Minister van Justitie moet zelf naar de rechtbank toe

In de slepende strafzaak rond het Rotterdamse Havenbedrijf en RDM moet voormalig burgemeester Opstelten zich verantwoorden.

1 september 2008 Met een druk op de knop heeft burgemeester Ivo Opstelten vandaag het opspuiten van Maasvlakte 2 in gang gezet. Daarmee is het startsein gegeven voor deze uitbreiding van de haven van Rotterdam. foto Ries van Wendel de Joode/Hollandse Hoogte wendel de joode/Hollandse Hoogte

Tien jaar geleden zaten ze nog vrolijk naast elkaar bij het eeuwfeest van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in het Nieuwe Luxor Theater. Ivo Opstelten als burgemeester van Rotterdam, Joep van den Nieuwenhuyzen als eigenaar van zijn jubilerende defensie-concern RDM.

Binnenkort treffen Opstelten en Van den Nieuwenhuyzen elkaar opnieuw op de Kop van Zuid, maar dan exact één gebouw verderop: de Rotterdamse rechtbank. Die gelastte gisteren dat de huidige – en naar alle waarschijnlijkheid ook volgende – minister van Justitie komt getuigen in de strafzaak die het ‘Havenschandaal’ is gaan heten. Het Openbaar Ministerie vermoedt dat er bij de ondergang van het RDM in 2004 heel wat is misgegaan.

Van den Nieuwenhuyzen is hoofdverdachte. Hij wordt verdacht van faillissementsfraude, valsheid in geschrifte, omkoping en meineed. Tot de medeverdachten behoort Willem Scholten, in Opsteltens tijd als burgemeester de grote man van het Rotterdamse Havenbedrijf. Hij werd twee jaar geleden in eerste aanleg door de rechtbank veroordeeld tot een jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, voor ambtelijke omkoping. In ruil voor gunsten door Van den Nieuwenhuyzen – gratis gebruik van een Antwerps appartement – had Scholten vanaf 2002 garanties verstrekt voor bankleningen aan het noodlijdende RDM, oplopend tot ruim 180 miljoen euro. Een betaling van 1,2 miljoen euro op een geheime Zwitserse bankrekening werd door de rechtbank niet als omkoping beschouwd. Zowel het OM als Scholten ging in hoger beroep.

Toen de RDM in de zomer van 2004 onttakelde, eisten de betrokken banken hun miljoenen op bij het Havenbedrijf. De raad van commissarissen en de gemeente Rotterdam als aandeelhouder zeiden de garanties aan RDM niet te kennen. Men stelde dat Scholten onbevoegd had gehandeld; hij werd ontslagen.

Voor Van den Nieuwenhuyzen is het allemaal onzin, al die aantijgingen. Hij heeft niets verkeerds gedaan en Scholten evenmin. „Willem verdient een lintje voor wat hij allemaal voor de stad gedaan heeft, geen straf”, zei hij al eens. Scholtens garanties waren destijds bedoeld als compensatie voor de RDM, die onder druk van de regering een miljardenorder voor de levering van onderzeeboten aan Taiwan had geannuleerd – aartsvijand China zou met een handelsboycot hebben gedreigd.

Volgens Van den Nieuwenhuyzen is Scholten helemaal niet buiten zijn boekje gegaan. Zo werkte dat nou eenmaal in de Rotterdamse haven: met een commercieel ingestelde directeur die ruime bevoegdheden van de stad had gekregen. Hij mocht deals met bedrijven en investeerders sluiten in het belang van de haven. Oogluikend werd Scholtens handelswijze door de gemeente gedoogd. Of ze was bij de meest betrokken ambtenaren en bestuurders bekend. Van den Nieuwenhuyzen zegt te kunnen aantonen dat „zeker honderd mensen van de zogenaamde onderonsjes tussen mij en Willem afwisten”. Als dat waar is, zou dat een groot deel van het strafdossier onderuit halen.

Graag zou Van den Nieuwenhuyzen nu dus eens aan de minister van Justitie, en oud-burgemeester, willen voorleggen wat hij van zijn deal met Scholten wist en wat de bevoegdheden van de havendirecteur waren. Behoort Opstelten dan volgens Van den Nieuwenhuyzen tot de intimi van de vermeende geheime afspraken op de hoogte was? „Ik weet niet of Ivo alles wist”, zegt hij desgevraagd, „maar ik ga ervan uit dat de burgemeester adequaat door zijn ambtenaren is geïnformeerd”.

Behalve Opstelten willigde de rechtbank aanvullende getuigenverhoren van acht anderen in, waaronder voormalig havenwethouder Wim van Sluis. Zij zullen zowel in de strafzaak van Van den Nieuwenhuyzen als in het hoger beroep van Scholten gehoord worden.

De rechtbank wees zeven andere getuigenverhoren af, evenals de door Van den Nieuwenhuyzen gewenste heropening van de zogeheten dataroom bij de Fiod. Daar zouden nog veel voor hem ontlastende documenten liggen die door justitie niet aan het strafdossier zijn toegevoegd. De rechtbank vindt dat de verdediging vorig jaar al voldoende toegang tot die dataroom heeft gekregen. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen Van den Nieuwenhuyzen vindt in april volgend jaar plaats.