Column

Aanvaarding

In het medisch centrum zat een groepje mensen te luisteren naar een arts en een maatschappelijk werkster. Het waren min of meer patiënten, al was dat uiterlijk niet waarneembaar. Ze leden allen aan dezelfde kwaal, tinnitus geheten, een vorm van oorsuizingen die bij iedereen anders kon uitpakken: gesuis, geruis, gesis, gefluit, gepiep, gebrom, getinkel, gerinkel, klokgelui zelfs. En dat de hele dag en nacht door, soms sterk, soms zwak. Ongeveer een procent van de bevolking lijdt er ernstig aan.

Een arts vertelde met een powerpointpresentatie over de vele mogelijke oorzaken. Het kan onder meer ontstaan zijn door blootstelling aan te veel lawaai, maar ook een afwijking zijn van het gehoororgaan, de hersenen of de kaak. Het kan ook een bijwerking van medicijnen zijn. Kortom, te veel om op te noemen. Behandeling is daardoor moeilijk en leidt zelden tot het verdwijnen van de suizingen. Het is vaak nuttiger de kwaal te bestrijden met maskeertoestellen, die het geluid wegdrukken, of door middel van afleiding en ontspanning.

Dat alles vertelden de arts en de maatschappelijk werkster, terwijl het groepje mensen, gezeten aan een lange tafel, aandachtig luisterde. Het waren acht mannen en twee vrouwen, de meesten voorbij de veertig. Sommigen stelden steeds vragen, anderen hielden zich stil. De oudste deelnemer was een vrouw van een jaar of zeventig, een kleine, grijze dame met een vriendelijk gezicht.

Ze roerde zich alleen toen slaapproblemen ter sprake kwamen. Hadden de bezoekers daar veel last van, wilde de arts weten. De meesten knikten.

„Wat ik me heb aangewend”, zei de oude dame, „is een wekker naast mijn bed, zo’n ouderwetse, mechanische wekker die stevig tikt. Dat geluid leidt me af van het lawaai in mijn oor en zo sudder ik lekker weg.”

„Interessant”, zei de arts, „zo heeft iedereen zijn eigen manier. Ik zou hier niet zo snel aan hebben gedacht. Ik adviseer de patiënten eerder één gelijkmatig geluid.”

„Ik had in mijn oude huis een luidruchtige ijskast”, zei de dame, „dat was ook prettig.”

De zee zou ook een goed geluid kunnen zijn. Een bedje naast de branding en dan maar snurken.

„Je moet ermee leren leven”, dat kregen de patiënten in het medische circuit het meest te horen. Het was te vergelijken met een rouwproces, vertelde de maatschappelijk werkster, het verliep in vijf fasen en het mondde uit in (ze aarzelde even)... aanvaarding. Het woord werd haar wel eens kwalijk genomen. „Niks aanvaarding”, had een patiënte laatst boos naar haar geroepen, „ik wil er vanaf.”

„In de tropen heb ik er minder last van”, zei een man.

„Dat heb ik vaker gehoord”, zei de arts. „Misschien ontspant men zich er meer.”

De bezoekers konden na afloop een afspraak maken met de arts. Ook de oude dame ging in de rij voor de secretaresse staan. „Ik heb het vanaf mijn twaalfde”, vertelde ze aan een man naast haar. „Ik zat in de huiskamer en ik dacht dat er een stofzuiger aanstond. Het is zo gebleven, niet meer en niet minder. Er is niets aan te doen, je moet er inderdaad mee leren leven. Er zijn mensen die er zelfmoord om plegen, maar dat leek me niet zo’n goed idee.”

Ze moest al zo’n jaar of zestig dit soort bijeenkomsten aflopen, hopend op een medisch wonder. Aanvaarding was moeilijker dan ze bij het maatschappelijk werk dachten.

Ze maakte haar afspraak en verdween in het donker.