Das houdt Engeland in de wurggreep

Dassen zouden zorgen voor een tbc-epidemie bij Britse runderen. Maar er is groot protest tegen het doden van dassen. De das is heilig voor stedelingen.

Andrew Cozens weet precies waar de dassenburchten zitten. Hij wijst naar een kreupelbosje aan de rand van zijn erf: „Daar zitten ze.” Ook in de Cotswolds Heuvels, een paar mijl buiten Eastington zijn dassen. En op weg naar het dorp wijst hij vanuit zijn Landrover links en rechts: daar en daar en daar, en daar. Het liefst ziet hij dat ze allemaal worden uitgeroeid.

Niet dat de 57-jarige Cozens bloeddorstig is. Maar hij is ervan overtuigd dat de dassen tuberculose verspreiden. En dat dit de reden is dat hij de afgelopen twaalf jaar al meerdere keren zijn zwartbonte Holsteins heeft moeten afmaken omdat ze tbc hadden opgelopen. Koeien die besmet zijn met runder-tbc worden onmiddellijk geslacht, en de boerderij wordt in quarantaine geplaatst. In het zuidwesten van Engeland en Wales is een ware tbc-epidemie gaande, en volgens de National Farmers’ Union werden er vorig jaar 34.000 runderen geruimd. Kosten voor de belastingbetaler: 100 miljoen pond.

Vandaar dat er deze herfst een langverwachte proef zou worden gehouden. In twee gebieden in Gloucestershire en Somerset, waar de tbc-besmetting onder runderen de afgelopen vier decennia enorm is gegroeid, zouden boeren dassen mogen doodschieten. Als de tbc zou afnemen, zou dat het bewijs zijn dat de dassen – naar schatting 250.000 – de schuldigen zijn van de epidemie.

Maar de badger cull, het uitroeien van de dassen, leidt tot verdeeldheid. Net als in het debat over de vossenjacht in de jaren negentig staan het Engelse platteland en de stad, boer en dierenliefhebber, en buitenlui en nieuwkomers tegenover elkaar. Het BBC-radioprogramma Farmers’ Today, iedere ochtend om kwart voor zes, gaat al weken nergens anders over. En Queens-gitarist Brian May, het gezicht van de dierenbeschermers, vergeleek de uitroeiing met het doden van iedereen die aids heeft. De emoties zijn zo hoog opgelopen dat de minister van Landbouw én al zijn voorgangers en hoge ambtenaren door de politie worden beschermd.

Het heeft deels te maken met de Engelse liefde voor de das – die vergelijkbaar is met die voor de panda – en die is ingegeven door kinderboeken als The Wind in the Willows en Billy the Badger. De das was het eerste dier met een eigen beschermingswet, die in 1973 werd opgesteld om georganiseerde gevechten tussen das en hond te verbieden. „Deze fantastische wezens dwaalden al over dit land voordat wij er waren”, schreeuwde Lagerhuislid Barry Sheerman de minister van Landbouw, Owen Paterson, toe. Onder druk stelde die vorige week de proef uit. Officieel omdat het slechte weer het uitroeien nu verhindert, en omdat de agenten die de boeren moet beschermen tegen dierenactivisten in de zomer bezig waren met de Olympische Spelen. Maar de weerstand is zo groot dat minster Paterson nauwelijks anders kon.

Boer Cozens begrijpt de ophef. Maar: „Als er een alternatief zou zijn, zou ik ook tegen de cull zijn.” Want dat is het probleem: in de Europese Unie mogen koeien die tegen tbc zijn ingeënt, niet meer worden uitgevoerd. Bij een ingeënt dier is niet te zien of het de bacterie met zich meedraagt. De dassen vaccineren is in Wales geprobeerd. Probleem daarvan is dat dassen schuwe nachtdieren zijn, je nooit alle beesten vangt, en dus tbc niet uitroeit.

Een derde optie zou een vaccinestof kunnen zijn die de dassen opeten. „Maar daarvan wordt ons al dertig jaar beloofd dat die er ‘bijna’ is”, schampert Cozens. „Ik wil geen dassen doodschieten. Maar ook geen koeien.”

Cozens leidt rond over Akerton Green Farm, en vertelt hoe een tbc-test gaat. Eerst moeten de 350 koeien bijeen worden gedreven, richting wat Cozens een „cattle crush” noemt, een soort smalle box. Hij, zijn twee knechten, vrouw en twee extra mannen, beginnen er ’s ochtends om zes uur mee. De lokale veearts meet de dikte van de koeienhuid, en spuit bij iedere koe op twee plekken een tbc-serum in. Ze zijn er een dag mee bezig. Na drie dagen wordt al het vee weer gemeten. Als de ene bult groter is dan de andere, wordt een koe afgezonderd van de kudde en zestig dagen later weer gecontroleerd. Als de koe inderdaad is besmet, wordt zij geslacht.

Cozens krijgt een compensatie die „aanzienlijk minder is dan de marktwaarde”. Hij boert inmiddels met tbc in het achterhoofd: „Ik moet wel om te overleven.” De kalfjes staan bijvoorbeeld in een apart veld, in een soort wit plastic ministallen. Daar gaan ze heen als ze een week oud zijn. Mocht er tbc onder de koeien worden geconstateerd, dan zijn zij ‘veilig’ en mogen ze worden vervoerd. De melk kan altijd worden verkocht, pasteurisatie doodt de tbc-bacterie.

Het is de reden dat hij zo razend wordt van dassenbeschermers die zeggen dat de boeren zelf schuldig zijn aan de tbc-plaag doordat het gesleep met dieren de bacterie verspreidt, en dat het de koeien zijn die de dassen besmetten. Dat laatste was „misschien ooit” het geval. Over het eerste is hij kort: „Gelul.” „Dit is een gesloten kudde: 85 procent is hier geboren. De overige koeien zijn ter vervanging voor wat ik door tbc heb verloren.” En die zijn getest voor ze op de boerderij werden toegelaten.

Hij zegt: „Nu ben ik schoon. Maar ik weet, straks als de koeien weer de wei in gaan, dan pikken ze de tbc weer op. Vertel mij niet dat het niet de dassen zijn die de ziekte verspreiden.” Hij kan zich herinneren dat toen zijn vader nog boerde dassen rondom de boerderij werden afgeschoten als er een tbc-besmetting was. „Dus ik weet dondersgoed dat als je de burcht uitroeit, het aantal tbc-gevallen vermindert.”

Sinds de dassen beschermd zijn, is hun aantal rond de boerderij verviervoudigd, vermoedt hij, en daarmee de kans op besmetting ook. Ze hebben geen natuurlijke vijand: „Op de auto na.” En ze zijn verantwoordelijk voor de afname van het aantal egels. Maar hij wordt geacht dassen te beschermen. „De das is heilig.”

Het grootste probleem is dat stadsbewoners „een ideaalbeeld van de natuur” hebben, zegt Cozens. „Ze zijn steeds verder verwijderd van hoe het leven op het platteland is.” Hij illustreert het met een ander voorbeeld: „Vorige week oogstte ik de maïs, en de oogstmachine liet modder op de weg achter.” Nog voor hij alles kon wegvegen, waren er al klachten binnengekomen.