eind vorige jaar op de publieke omroep te zien. Hij heeft een goede reputatie als journalist. De laatste jaren is hij naar links opgeschoven.

De beschuldiging dat hij zich door de oppositie laat gebruiken is volgens Vaxevanis niet relevant. „Al zeggen ze dat ik Kennedy heb vermoord, laat mensen ingaan op de inhoud. En die is dat ze twee jaar lang een lijst in handen hadden waarmee in Duitsland, Frankrijk en Spanje mensen zijn gepakt. In plaats dat ze hem hier gebruiken om fraudeurs te ontmaskeren, handelen ze zelf als criminelen door die lijst te verbergen.”

Vaxevanis ziet de lijst als bewijs voor de „nauwe relaties, corruptie en onschendbaarheid die in Griekenland bestaan”. „Van veel van de namen op de lijst was duidelijk dat ze illegaal vermogen hadden. Niemand controleerde hen. In tegendeel, ze deden alles samen met de overheid.” Doordat de namen zijn gepubliceerd zonder te controleren of ze daadwerkelijk belasting hebben ontdoken, voedt de lijst vooralsnog vooral het geruchtencircuit. De commotie bevestigt bestaande vermoedens en ondermijnt het vertrouwen van Grieken in hun overheid.

„Moraalridders die om het hardst schreeuwen dat politici dieven en verraders zijn, hebben er met de lijst een argument bij, vreest columnist Michalis Tsintsinis van dagblad Ta Nea. Maar ook: „Met welk moreel argument kan de politieke klasse nu om meer opofferingen vragen?”