Olifant Betty als kerstbal

Nu de regering ze verbiedt, wilde ik ze wel eens zien, die wilde circusdieren, begeleid door een verongelijkte dompteur. Dat viel nog niet mee. Bij Circus Herman Renz wil ‘roofdierendresseur’ Tom Dieck jr. niets zeggen voordat er meer duidelijkheid is. Bij Circus Renaissance krijg ik perswoordvoerder Andy Vreeman aan de telefoon. „Er is helemaal geen verbod op wilde circusdieren afgekondigd”, beweert hij stellig, en zwijgt dan. Nu ik weer.

„Op pagina 40 lees ik toch duidelijk…”

„Dat is geen verbod, dat is een vóórnemen. Daarvan moet je nog maar zien wat er van over blijft. En wilde dieren… wat is nu wild? Al die dieren zijn in kooien geboren! Nee, laten we het maar even rustig afwachten...”

Als ik niet mag komen kijken, moet het maar via internet. Al gauw stuit ik op allerlei filmpjes gemaakt door de Dierenbescherming. Die filmde bijvoorbeeld Olifant Betty, die in Circus Renaissance op een tafeltje klimt, aangespoord door een dompteur die haar prikt met een ‘olifantenhaak’. Achter de schermen zien we Betty in kleine hokken ongeduldig heen en weer zwenken.

De vereniging Wilde Dieren de Tent Uit deed in augustus van dit jaar aangifte tegen de dompteur, lees ik. Dat verklaart iets van die vijandige houding tijdens ons telefoontje. De vereniging zamelde geld in voor de juridische kosten en tegelijkertijd vraagt ook Circus Renaissance op zijn site om een donatie: om een nieuwe olifant aan te schaffen, als ‘maatje voor Betty’, die sinds 2006 alleen is en daarom slecht functioneert.

In 2008 deed de universiteit van Wageningen onderzoek naar circusdieren. De bevindingen zijn schokkend: 71 procent heeft medische afwijkingen, tweederde krijgt ondermaatse voeding, circusolifanten staan gemiddeld 17 uur vastgeketend, krijgen soms 22 uur geen drinkwater.

Anderhalve eeuw geleden kwamen er dierentuinen, met levende uitheemse beesten. Destijds getuigde dat van beschaving: het vermogen de wilde natuur te temmen, te onderwerpen en tentoon te stellen. Nu lijkt beschaving steeds meer een kwestie van met de natuur samenwerken, energie uit wind opwekken, uitstervende diersoorten beschermen, enzovoorts.

De kinderlijke sensatie bij het zien van een olifant die op een krukje staat is een barbaars relict dat appelleert aan die primitieve natuurtriomf. Net als het stierenvechten. En net als daar argumenteren barbaren dat het traditie is en bij de cultuur hoort.

Wat marginale symboolpolitiek lijkt, is in werkelijkheid een officiële erkenning van een keerpunt in onze beschaving. Dat is oneindig veelzeggender dan inkomensafhankelijke zorgtoeslag. Nu de circusdieren, straks de dierentuinen en in de verre toekomst de bio-industrie.

Wie daar nog niet klaar voor is, kan via de site van Circus Renaissance „alvast in de kerststemming komen door het aanschaffen van een prachtige handbeschilderde kerstbal voor 8,50 of 10 euro met de afbeelding van olifant Betty”.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.