Blauw is beter dan groen

De groene economie is achterhaald, vindt Gunter Pauli. De Belgische duurzaamheidsexpert kiest voor de blauwe samenleving. Over het nut van piëzo-elektriciteit.

Als Gunter Pauli een presentatie geeft, laat hij altijd een verblufte zaal achter. De toehoorders lachen, ze stralen zelfs, maar je ziet ze ook licht fronsen. Is het echt zo eenvoudig om op een waarlijk duurzame manier te produceren? En kun je daar dan nog goed mee verdienen ook? Waar zit het addertje? Je ziet ze denken, je hoort ze de vraag aan elkaar stellen, maar ze vinden het addertje niet.

Pauli (56), een Vlaamse econoom, reist de wereld over om wat hij noemt een blauwe economie te bepleiten. Blauw omdat de aarde een blauw stipje is als je haar vanuit de ruimte bekijkt. Dat is het perspectief van Gunter Pauli.

Hij denkt zo groot dat anderen hem nauwelijks kunnen volgen. Hij koppelt maden aan wondgenezing, tomatenschillen aan zonbescherming en verklaart met droge ogen dat zonnepanelen ook ’s nachts een functie hebben. Zelf noemt hij dit: werken volgens de wetten van de fysica. In plaats van ons te verlaten op de chemie, moeten we met onze maakindustrie de natuurkundige functies binnen ecosystemen nabootsen.

„Met een beetje geluk zullen we beseffen dat het creëren van afval niet het probleem is dat we moeten oplossen”, schrijft Pauli in zijn boek Blue Economy, waarvan afgelopen zomer de Nederlandse vertaling verscheen. „Als een levend wezen geen afval voortbrengt is het waarschijnlijk dood, of in elk geval erg ziek. Het probleem dat wij hebben, en dat we moeten aanpakken, is dat we ons afval verspillen. Geen enkel lid van een ecosysteem heeft fossiele brandstof of een aansluiting op het elektriciteitsnet nodig om output te realiseren, noch is afval een uitkomst van natuurlijke systemen.”

De groene economie is achterhaald, vindt Pauli. Recycling is dom. „Een boom denkt niet in de lente: laat ik mijn oude blaadjes weer vastplakken. Maar wij vinden wel dat we van oude plastic flesjes nieuwe plastic flesjes moeten maken”, zegt hij per telefoon vanuit Zuid-Afrika.

„De groene economie probeert batterijen te ontwikkelen die milieuvriendelijker zijn. Maar dat hoeft toch niet meer? Mobiele telefoons kunnen nu ook zonder batterij werken. Die techniek bestaat al. De druk van je stem kan worden omgevormd tot elektriciteit. Je kunt elektriciteit maken van het temperatuurverschil tussen je oor en het materiaal van de telefoon. En je kunt de radiofrequenties in de lucht omvormen tot elektriciteit.” Iets vervangen door niets, noemt Pauli dat.

Hij rekent ook altijd even voor wat dat oplevert: „We kunnen dan een paar miljard batterijen minder maken, dan hebben we minder mijnbouw nodig, dan drukken we de prijs van telefoons en dan verhogen we de koopkracht van de mensen. Onze welvaart kan stijgen door de dingen die we zo hard nodig denken te hebben gewoon niet meer nodig te hebben. En dan hoeven al die dingen ook niet meer naar de vuilstort.”

In de afgelopen decennia heeft Pauli honderd „door de natuur geïnspireerde” innovaties verzameld. In sommige heeft hij een voortrekkersrol gespeeld, bij een groot aantal is hij een „heel actief lid van het team”, en er is een aantal waarbij Pauli „de leerjongen” is.

De business-modellen staan allemaal gratis toegankelijk op de website zeri.org. Pauli is de spreekbuis van de grote groep ontwikkelaars die achter die innovaties zit. Hij promoot de ideeën en gebruikt ze als casestudy’s in zijn presentaties voor managers, duurzaamheidstypes en andere belangstellenden. Zondag geeft hij in het Amsterdamse Paradiso de Premsela-lezing, voor een publiek van ontwerpers en architecten.

Pauli was in Zuid-Afrika op uitnodiging van regeringspartij ANC, dat zijn advies wilde over de geëscaleerde mijnwerkersstakingen van de afgelopen maanden. „Gaat het nu echt alleen maar over een looneis van 25 procent”, vroeg hij de mijnbouwbedrijven en de bestuurders. „Nee, het gaat hier over een economisch bestel dat niet in staat is om aan de basisbehoeften van de mensen te voldoen. Laten we in plaats van hogere lonen eens kijken naar een verhoging van de koopkracht. Wat hebt u en hoe kunnen we ervoor zorgen dat u daar veel meer mee kunt doen? Die benadering zwengelt een heel ander soort innovatie aan.”

Een van de problemen in de Zuid-Afrikaanse mijnbouw is het tekort aan water. Het is Pauli’s stijl om dat te willen omdraaien: hij bedacht een plan om de mijnen juist een centrum van waterproductie te maken. „Als 25 procent van de kosten zit in het oppompen van water, begrijp ik wel dat de bedrijven willen besparen op loonkosten.

