‘Benghazi’ laait weer op: consulaat waarschuwde vooraf al

De Amerikaanse ambassade in Benghazi, Libië, op 12 september, de dag na de aanslag. Foto AP / Ibrahim Alaguri De Amerikaanse ambassade in Benghazi, Libië, op 12 september, de dag na de aanslag. Foto AP / Ibrahim Alaguri

De aanslag op de Amerikaanse ambassade in Benghazi van anderhalve maand geleden blijft een heet hangijzer in de strijd om het Witte Huis. De Nederlandse journalist Harald Doornbos schreef voor Foreign Policy over documenten die hij op de plek van de aanslag vond. Daaruit zou blijken dat de autoriteiten wisten van het gevaar, maar er niet naar handelden.

Op 11 september jongstleden kwamen vier Amerikanen om bij een aanslag op de ambassade in Benghazi, Libië. Onder hen was Chris Stevens, de Amerikaanse ambassadeur. Aanvankelijk was de verklaring dat het een uit de hand gelopen protest tegen de anti-moslimfilm Innocence of Muslims was, maar later gaf Obama toe dat het om een terroristische aanval ging. De Republikeinen hebben de reactie van de regering-Obama bekritiseerd en zich openlijk afgevraagd of er wel genoeg militaire en andere steun was. Mitt Romney noemde de aanval een voorbeeld van Obama’s zwakke leiderschap overzee.

John McCain, in 2008 presidentskandidaat voor de Republikeinen, tweette vandaag:

Twitter avatar SenJohnMcCain John McCain Must-read @ForeignPolicy Mag: ‘Troubling’ Surveillance Before #Benghazi Attack http://t.co/OvJsAcMd

Consulaat: ‘Iemand maakte vanochtend foto’s van het gebouw’

Doornbos’ artikel, geschreven met Jenan Moussa van de in Dubai gevestigde Arabische zender Al Aan TV, verscheen gisteren op de Amerikaanse website. Daarin vertellen de twee auteurs dat ze bij het deels verwoestte ambassadegebouw correspondentie vonden waarin het team van Stevens stelde dat de beveiliging van het gebouw ‘problematisch’ was. De Libische politie verzaakte bovendien, ondanks nadrukkelijk verzoek, om extra veiligheidsmaatregelen te nemen.

In een niet-ondertekende brief van 11 september, de dag van de aanslag, schrijven ze aan het Libische ministerie van Buitenlandse Zaken dat er ‘s ochtends vroeg al reden was voor ongerustheid, omdat een Libische ‘politieman’ foto’s maakte van het consulaat:

“Finally, early this morning at 0643, September 11, 2012, one of our diligent guards made a troubling report. Near our main gate, a member of the police force was seen in the upper level of a building across from our compound. It is reported that this person was photographing the inside of the U.S. special mission and furthermore that this person was part of the police unit sent to protect the mission. The police car stationed where this event occurred was number 322.”

Doornbos tegenover EenVandaag over hun ‘mega-verhaal’:

Het is onduidelijk of de brieven verzonden zijn en of er actie op ondernomen is, schrijft Doornbos, maar ze laten het beeld zien van “een gevaarlijke en onzekere situatie, waar veel regeringsfunctionarissen zich zorgen om maakten”.

Witte Huis: ‘Alles is rustig om half negen’

De regering-Obama kan opnieuw in de problemen komen dankzij het openbaar worden van de correspondentie, omdat er uit zou blijken dat de aanpak niet alleen vooraf, maar ook in de nasleep van de aanslag onvoldoende is geweest. Op 9 oktober stond in een verklaring van het Witte Huis nog dat er op 11 september geen extra reden voor onbezorgheid was.

“Everything is calm at 8:30 p.m. There’s nothing unusual. There has been nothing unusual during the day at all outside.”

Daar komt bij dat de FBI een kleine maand geleden nog bij de ambassade is geweest om daar onderzoek te doen en bewijsmateriaal te verzamelen. Ze waren er volgens het artikel van Doornbos en Moussa slechts drie uur en ze lieten dus na om de nu gevonden documenten mee te nemen.

Na de publicatie in Foreign Policy zeggen experts dat de brieven authentiek zijn, zegt Doornbos tegen EenVandaag. De vraag rijst nu waarom minister van Buitenlandse Zaken Clinton - en ook Obama zelf - niets hebben gezegd over de incidenten die aan de aanslag vooraf gingen.