Skyfall: Bond mist Batmanpak

Skyfall is inderdaad een van de betere Bondfilms van de laatste jaren, zoals de Britse pers al jubelde, en een flinke stap vooruit na de afgrijselijke voorganger Quantum of Solace (2008). De tijd dat de Bondreeks nog toonaangevend was voor de actiefilm ligt generaties terug. Daarvoor moeten we naar het midden van de jaren zestig, toen Sean Connery heer en meester was met Goldfinger (1964) en Thunderball (1965). Bond is al vele jaren volgend en al lang niet meer leidend.


Afgezien van een paar steeds terugkerende elementen (mooie vrouwen, mooie auto’s, mooie locaties) is Bond een fluïde filmfiguur, die zich altijd weer blijkt te kunnen aanpassen. De Bondfilms met Daniel Craig waren eerst nogal sterk geënt op de hyperactieve, realistische filmstijl van de Bourne-reeks van Paul Greengrass. Inmiddels staat een andere reeks onmiskenbaar model voor Bond: de Batman-trilogie van regisseur Christopher Nolan, die zowel artistiek als commercieel ongekend succesvol is.

Dat gaat vrij ver. Ook deze Bondfilm is ineens heel veel tijd kwijt met het in de verf zetten van de tragische achtergrond van de protagonist; ook Bond is in zijn jeugd zijn ouders kwijtgeraakt, ook Bond stuit hier op een oude jachtopziener, die in zijn jeugd zijn steun en toeverlaat was (bij Batman is dat de butler), ook Bond blijkt te zijn opgegroeid in een imposant landhuis en ook Bond moet strijd leveren tegen een getraumatiseerde slechterik (de schmierende, geblondeerde Javier Bardem), die in veel opzichten het verknipte spiegelbeeld is van hemzelf. James Bond is Bruce Wayne.

Gekeken naar Nolan

Voor de sombere kleurstelling en de zwaarmoedige sfeer heeft regisseur Sam Mendes ook goed gekeken naar Nolan; er wordt nogal gestreden tegen het verval en het verstrijken van de tijd in Skyfall, door Judi Dench als bondbaas M. en door Bond zelf, die ook de jongste niet meer is. De film doet zo veel voor het serieus nemen van ouderen, dat de Bondgirls kennelijk wel weer ouderwetse stereotypen mochten zijn en de slechterik gekruid kon worden met homofobie.

Natuurlijk is het allemaal net minder dan in de Batmanfilms, want zo gaat dat met imitatie.

Niet dat er geen lol te beleven valt aan de film. Topcameraman Roger Deakins levert beelden van grote schoonheid. De openingssequentie van tien minuten, waarbij Bond op de motor over de daken van Istanbul scheurt, heeft veel aanstekelijke energie, een niveau dat de film daarna overigens niet meer benadert. Het slot is daarentegen tot vervelens toe opgerekt – met een eindeloze cyclus van valse einden, waardoor je geïrriteerd kan raken: schiet hem nou toch een keer goed dood!

Craig staat nog steeds in de traditie van Connery: Bond als echte man, maar in Skyfall dringt er af en toe ook een vleugje Roger Moore door: zelfspot en gevoel voor camp. Probleem met Bond is dat je altijd alle kanten met hem op kan. Dat maakt het lastig om een scène werkelijk dramatische kracht te geven. Bij Bond kan alles.

Eindoordeel: ***