Aalst wordt test voor Vlaams-nationalisten

Heel België volgt Aalst, waar volgende week een nieuw stadsbestuur rond moet komen. Hoe Vlaams-nationalistisch is eigenlijk nog fatsoenlijk?

Voor wie in België niets moet hebben van de Vlaams-nationalistische N-VA is Aalst een afschrikwekkend voorbeeld. De nieuwe N-VA-burgemeester wil dat de stad Vlaamser wordt: er komen meer vlaggen met de Vlaamse Leeuw, straatnaambordjes krijgen een Vlaamse Leeuw en er komt een wethouder van ‘Vlaamse zaken’. De burgemeester zei ook nog dat „niet alle Franstalige boeken uit de bibliotheek zullen worden verwijderd”. Niet alle?

Net als in de rest van Vlaanderen was de N-VA van Bart De Wever in Aalst de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen op 14 oktober. Net als in andere gemeentes werd vooral het extreemrechtse Vlaams Belang in Aalst flink veel kleiner en de N-VA in Aalst is lang niet de enige afdeling met ex-politici van het Vlaams Belang.

Maar de kandidaat-wethouder die moet waken over het Vlaamse karakter van Aalst is de oud-partij-ideoloog van het Vlaams Belang, Karim Van Overmeire. Hij stapte in 2010 over naar de N-VA. In Aalst wisten de socialisten en christen-democraten dat allang en toch wilden ze met de N-VA de stad besturen. Maar de partijleider van de Vlaamse socialisten (S.PA), Bruno Tobback, schrok – zo’n wethouder was voor hem „alle mogelijke bruggen te ver”.

Van de S.PA in Aalst wil de ene helft naar Tobback luisteren, de andere niet. En heel België kijkt mee: wint het verlangen naar Vlaamsheid of het idee dat de partij van De Wever, die wil dat Vlaanderen onafhankelijk wordt, misschien racistisch is?

Sarah Smeyers, in het Belgisch parlement migratie- en justitiespecialist van de N-VA en in Aalst kandidaat-wethouder van sociale zaken, zegt dat vlaggen of straatnaamborden niet belangrijk zijn – en Franstalige boeken worden niet weggegooid. „Dat was onhandig gezegd. Onze meertaligheid is juist onze troef.” Het gaat erom, zegt ze, dat steeds meer allochtonen uit Brussel, vooral van Congolese afkomst en Franstalig, naar Aalst komen omdat de huizen er goedkoop zijn en de ruim 80.000 inwoners tellende stad vanuit Brussel makkelijk per trein bereikbaar. „Ze zijn welkom als ze integreren. Maar ze weten vaak niet dat ze op eentalig, Vlaams grondgebied zijn.”

Als wethouder van sociale zaken kan Smeyers allochtonen met een uitkering of een huurwoning verplichten om Nederlands te leren: als ze hun best niet doen, raken ze hun uitkering of huis kwijt. „Mensen moeten zich inspannen om uit de armoede te komen. Een uitkering mag geen hangmat zijn.”

De vorige coalitie van christen-democraten, liberalen en socialisten, maakte veel ruzie en deed weinig. Steden die vergelijkbaar zijn met Aalst, zoals Kortrijk en Leuven, werden mooi opgeknapt, Aalst bijna niet. Maar op straat in Aalst beginnen mensen daar niet over. Ze willen dat het nieuwe stadsbestuur streng is voor ‘vreemdelingen’. „Turkse en Marokkaanse kinderen hebben geen respect voor ons”, zegt Yvonne Paerewyck (54) in haar viswinkel in de Hoveniersstraat. „Ze roepen dat ik een stinkwinkel heb.”

Er zijn ook steeds minder klanten. „Verderop heb je drie Turkse viswinkels. Daar ligt de vis in bakken buiten, niet gekoeld. Blijkbaar krijgen zij geen controle.” Paerewyck hoopt dat ze de zaak nog een paar jaar kan openhouden – dan houdt ze ermee op. Zoals eerder de breiwinkel, de drogisterij en de dierenwinkel uit de straat verdwenen.

Bij een bushalte in de 1 Meistraat zeggen Paul De Boeck (66) en Gisèle Bax (63) dat ze ’s avonds de straat niet meer op durven. De Boeck: „Er zijn hier zoveel Turken en Congolezen. Op scholen is dat ook een probleem. Hoe leg je aan moslims uit wat de kruistochten waren?”

In de buurt die in Aalst ‘het getto’ wordt genoemd, rond de Varkensmarkt, woont Chris Vermeir (47). Hij geeft in Brussel Nederlands aan anderstaligen en was bij de gemeenteraadsverkiezingen kandidaat voor de S.PA. Vermeir zegt dat de meeste Turken, Marokkanen en Afrikanen in zijn buurt Nederlands spreken. „Er was de laatste twee jaar wel een toevloed uit Brussel, voor de cursussen Nederlands zijn er wachtlijsten.”

Vermeir kwam negen jaar geleden naar Aalst. Het duurde lang voordat hij zich in Aalst geaccepteerd voelde. „Als je hun ondoordringbare dialect spreekt, gaat het sneller.” Veel inwoners van Aalst zijn volgens hem druk met het verenigingsleven, het carnaval en de folkloristische ruzie met het nabijgelegen Dendermonde. „Ik zie een hang naar vroeger. En angst, al blijkt uit de veiligheidsmonitor dat Aalst een van de veiligste steden in Vlaanderen is.”

Vermeir verwacht dat de S.PA volgende week zal besluiten om met de N-VA mee te doen. Zelf ziet hij niets in het idee om allochtonen te verplichten om Nederlands te leren. „Je moet mensen ertoe verleiden, anders is het effect tegenovergesteld. Als je Vlamingen niet aardig vindt, waarom zou je dan hun taal leren?”