Miljoenenspel om mobiele frequenties

Het Nederlandse mobiele net gaat onder de hamer. Vandaag start een grote frequentieveiling die de concurrentie onder telecomproviders moet vergroten. De animo valt echter tegen.

1Wat wordt er geveild?Het Agentschap Telecom biedt frequenties aan waarmee mobiele providers bijna 21 miljoen klanten bereiken – er zijn dus nogal wat Nederlanders die met twee telefoons rondlopen.

Om een betrouwbaar mobiel netwerk te bouwen is bandbreedte in meerdere smaken nodig: in de stad zijn hogere frequenties belangrijk (die kunnen meer gebruikers tegelijk aan) en lagere (die kunnen beter doordringen in gebouwen). Op het platteland zijn met name lagere frequenties nodig omdat die ook langere afstanden kunnen overbruggen. Dat scheelt in het aantal gsm-masten dat geplaatst moet worden.

Er worden 40 vergunningen geveild in de 800, 900, 1.800, 2.100 en 2.600 MHz-band. Het is een ingrijpende wijziging: ook de frequenties van het huidige gsm-net komen opnieuw beschikbaar.

2Wie doen er mee?De Tweede Kamer reserveerde veel ruimte voor nieuwkomers om de concurrentie onder de huidige drie telecomproviders (KPN, Vodafone, T-Mobile) te vergroten. Die veranderen hun prijzen nauwelijks ten opzichte van elkaar. Een hongerige prijsvechter kan de markt weer nieuw leven inblazen. De belangstelling voor de veiling valt echter tegen. Er hebben zich maar vijf partijen ingeschreven, waaronder nieuwkomers. Hoewel geheim is wie er zich aanmeldden is het onwaarschijnlijk dat een van de huidige providers niet meedoet: KPN, Vodafone en T-Mobile zullen hun eigen frequenties weer moeten kopen, anders kunnen ze dit onderdeel opdoeken. Blijft over: twee nieuwkomers. Vrijwel zeker zijn dat Tele 2 en de combinatie UPC/Ziggo. Beide hebben eerder al geïnvesteerd in mobiele frequenties.

3Hoe gaat de veiling in zijn werk?Agentschap Telecom, een overheidsorgaan, coördineert de veiling. Bij eerdere gelegenheden moesten deelnemers fysiek aanwezig zijn, in een hotel. Nu gaat het via internet: de drie biedingsronden worden bijgehouden door veilingsoftware die geïnstalleerd is op computers in de hoofdkantoren van de bieders. De biedingsronden duren maximaal twee uur, met telkens twee werkdagen ertussen. Als het snel gaat – dat wordt verwacht – kan de frequentieveiling in twee weken zijn afgerond.

4Wat gaat het opleveren?De duurste blokken, met lage frequenties, hebben een startprijs van 35 miljoen euro. En er is nog een blok waarvoor de veiling op 28,9 miljoen begint. De andere frequenties zijn een stuk voordeliger. Het is zeer de vraag of de vijf deelnemers allemaal een volledig pakket ambiëren en zo de prijs op zullen drijven: ze kunnen ook met overeenkomsten gebruik maken van elkaars netwerken. Zulke MVNO’s – telecombedrijven zonder eigen netwerk – beslaan nu al 36 procent van de Nederlandse markt. Een scenario is dat de bestaande spelers genoeg zullen bieden op de cruciale lage frequenties om nieuwkomers af te schrikken, maar vervolgens niet onderling in een biedingsstrijd verwikkeld willen raken. In dat geval blijft de opbrengst beperkt tot enkele honderden miljoenen euro’s.

In het verleden brachten frequentieveilingen veel geld op. De GSM-veiling van 1998 leverde het rijk 1,84 miljard gulden (830 miljoen euro) op, de UMTS-veiling in 2000 2,7 miljard euro. Dat was een spectaculair bedrag dat de telecomaanbieders bijna nekte. Ze staken zich diep in de schulden om 3G-netwerken te mogen bouwen en begonnen pas terug te verdienen na 2008, toen de iPhone naar Nederland kwam en 3G een massaproduct werd.

De laatste veiling, twee jaar terug, leverde 2,6 miljoen euro op. Toen werden de 2.600 MHz-blokken geveild voor het gebruik van LTE, de nieuwe generatie mobiele netwerken (4G). Er bleven kavels over, die nu opnieuw in de aanbieding gaan.

5Wat merkt de consument ervan?Providers mogen zelf weten voor welke technologie ze de toegewezen frequenties gaan gebruiken en er is maar een beperkte verplichting om met het verkregen spectrum daadwerkelijk een nieuw netwerk op te bouwen. Dat betekent dat nieuwkomers niet meteen de concurrentieslag aan hoeven te gaan. Het recente succes van de Franse provider Free bewijst dat een nieuweling de telecommarkt wel degelijk kan opschudden met stuntprijzen. De landelijke invoering van de nieuwe 4G-technologie LTE schiet niet hard op. Er wordt geëxperimenteerd met de 2.600 MHz frequenties, maar we zullen nog jaren moeten wachten op een 4G-net dat heel Nederland dekt.