Zorgvuldig geënsceneerde foto's

Beeldende kunst

Arnold Newman: Masterclass, t/m 13 jan., Fotomuseum Den Haag, www.fotomuseumdenhaag.nl ****.

Het oeuvre van de Amerikaanse portretfotograaf Arnold Newman heeft wel iets weg van een collectie vlinders. Iedereen die in naoorlogs Amerika en Europa ertoe deed, heeft hij voor zijn lens gehad. Igor Stravinsky, Truman Capote, John F. Kennedy, Christian Dior, Willem de Koning – everybody who was anybody is door Newman (1918-2006) geportretteerd.

In het Fotomuseum in Den Haag is nu het eerste grote overzicht sinds zijn dood te zien, met 150 oorspronkelijke afdrukken (‘vintage prints’) en een mooi boek met ook weer andere foto’s. Dat zijn vooral de portretten waar Newman zo bekend om is, bijna allemaal in zwart-wit, maar ook minder bekend werk zoals collages, zijn vroege straatfotografie en wat architectuurstudies.

Anders dan tijdgenoten Irving Penn en Richard Avedon werkte Newman niet in een eigen studio, maar ging hij met zijn zware apparatuur naar de mensen toe om ze in hun eigen omgeving te fotograferen. Dat levert onvergetelijke beelden op: Truman Capote gekleed in alleen colbert en hoed languissant liggend op een uitbundig vormgegeven bank, schrijver Henry Miller in badjas en wollige pantoffels, een zwaar gestileerde Piet Mondriaan en profil in zijn studio – „recht, lineair en formeel, zoals de man was”, aldus de fotograaf. Maar hij maakte ook indrukwekkende close-ups, bijvoorbeeld van de Japanse fotograaf Eikoh Hosoe en van de Engelse schrijver C.P. Snow, van wie we alleen het Hitchcock-achtige kale hoofd zien en zijn spiegelende brillenglazen. Allemaal zijn het zorgvuldig geënsceneerde beelden. „Ik neem geen foto's”, zei Newman zelf, „ik bouw ze.”

Newman was uiterst productief. Hij publiceerde in tijdschriften en maakte ongeveer om de tien jaar een boek. Het voordeel van deze tentoonstelling en catalogus is dat Newman de control freak er niet bij was om de keuze uit zijn archief van ruim 8.000 foto’s te bepalen. Samensteller William Ewing heeft daardoor werk kunnen laten zien dat Newman zelf altijd wegliet. Zijn commerciële opdrachten bijvoorbeeld, zoals zijn portretten van de directeur van Mobil Oil, miljardair David Rockefeller en schrijfster en boegbeeld van het kapitalisme Ayn Rand met een grote broche in de vorm van een dollarteken. De meest intrigerende figuur uit het bedrijfsleven is staalmagnaat Alfried Krupp, die Newman in 1963 in zijn fabriek in Essen portretteerde, bij wijze van uitzondering in helse kleuren groen en geel. Hier lijkt de joodse Newman zich te hebben laten gaan en een portret als een aanklacht te hebben gebruikt.

William Ewing heeft ook contactvellen opgenomen die ons een blik gunnen op ‘the making of’ – een verademing tussen al die gave, affe portretten. We zien varianten op het prachtige portret van Stravinsky naast de vleugel, plus de uitsnede waar Newman toe heeft besloten. Ook verrassend zijn de groepsportretten, die Newman dwongen om van zijn vertrouwde stiel af te stappen. De werknemers van Polaroid drapeerde hij over een landschap van dozen in de opslagloods; de adviseurs van J.F. Kennedy strooide hij in ingestudeerde groepjes over een veranda van het Witte Huis, met de president als rustpunt in het midden.

Newman heeft een paar jaar een kunstopleiding gevolgd, en in een aantal foto’s is zijn hang naar de beeldende kunst goed te zien. Zijn portret van Andy Warhol is een opvallende vrije collage, bij de New Yorkse schilder Mitch Saporin heeft hij diens gezicht zowel frontaal als van opzij over elkaar heen afgedrukt waardoor Saporins ogen ons dwars door zijn hoofd aankijken. Eén vroege foto uit 1941, van twee zwarte mannen en een hond op de veranda van een armoedig houten huisje in Florida, laat zien dat hij ook even aan de documentaire fotografie heeft gesnuffeld. Maar de werelden van kunst, wetenschap en politiek, met de bijbehorende roem en glamour, boeiden hem duidelijk meer.

Eén keer is Newman in de valkuil van de roem getrapt. Hij was bij een avond waar Marilyn Monroe bij vrienden thuis aan het dollen was, en hij foto’s maakte, eigenlijk kiekjes. Van één daarvan, van Monroe die op de bank zat te praten, heeft hij later een uitsnede gemaakt en tot ‘portret’ gebombardeerd. Het is een kleine inconsequentie die juist de aandacht vestigt op hoe consequent en doordacht het oeuvre is dat Newman in ruim een halve eeuw opbouwde.