Nieuwe dansmuziek

Cata.Pirata is de frontvrouw van Skip & Die. Ze zingt, rapt en schreeuwt in vijf talen. Welk genre is dit? „Ik voel me het beste thuis bij tropical bass.”

Nederland, Amsterdam, 23-10-2012. Portret van Skip and Die zangeres Cata Pirata. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Haar ouders voelden zich niet meer thuis onder het apartheidsregime in Zuid-Afrika, dus sloegen ze een wereldkaart open. De vader van Catarina Dahms wilde precies tussen Amerika, Europa en Afrika wonen en wees op een paar kleine stipjes in zee: de Azoren. Toen ze acht jaar oud was, verhuisden ze en begon het nomadenbestaan van Dahms.

Het album Riots in the jungle dat de Zuid-Afrikaanse nu heeft gemaakt met de Nederlandse producer Jori Collignon (bekend van Nobody Beats the Drum) bevindt zich ook tussen de continenten. Of op alle continenten tegelijk, het is net hoe je het bekijkt. Dahms (29) is als Cata.Pirata de frontvrouw van Skip & Die, de band die het duo oprichtte. Ze betreedt het podium met een berenmasker en fluorescerende highlights in het haar. Ze zingt, rapt, toast en schreeuwt in het Portugees, Afrikaans, Spaans, Nederlands en Engels. Tussen de beats van Collignon (31) zijn de townships te horen, maar net zo goed de favela’s van Brazilië, de straten van Delhi of Kingston Town. Collignon: „We hadden een heel hippie-achtig idee: laten we de wereld over trekken en met iedereen gaan samenwerken. Op die manier wilden we nieuwe wereldwijde dansmuziek maken.” Uiteindelijk bleek een reis ‘terug’ naar Zuid-Afrika genoeg.

Onder welk genre moeten we Riots in the jungle zoeken in de platenzaak?

Dahms: „Dat is lastig, merk ik. In Parijs zag ik dat we ergens onder techno stonden, tussen de keiharde dj’s.’’

Collignon: „Echt? Oh, die zag ik niet aankomen. Het punt is juist dat we alle genres door elkaar willen gebruiken. Een collage van stijlen.”

Dahms: „Ik voel me het beste thuis bij tropical bass, maar ik denk niet dat platenzaken daar al een vakje voor hebben.’’

Hoe is dat mondiale geluid van Skip & Die ontstaan?

Dahms: „Mijn achtergrond is een jungle van stijlen. Mijn ouders werkten in Zuid-Afrika aan een film tegen de apartheid en voelden zich niet meer thuis in het land. We verhuisden naar de Azoren, daarna gingen we naar Nederland. Op mijn achttiende ben ik naar Buenos Aires gegaan om daar te studeren en ik heb op Ibiza en in Engeland gewoond.’’

Riots in the Jungle is vooral de vrucht van een reis naar Zuid-Afrika.

Collignon: „In 2010 hebben we drie weken lang bijna elke dag met andere Zuid-Afrikaanse muzikanten gespeeld. De ene dag met een electroproducer in een nette studio in Kaapstad, de andere dag in een township met een traditionele marimbagroep. Ik had wat beats meegenomen, meer niet. Dan werden de bedden opgeklapt en kwamen er overal marimba’s [xylofoons, red.] vandaan. Het werd dan steeds drukker in zo’n hutje en aan het einde van de dag hadden we een nummer en kwamen er grote blikken bier tevoorschijn.’’

Dahms: „Zuid-Afrika is een heel divers land, dat nu cultureel opbloeit. We hebben een ingewikkelde geschiedenis, dus er is altijd wel iets om je tegen af te zetten. Dat maakt ons een beetje crazy.’’

De songteksten zitten ook vol verzet, maar waartegen eigenlijk?

Dahms: „Ik kan me heel druk maken om hebzucht en ongelijkheid in het leven, dat vloeit vanzelf ook in de muziek door.’’

Jullie hebben een echt studioalbum gemaakt, de opnames uit Zuid-Afrika zijn verwerkt tot dancetracks met studiomuzikanten. Live is de band vijfkoppig, zonder Collignon en zonder de Zuid-Afrikaanse gastmuzikanten. Wat blijft er nog overeind van het album?

Collignon: „Ja, dat is echt een ander verhaal. Het duurde lang voordat het album af was, dus we hebben al heel veel live gespeeld, onder meer op Lowlands en Noorderslag. Ik sta zelf niet op het podium, omdat ik vaak weg ben met mijn band Nobody Beats the Drum. Je moet op zoek naar andere arrangementen voor een live-set, wat in de studio werkt, werkt niet altijd op het podium. We zijn erg beatgericht, dus we hebben twee hele goede percussionisten.’’

Dahms: „Het is voor ons een ontdekkingstocht hoe we deze plaat live brengen, maar de bedoeling is altijd dat je aan het einde van een optreden elke spier in je lichaam hebt gevoeld. We willen uiteindelijk graag weer naar Zuid-Afrika om daar een tour te doen met alle muzikanten van het album.’’