Column

Ondernemers in de zorg – hoe lang nog?

De gezondheidszorg is een financiële slokop waar iedereen profijt van heeft. De vraag wie de rekening betaalt, laait op. Het regeerakkoord kiest de linkse variant in het kwadraat: inkomensafhankelijke premies én inkomensafhankelijk eigen risico.

Maar tegelijkertijd bevestigt de coalitie de VVD-opvatting dat ook zorgbedrijven met wat mitsen en maren wél winst aan beleggers kunnen uitkeren. En, als extraatje: dat zorgverzekeraars minderheidsbelangen mogen nemen in zorgverleners.

Deze twee politieke keuzes over de prijs en over de structuur van de gezondheidszorg botsen. Neem, als praktijkvoorbeeld, de overname vorige week van het noodlijdende LangeLand ziekenhuis (Zoetermeer) door zorgondernemer Loek Winter. Hij kocht eerder de bijna bankroete IJsselmeerziekenhuizen en eind vorig jaar een deel van Zonnehuizen, een instelling in de geestelijke gezondheidszorg die uitstel van betaling had gekregen. Hij wordt de grootste ziekenhuisondernemer. Maar zorgbedrijven willen pas zaken met hem doen als het water tot de lippen staat.

Waarom zijn ze bang voor nieuwkomer Winter?

Het zegt iets over de geslotenheid van de sector dat hij pas geaccepteerd wordt als het echt niet anders kan. Zorginstellingen zijn meestal stichtingen zonder formeel winstoogmerk, al moeten zij wel winst maken om genoeg financiële buffers tegen verliezen op te bouwen. En het roept ook de vraag op hoe lang ziekenhuisbestuurders kunnen zeggen dat zij hun winst- en verliesrekening niet begrijpen. Wie niet weet waar hij zijn geld verdient, wordt zomaar afgetroefd door ondernemers die dat wel snappen en de krenten uit pap eten.

Wat willen ondernemers als Winter? Kwaliteit leveren, dienstverlening, maar bovenal geld verdienen. Zij dagen de bestaande orde uit, zij dagen de politici uit. Ondernemers willen groeien, hoe meer verrichtingen en patiënten hoe beter. Maar hun ambities staan haaks op het beleid van het vorige én van het nieuwe kabinet waarin Edith Schippers (VVD) minister van volksgezondheid is. Zij heeft de afspraken met verzekeraars en de zorgsector voor beheersing van de tomeloze groei nogmaals in het regeerakkoord laten schrijven.

Maar Haags papier is geduldig. Ondernemers juist niet. Zij wakkeren concurrentie aan. Concurrenten reageren, bijvoorbeeld met korter consult en lagere prijzen. Zo krijgt de groei extra impulsen. In reactie op de drang naar omzetgroei pleiten adviseurs als oud-minister Ab Klink (CDA) en sommige zorgverleners en verzekeraars juist voor een omslag. Zorgaanbieders niet belonen voor kwantiteit, maar voor kwaliteit. Wie kan de tegengestelde belangen onder één beleid vangen? De politieke keuze voor ondernemerschap én volumebeheersing zal het zorgstelsel verder onder druk zetten, met alle financiële gevolgen van dien.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.