De directeur wil zijn veiling niet zien

Steeds meer Nederlandse bedrijven leggen het af tegen de crisis. Veilinghuis Troostwijk ziet zijn omzet daarentegen snel groeien.

Als de economie weer aantrekt, is Nederland zijn gereedschap kwijt. Een kijker bij de veiling bij bouwbedrijf Beentjes. Foto Olivier Middendorp

Eigenlijk had hij al een jaar geleden moeten ophouden, zegt hij nu. Maar Sjaak Beentjes bleef hopen. Misschien zou hij die appartementen toch nog kunnen verkopen? Of zou de gemeente alsnog met een flink project komen? Maar het bleef stil en het familiebedrijf Beentjes B.V. Bouw- en Aannemingsbedrijf in Wieringerwerf ging na een trotse geschiedenis van bijna vijftig jaar deze zomer op de fles.

In de loodsen lopen nu honderden vreemden rond te snuffelen of er iets van hun gading bij is. Veilinghuis Troostwijk, de grootste in zijn soort in Europa, houdt een open kijkdag. Er worden 493 kavels aangeboden. Van een vijf jaar oude shovel die minimaal 25.000 euro moet opbrengen tot cementmolens van 10 euro. De aandacht is flink. Een handelaar klimt op de shovel en wil weten hoeveel uren hij heeft gemaakt. Een ander inspecteert een elektrische sloophamer.

Er wordt alleen maar gekeken. De feitelijke veiling speelt zich af in een ‘virtuele veilingzaal’. Daar hebben zich meer dan duizend bieders aangemeld. De startprijs van de veiling is alles bij elkaar opgeteld 150.000 euro. Het veilinghuis denkt op 200.000 tot 250.000 euro uit te komen.

Sjaak Beentjes, algemeen directeur, grijsblonde vijftiger en man van stellige meningen, hoeft het allemaal niet te zien. Een paar kilometer verderop doet hij zijn verhaal: de crisis heeft hem genekt, terwijl de euro de concurrentie heeft vervalst.

Nog maar kort geleden leek de kop van Noord-Holland volop in ontwikkeling. Er waren plannen om rond Wieringen een randmeer in te richten, luxe recreatie aan de oevers. Er ontstonden fusiegemeenten als Hollandse Kroon en Medemblik, elk met grootse plannen voor nieuwbouw.

Beentjes richtte zijn bedrijf in op groei. Hij wilde de hele keten zo veel mogelijk in eigen beheer houden. Van het bouwklaar maken van een terrein tot en met de bouw van woningen en de aanleg van wegen. Een gouden formule, leek het in de topjaren – toen het bedrijf een omzet draaide van 16 miljoen euro en aan 63 mensen werk bood.

Maar toen de crisis zich vier jaar geleden aandiende bleek de keten juist kwetsbaar. De gemeenten, waar Beentjes 95 procent van zijn werk vandaan haalde, gingen snijden in hun uitgaven. „Normaal gaf Medemblik 7 miljoen euro per jaar uit aan investeringen, nu is dat nog maar een tiende daarvan”, zegt Beentjes. Ook de projecten die hij zelf heeft ontwikkeld kan hij niet meer kwijt. Seniorenwoningen, starterswoningen. „De markt staat stil. Banken blijven op hun geld zitten.”

Intussen werd de concurrentie steeds groter. De euro is een goede zaak, vindt Beentjes, maar er had ook een Europese cao aan verbonden moeten worden en gelijke pensioenregels. „Anders kun je niet op tegen die Duitse aannemer die mensen in dienst kan nemen voor een lager minimum loon én veel minder pensioenkosten hoeft af te dragen.”

Veilinghuis Troostwijk heeft dit jaar al een vijfde meer faillissementsveilingen georganiseerd dan vorig jaar. En het aantal veilingen van bouwbedrijven is zelfs met 30 procent toegenomen. Niet alleen de bouw zelf, maar ook de bouwgerelateerde bedrijven leggen het massaal af tegen de crisis.

Misschien wel voorgoed. Vanuit het veilinghuis is precies te volgen hoe de restanten van de Nederlandse maakindustrie wegsijpelen naar het buitenland. Hele productielijnen in de houtverwerkings- en constructie-industrie verdwijnen naar Polen en Chili. Ook Duitsland koopt graag failliete boedel uit Nederland.

Tjade Dieker, samen met zijn vader eigenaar van Troostwijk, heeft de markt zien veranderen. „Eerst zag je dat buitenlandse bieders de prijs opdreven maar dat uiteindelijk een Nederlands bod won, maar nu zie je die Nederlanders minder winnen.” Mocht de economie weer aantrekken, is Nederland wel zijn gereedschap kwijt.

Het veilinghuis daarentegen maakt een enorme groei door. Het bedrijf, dat in 23 landen opereert, is uitgegroeid tot het grootste industriële veilinghuis van Europa. De tijd van veilingen in een zaaltje met een veilingmeester is voorbij; bij Troostwijk wordt uitsluitend nog online geveild. De site is dag en nacht open. „Via internet halen we een kwart meer opbrengst”, glimlacht Dieker, een jeugdige dertiger. „Meestal overtreffen we de verwachtingen van onze opdrachtgevers.” En dat is goed voor alle betrokkenen. „Banken en curatoren hebben er belang bij dat er zo veel mogelijk geld uit de boedel wordt gehaald.”

Sjaak Beentjes wil geen aangeslagen indruk maken en benadrukt de plannen die hij voor de toekomst heeft. Ook de rest van de familie probeert hij ervan te overtuigen dat ze naar voren moeten kijken. Maar niet iedereen staat daar hetzelfde in, geeft Beentjes toe. De spullen uit de failliete boedel beginnen in ieder geval wel een nieuw leven, tot in de verste hoeken van de wereld.