Jokken over museumbeveiliging

Illustratie Nerilicon

In een huilerig stuk doet Ruud Spruit, voormalig directeur van het Westfries Museum in Hoorn, zijn beklag over de beveiligingsmaffia die directeuren van musea waar ingebroken is lastig valt (Brieven, 23 oktober). Sterker nog: de directeuren zijn slachtoffer van de beveiligingsmaffia. Spruit doet hier aan vervalsing van feiten. Zo kennen we hem ook. Als directeur van het Westfries Museum verwaarloosde hij stelselmatig de beveiliging van zijn museum, ondanks de herhaalde waarschuwingen die hij kreeg van zijn beveiligingsinstallateur – destijds Inital Varel.

Op 10 januari 2005 werd het Westfries Museum beroofd van 24 schilderijen en een aantal zilveren voorwerpen. Al deze gestolen stukken zijn nog steeds zoek. De dieven haalden de schilderijen niet alleen uit de lijsten, maar ook spijkertje voor spijkertje van de spieramen. Ze moeten daar veel tijd voor uitgetrokken hebben. Dat kon omdat ze overdag de bewegingsmelders hadden afgeplakt. Het museum had een beveiligingssysteem dat ver onder de norm was voor een museum. Maar, wat beweerde Spruit na de inbraak: het museum had een geavanceerd beveiligingssysteem en was het slachtoffer van zeer professionele criminelen. Ja, dat doe je dan als falende directeur: je liegt over je beveiliging en geeft criminelen een compliment met hun professionaliteit. Zelfs zeven jaar later heeft Spruit niets geleerd en jokt vrolijk verder over zijn rol en blijft fantaseren over minuscule chips waarmee je schilderijen na diefstal wereldwijd via gps kan volgen. Die chips kunnen met „nauwelijks zichtbare draadjes” in de lijsten – wat een nonsens! – voor criminelen verborgen blijven. Spruit klaagt dat het bedrijf dat deze techniek ontwikkelde andere prioriteiten gesteld heeft. Maar dat heeft het bedrijf helemaal niet, het heeft simpelweg Spruits droom niet waar kunnen maken.

Je krijgt bijna medelijden met Emily Ansenk dat Spruit haar bombardeert tot lotgenoot. Ik kan me niet voorstellen dat mevrouw Ansenk daar blij mee is. De beveiliging van de Kunsthal verdient geen schoonheidsprijs, daar is inmiddels genoeg over gezegd, maar de schaamteloze wijze waarop Spruit zijn museum destijds verwaarloosde, slaat werkelijk alles.

Ton Cremers

Museum Security Network