Rutte II lost dilemma in economie niet op

De regering hervormt de arbeidsmarkt, pensioen en zorg, maar negeert de financiële architectuur, betogen Lans Bovenberg en Bas Jacobs.

De regering versterkt de economische structuur door hervormingen in de zorg, arbeidsmarkt en pensioenleeftijd en verbetert hiermee de gezondheid van de overheidsfinanciën op lange termijn. Daarentegen heeft het kabinet onvoldoende oog voor het op orde brengen van de financiële architectuur, zowel van Nederland als in Europa.

Het regeerakkoord doet een aantal goede stappen om de economische structuur te versterken van de arbeidsmarkt, pensioenen, woningmarkt en zorg. De maximale WW-duur en de opbouw van WW-rechten worden ingeperkt. De uitkering in het tweede jaar wordt gekoppeld aan het minimumloon. Er is voortaan nog maar één ontslagroute, via het UWV. De gemiddelde werkloosheidsduur zal hierdoor afnemen. Mensen zullen sneller op zoek gaan naar een nieuwe baan. De arbeidsmarkt wordt flexibeler. De AOW-leeftijd wordt iets sneller verhoogd dan in het Lenteakkoord, en wordt gekoppeld aan de levensverwachting.

De belastingdruk wordt progressiever. De zorgpremies en het eigen risico worden sterk inkomensafhankelijk, waardoor werken minder loont. Dit doet gunstige effecten op de structurele werkgelegenheid van ingrepen in de WW, het ontslagrecht en de AOW-leeftijd vrijwel volledig teniet. De belastingbasis onder de collectieve sector wordt daarom nauwelijks verbreed.

Huren worden geleidelijk meer marktconform, vooral voor scheefwoners met hogere inkomens. Wachtlijsten nemen hierdoor af. Meer huurwoningen komen beschikbaar voor lagere inkomensgroepen.

Het maximale percentage van de hypotheekrenteaftrek wordt verlaagd in een te traag tempo: slechts 0,5 procent per jaar, tot 38 procent. De regering dwingt bovendien nieuwe kopers nog steeds om volledig af te lossen. Dit zet huishoudens in het spitsuur van hun leven klem. Bovendien ontbreekt een logisch en consistent eindbeeld voor de fiscale behandeling van het eigen huis. De onrust op de woningmarkt kan door dit alles aanhouden. Het eigen huis zou moeten worden ondergebracht in box 3 van de belastingen. Dan worden eigen en geleend geld fiscaal gelijk behandeld. De prikkels voor overmatige schuldfinanciering verdwijnen.

De grootste houdbaarheidswinst (9 miljard euro) van Rutte II komt door veelal verdedigbare maatregelen in de zorg. Forse besparingen worden bereikt door de AWBZ te beperken tot zware, veelal intramurale zorg aan gehandicapten en ouderen. Burgers worden bovendien meer financieel verantwoordelijk gemaakt voor de ouderenzorg in de WMO.

De beleidsnadruk van Rutte II ligt evenwel te eenzijdig op problemen in de overheidsfinanciën. Deze zijn niet de oorzaak, maar het gevolg van problemen op de woningmarkt, bij de banken en in het pensioenstelsel. Balansproblemen ondermijnen het groeipotentieel van de Nederlandse economie. Het lukt daarom nauwelijks de staatsschuldquote omlaag te brengen, aangezien begrotingsconsolidatie leidt tot grotere schade in de economie.

In de woningmarkt moeten onvermijdelijke verliezen zo snel mogelijk worden genomen. Helaas komt de regering met een te magere fiscale regeling voor mensen met restschulden. Huizenbezitters die onder water staan, worden nog steeds ontmoedigd om te verhuizen. De woningmarkt dreigt ook hierdoor op slot te blijven.

Bij de banken bedrijft de regering voornamelijk symboolpolitiek van de transactiebelasting en een bankierseed. Ze biedt nauwelijks structurele oplossingen om het fragiele bankwezen weer gezond te maken. Banken zitten op verborgen verliezen bij vastgoedleningen. Deze moeten zo snel mogelijk worden genomen. Het bankwezen is veel te afhankelijk geworden van kortetermijnfinanciering voor langetermijninvesteringen, bijvoorbeeld voor hypotheken. Deze problemen knijpen de kredietverlening af aan innoverende ondernemers en starters op de woningmarkt. De mismatch tussen kortetermijnfinanciering en langetermijnleningen maakt bankbalansen bovendien te riskant. Het kabinet moet de voorwaarden creëren waaronder hypotheken en andere langetermijnleningen worden gefinancierd door langetermijnbeleggers, zoals pensioenfondsen.

Ook veel pensioenfondsen hebben te veel schuld opgebouwd. De waarde van de pensioenverplichtingen is te hoog ten opzichte van het opgebouwde vermogen. Hierdoor zijn de pensioenaanspraken onzeker geworden. Deze realiteit moet zo snel mogelijk worden erkend. Nominale pensioenaanspraken moeten daarom worden omgezet in voorwaardelijke pensioenrechten. Helaas verzuimt het kabinet de overgang naar voorwaardelijke pensioenrechten te ondersteunen en te regelen dat de pijn eerlijk wordt verdeeld over de generaties.

Het regeerakkoord bepleit terecht een Europese bankenunie met internationaal toezicht, een Europees depositogarantiestelsel, het delen van kosten van bankreddingen en herkapitalisaties en een crisisresolutieregime om insolvabele banken te herstructureren. Nederland heeft hier groot belang bij, vanwege zijn omvangrijke financiële sector.

Het regeerakkoord maakt alleen niet duidelijk hoe het kabinet zich zal opstellen in Europa. Onvoldoende concrete stappen worden bepleit om onhoudbare schulden in Griekenland, Ierland en Portugal zo snel mogelijk te herstructureren. Bij Europese banken moeten verborgen verliezen op oninbare bankschulden worden genomen. Failliete banken moeten worden gesloten. Niet-failliete banken moeten worden geherkapitaliseerd.

De economie wordt lamgelegd door een gebrek aan risicodragend vermogen bij banken, op de woningmarkt en in het pensioenstelsel, en de onzekerheid over het verdelen van onvermijdelijke verliezen. Ondernemers en starters op de woningmarkt, die de economie weer op gang moeten brengen, worden het hardst geraakt. De houdbaarheid van de overheidsfinanciën staat of valt met het opstarten van de economische motor, in Nederland en Europa.

Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg. Bas Jacobs is hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.