Jaroslaw Kaczynski ‘beschadigt’ de Poolse staat

In 2010 verongelukte het Poolse presidentiële vliegtuig. Een bericht over ‘explosieven’ doen de gemoederen nu opnieuw fel oplaaien.

„Wij eisen het aftreden van premier Tusks regering. Het kan niet zo zijn dat Polen geregeerd wordt door mensen die al dertig maanden een afschuwelijke misdaad verhullen.” De omstreden conservatieve Poolse oppositieleider Jaroslaw Kaczynski had zich voor zijn doen de laatste tijd niet opvallend geroerd. Maar deze week toonde hij zich weer zoals veel liberale Polen hem kennen: fel, snoeiharde beschuldigingen uitend, tot op het hysterische af.

Aanleiding was een artikel op de voorpagina van de Poolse kwaliteitskrant Rzeczpospolita. Dinsdag berichtte die krant dat onderzoekers onlangs „sporen van explosieven” hebben aangetroffen in het wrak van het presidentiële vliegtuig dat in 2010 crashte. Bij die ramp kwam de toenmalige president Lech Kaczynski om (de tweelingbroer van Jaroslaw), evenals 95 andere hoogwaardigheidsbekleders. Het was een van de grootste nationale tragedies in jaren.

Jaroslaw Kaczynski zag er het bewijs in dat zijn broer tóch was omgekomen bij een aanslag, en niet door een ongeluk zoals eerdere onderzoeken en de regering van Tusk in 2010 hadden geconcludeerd. Een aanslag gepleegd door de Russen. En in de doofpot gestopt door Tusk, die blij was van zijn politieke rivaal af te zijn. Kaczynski had het altijd al gezegd.

Voor Tusk was het reden om een persconferentie in te lassen. Daarmee laaide de politieke controverse over de ramp, tweeënhalf jaar na dato, weer in alle hevigheid op. Terwijl Tusk er een missie van heeft gemaakt de emotie uit de Poolse politiek te halen. Hij moest wel, want Polen was ontploft. Op de persconferentie was hij furieus. „Het is ontoelaatbaar dat de leider van de oppositie, om het zacht te zeggen, inaccurate informatie gebruikt om conclusies te trekken die de Poolse staat zo beschadigen.”

Hij doelde daarmee op de intrekking van het artikel van Rzeczpospolita, vlak na publicatie ervan. De hoogste militaire aanklager had er gehakt van gemaakt. Er waren „helemaal geen sporen van explosieven” gevonden, zei hij. Ja, er waren chemicaliën gevonden die in explosieven zitten. Maar die zitten ook in een hoop andere dingen. „Het verzamelde bewijs ondersteunt momenteel op geen enkele manier de suggestie dat de crash een moordaanslag was.”

Kaczynski reageerde weer op Tusk door opnieuw een persconferentie te houden. Daarin vroeg hij zich af of „de premier mij nu misschien ook wil vermoorden [...]”. Daarna begon hij over de dood van een technicus van de Poolse luchtmacht die een omstreden getuigenis had afgelegd in het onderzoek naar de ramp. De man had verklaard dat de luchtleiding in Smolensk, de Russische stad waarnaar het toestel op weg was, de piloten opdracht had gegeven laag te vliegen. De man had zich volgens het leger maandag verhangen. Maar volgens Kaczynski was het „veel waarschijnlijker dat het om moord” ging.

Toch zou Tusk ook blij kunnen zijn met de uitlatingen van Kaczynski. Zijn partij staat er slecht voor in de peilingen, vanwege ingrijpende economische hervormingen. De Poolse economie, de enige in Europa die ondanks de crisis de afgelopen jaren bleef groeien, begint de eerste tekenen van verzwakking te tonen.

Het fanatisme van Kaczynski heeft hem eerder geen goed gedaan. Mogelijk hebben de Polen ook meer moeite met politiek bedrijven over de ruggen van omgekomen prominenten, dan met recente genante onthullingen over de laatste rustplaatsen van die prominenten. Een aantal slachtoffers blijkt in verkeerde graven te liggen. Ze waren na het ongeval nauwelijks te identificeren. Ze moesten worden herbegraven. Een pr-ramp voor Tusk.