Wie gaat Britse pers in toom houden?

Britse media wachten vol spanning op het rapport van rechter Leveson. Gaat de onderzoeker van het afluisterschandaal de pers aan banden leggen?

Vanuit de werkkamers van Britse hoofdredacteuren wordt dezer dagen hevig campagne gevoerd. Eensgezind gebruiken tabloids en serieuze dagbladen hun pagina’s om rechter Brian Leveson op te roepen hen vooral geen wettelijke beperkingen op te leggen. „Ondanks de vele fouten in onze industrie, geloven we hartstochtelijk in zelfregulering”, schreef The Daily Telegraph. „Andere vormen zullen de vrijheid van pers serieus in gevaar brengen.”

Leveson onderzocht in de nasleep van het afluisterschandaal rond de tabloid News of the World de werkwijze van kranten. In de komende weken komt hij met een advies over persregulering, dat premier David Cameron waarschijnlijk zal overnemen. En dus loopt de spanning op: in hoeverre wordt de Britse pers aan banden gelegd?

Zelfs de Financial Times vond het nodig om in een hoofdcommentaar te waarschuwen: „Diegenen die zich aan de wet houden, hebben geen staatsdecreten nodig om kranten te maken. Dat is een gezond principe.”

Leveson heeft twee opties: zelfregulering of regulering door een instelling met een wettelijke onderbouwing. Een derde optie, overheidsregulering, zou de vrijheid van pers zodanig beperken dat daar geen voorstanders van zijn.

Leveson zal waarschijnlijk niet pleiten voor volledige zelfregulering. Dat was er immers, en heeft duidelijk niet kunnen voorkomen dat journalisten telefoons afluisterden, inbraken in voicemails en e-mailaccounts, en politieagenten en andere functionarissen omkochten. De Press Complaints Commission (PCC), de Britse versie van de Raad voor de Journalistiek die door de beroepsgroep zelf werd gefinancierd en bemand, deed in 2009 weliswaar onderzoek naar het afluisterschandaal, maar concludeerde toen dat er geen bewijs was dat het hacken van telefoons wijdverbreid was. „De status quo is geen optie”, heeft premier Cameron al gezegd. „Ik wil, en ik denk dat dit voor alle partijen geldt, een verstandig reguleringssysteem.”

Ook journalisten en uitgevers willen niet terug naar dit model. Zij pleiten, onder aanvoering van Lord Guy Black, uitgever van de Telegraph, voor een soort zelfregulering-plus. Een PCC die wél door de kranten wordt gefinancierd, maar die in tegenstelling tot nu boetes tot 1 miljoen pond (1,24 miljoen euro) kan uitdelen, en hoofdredacteuren kan dwingen tot rectificatie. Kranten die niet meedoen, zouden moeten worden uitgesloten van de nieuwsstroom van persbureau Press Association, en diens journalisten zouden geen perskaart krijgen.

„Er is geen enkel excuus om niet te hervormen, er zijn vreselijke schendingen geweest”, vertelt Black. Maar hij vindt ook dat de media onder een „ongekend” vergrootglas zijn gelegd. „Er lopen drie politieonderzoeken, er zijn zes Lagerhuisonderzoeken geweest, en Leveson had meer macht dan de rechter die onderzoek deed naar de aanslagen van 7 juli 2005. Dat is meer dan bankiers te verduren hebben gehad.”

Verder dan zelfregulering wil hij niet gaan: „Alle andere vormen van regulering zijn inclusief een wettelijke onderbouwing, en dan staat het gelijk aan overheidsinmenging. Daar heb ik een filosofisch probleem mee: de pers kan niet onafhankelijk zijn als de overheid betrokken is.” De media moeten immers de overheid durven te bekritiseren.

Maar zelfregulering stuit op bezwaar van de slachtoffers van het afluisterschandaal, onder wie zangeres Charlotte Church. Ze voert, net als onder andere acteur Hugh Grant, campagne namens de actiegroep Hacked Off, en pleitte vorige maand bij premier Cameron voor strengere regels. „Ik ben voorstander van vrijheid van meningsuiting. Maar iemand moet wel toezicht houden, de pers is onbeheersbaar geworden”, vertelde ze toen. Haar telefoon werd jarenlang afgeluisterd, en op basis daarvan kon News of the World 33 artikelen schrijven. Ze kreeg van uitgever News International een schadevergoeding van 600.000 pond.

„Het idee van een vrijwillig systeem is een illusie”, zegt Brian Cathcart, oprichter van Hacked Off en hoogleraar journalistiek. „We hebben in dit land al tijden een probleem met een pers die de regels overtrad. We hebben een instantie nodig die media ter verantwoording roept, en die erop let dat het niveau van verslaggeving niet achteruitgaat.”

Cathcart wijst op de toezichthouder voor commerciële omroepen, Ofcom, en de BBC Trust, die hetzelfde doet voor de publieke omroep. Beiden zijn door het parlement opgericht, en houden in de gaten of de verslaggeving aan bijvoorbeeld hoor- en wederhoor voldoet – een wettelijke onderbouwing dus. Maar: „je kan niet zeggen dat ze de vrijheid van meningsuiting hebben beperkt”. „Het zou een ramp zijn als onze media bedeesd worden, maar daar ben ik eerlijk gezegd niet bang voor.”

Michael Moore, voorzitter van de campagnegroep Media Standards Trust, die vindt dat de pers transparanter moet worden, zegt dat „als we willen dat de grote mediabedrijven zich aan de regels houden regulering wettelijk moet worden geregeld”. „Het doel is niet controle, maar het verkomen van misbruik. Regulering maakt mogelijk dat slachtoffers kunnen klagen, en kans maken op een vergoeding.” Hij wijst naar Finland, waar een perswet is maar dat toch nummer één op ranglijsten voor persvrijheid staat.

Een ander veelgeprezen model is het Ierse systeem – en rechter Leveson zou met de Ieren hebben gesproken. Klagers kunnen in Ierland terecht bij een ombudsman, die een zaak kan doorverwijzen naar een Press Council. Die bestaat uit zes journalisten en zeven burgers, en opereert onafhankelijk van overheid en media. Kranten die geen lid zijn, hebben het automatisch moeilijker voor de rechter. Zowel de rol van de ombudsman als die van de Press Council zijn in Ierland bij wet geregeld.

„Er bestaat niet iets als een beetje regulering”, zegt echter Lord Black. „Dat is een glijdende schaal.”