In een koud rijtjeshuis hunkeren naar de Spaanse kust

Morgen begint het Rewire-festival. Een van de acts is Palmbomen. De charismatische Kai Hugo staat als een eigentijdse Jean Michel Jarre tussen zijn synthesizers.

Den Haag heeft een nieuwe vrijplaats voor muziek en beeldende kunst gecreëerd. Het Rewire-festival, dat komend weekend voor de tweede keer gehouden wordt, biedt onderdak aan onbekende muzikale acts die op bijzondere locaties optreden. Dat de organisatie een goede neus heeft voor onbekend talent bleek bij de eerste editie, toen destijds nog obscure groepen als Holy Other en Washed Out aantraden. De concerten vinden plaats in de buurt ‘Rondom De Energiecentrale’, in een voormalig magazijn, een kerk en een oud kantoor van de indrukwekkende krachtcentrale.

Een van de acts is het Nederlandse Palmbomen. Palmbomen is niet alleen een aantrekkelijke naam, Palmbomen heeft ook een veelbelovend eigen geluid. Afgezien van een in 2011 verschenen ep met vier nummers is het nog wachten op de eerste cd. Maar de recent verschenen single Black Safari is alvast een feest van deinende klanken, op de grens van dance en pop, met invloeden uit diverse windstreken, zoals Italo-disco en Caribische zomerritmes.

Palmbomen is het project van Kai Hugo (25, Dordrecht) die op dit moment gevestigd is in Berlijn. Hugo werkt voornamelijk alleen, maar treedt op als trio. Tijdens het onlangs gehouden Amsterdam Dance Event presenteerde hij de nieuwe live-show: met bassist Ben Rider en drummer Kevin Miller als begeleiders.

Hoewel er veel elektronica te horen is, laat Palmbomen zich beter indelen bij acts uit Los Angeles als Ariel Pink’s Haunted Graffiti en John Maus, zegt Hugo. „Ik maak geen electronic dance music, ik ben niet per se geïnteresseerd in beats. Ik ben geïnteresseerd in songschrijven. Binnen een liedje wil ik verder reizen, van het ene patroon naar een volgend patroon. Ook iemand als Ariel Pink maakt echte liedjes, maar kleedt ze aan met elektronica.” De nummers van Palmbomen komen op een intuïtieve manier tot stand, vertelt Hugo. „Ik maak eerst schetsen. Dan komen Ben en Kevin naar Berlijn en spelen we een week lang allerlei varianten op mijn thema’s. Als zij weg zijn, begin ik te bouwen met hun baslijnen en drumpartijen. Ik knip en plak en leg lagen over elkaar heen, tot het voor mij goed zit.”

Hugo studeerde aan de HKU in Utrecht, onder meer geluidstechniek. „Ik leerde ook programmeren. Daar pluk ik nu de vruchten van. Ik werk in het weekend vaak als dj. Vroeger met platen, maar inmiddels heb ik een programmaatje geschreven waarmee ik nummers in stukjes kan opdelen en ter plekke kan manipuleren. Dat is nog leuker dan platen draaien.”

Een ander programma reguleert tijdens optredens het licht. „De lichten reageren op wat wij spelen. Via algoritmes wordt bijvoorbeeld de toonhoogte omgezet in licht, kleuren en ritmische patronen.”

Optredens van Palmbomen zijn opwindend, met de charismatische Hugo als een eigentijdse Jean Michel Jarre tussen zijn synthesizers. Zijn hoge stem klinkt als een uitgelaten groep meisjes op het schoolplein en de synthesizers bonken warmbloedig. Volgens Hugo ontstaat die warmbloedigheid doordat hij uitsluitend twee synthesizers gebruikt, de analoge ARP 2600 en Roland Jupiter-4, die, zegt hij, van zichzelf een warme klank met gruizige ondertoon hebben.

Hij is een liefhebber van kitsch, muzikaal en anderszins. „Ik kijk vaak naar YouTube-filmpjes van bijvoorbeeld Frank van Etten, een Nederlandse amateurzanger die Hallelujah zingt in een eigen Nederlandse vertaling. Dat is mooi van vreselijkheid. Ik hou van dingen die niet volgens het boekje zijn. Daarom is veel synthesizermuziek uit het begin van de jaren tachtig voor mij zo inspirerend: dat was de tijd dat mensen voor het eerst thuis met taperecorders hun eigen muziek konden opnemen, gewoon zelf, zonder producer, zonder begeleiding. Het klopte vaak niet, maar ze kwamen op rare vondsten.” Volgens hem zijn veel muzikanten op zoek naar ‘vreemde dingen’. „Niet dat ik wil lijken op Frank van Etten, maar zijn aanpak brengt me wel op ideeën.”

En waarom ‘Palmbomen’? „Palmbomen slaat op de mensen hier in het Noorden, die hunkeren naar de Spaanse kust. Maar ondertussen zitten ze in een rijtjeshuis in koud Nederland. Die treurnis, dat vind ik mooi.”

Pop

Palmbomen

3/11 Rewire, Den Haag; 1/12 Le Guess Who, Utrecht.