„Zuid-Afrika staat vol met eucalyptusbomen die zijn geplant door de Britse kolonisten. Die hebben het land uitgedroogd. Dan zeg ik: in plaats van een miljard dollar uit te geven aan een nieuwe waterpijplijn, kun je ook een miljard uitgeven aan het kappen van die exoten en het herplanten van lokale bomen. Onder eucalyptusbomen groeien geen struiken, onder inheemse bomen wel. Met inheemse bomen en struiken verlaag je de bodemtemperatuur. Als er dan wolken overkomen geven die sneller regen. Behalve het water win je zo banen voor de mensen die de bomen moeten kappen.”

Uit ervaring weet Pauli dat het bijzonder moeilijk kan zijn om directeuren, ingenieurs en ministeries voor zulke veelomvattende plannen te winnen. „De groene economie heeft de connotatie dat het duurder is. Maar als je redeneert vanuit de blauwe economie wordt het goedkoper. Als ik een financieel directeur spreek, leg ik hem uit dat zijn kapitaalkosten en zijn operationele kosten zullen dalen. Dan begint hij te luisteren. En dan vertel ik hem dat zijn nettowinst van 3 naar 8 procent kan stijgen. En ik vraag hem of hij weet wat de beursanalist in New York zal denken als hij hoort dat de energiekosten van het bedrijf omlaag zullen gaan. Die zal dat zeker interessant vinden.”

Nederland is stekeblind, vindt Pauli. En niet alleen Nederland, heel Europa. „We zijn koppige zakenmensen. We willen weten wat het resultaat is voordat we beginnen. Het ontbreekt ons aan een kader. Ik stel voor dat ons kader is om de wetten van de fysica te volgen en te elimineren wat we niet nodig hebben. Dat we zeggen: ik wil niet een groene batterij, maar geen batterij. Moet je je eens voorstellen wat dat voor innovatie zal opleveren. Oneindig veel!”

Hoe komt het dat wij niet zo denken? Zijn we te laf? Te fantasieloos of te dom? Pauli: „Ik denk dat Europa zo behoudzuchtig is geworden, dat we niet in staat zijn risico’s te nemen. Maar in de huidige crisis moeten we het niet gewoon een beetje beter doen. We moeten het véél beter doen. We zijn zo materialistisch-realistisch geworden, dat we niet meer in staat zijn om onze fantasie te gebruiken en verder te kijken dan werkloosheidscijfers, kasstroom en marktaandeel. We kunnen ons niet meer herbronnen in een veel dieper patroon voor onze markteconomie.”

„Nu het crisis is, gaan we toch zeker geen zonnepanelen meer op ons dak zetten?”, vervolgt hij. „Die waren er veertig jaar geleden ook al. Dat is oude koek. Daar gaan we onze economie toch geen nieuwe visie mee geven?”

Pauli vertelt over het Zweedse bedrijf Solarus, dat zonnepanelen aan twee kanten laat werken. Omdat de panelen dan oververhit kunnen raken, worden ze gekoeld met water, dat ’s nachts weer zo ver kan afkoelen in het systeem dat het gebruikt kan worden om een ruimte op 6 graden te houden. „Zo kun je van je kelder een ijskast maken. En overdag is het water zo heet dat je er je eigen drinkwater mee kunt zuiveren.”

Nog zo’n voorbeeld: „Als we een huis bouwen stapelen we een hoop stenen of betonplaten op elkaar. We berekenen de stabiliteit, de trekkracht en de drukkracht, maar we zetten niet de volgende stap: waarom zouden we hier geen piëzo-elektriciteit mee maken? Door de druk van zware materialen op elkaar kunnen we energie opwekken, op voorwaarde dat er een kleine beweging is. Die kun je bereiken met een dak met een grote overhang. Daardoor krijgt het gebouw een slingerbeweging. Als je dan kleine kwartsdeeltjes plaatst in de delen die op elkaar drukken, genereer je permanent elektriciteit. Zo zie ik in ieder gebouw een energiecentrale. Bij een gewoon ontwerp kun je hoogstens iets maken dat het verbruik van het gebouw compenseert. Dan zeg ik: dat is niet goed genoeg.”

Naar eigen zeggen is Pauli nooit moe. „Deze onderwerpen geven mij zoveel energie. Vorige week sprak ik in Mexico per satelliet 100.000 studenten op 33 campussen toe. Ik heb zes dagen nodig gehad om de terugkoppeling te verwerken. Na afloop kwamen studenten me vragen hoe zij zonder geld en ervaring aan deze ideeën konden beginnen. Dan organiseerde ik een sessie met ze. Ze waren wildenthousiast. En wordt het niet eens tijd dat we passioneel worden voor het opbouwen van een maatschappij die kan voorzien in onze basisbehoeften? Stel je voor dat we alleen maar naar kasstromen moeten kijken. Hoeveel passie krijg je in kasstromen geduwd? Ik krijg het er niet in.”