Hij had ook in die trein kunnen zitten

Simon Tahamata (56) was publiekslieveling én voorvechter van de Molukse zaak. Deze week verscheen er een boek over hem.

Redacteur Voetbal

Huizen. Willem van Hanegem kan de muurschilderingen in de gevangenis van Veenhuizen nog zo uittekenen. „Het leek net of je op een schip zat en Ambon voor je lag. In de lucht vlogen witte duiven”, vertelt de oud-voetballer, die eind jaren 70 met voetbalvriend Simon Tahamata een bezoek bracht aan Molukse treinkapers. „We hebben in een zaaltje met ze gevoetbald. Ik was met die mensen begaan”, zegt Van Hanegem. „Voor mij waren dat helden”, vertelt Tahamata.

Deze week gingen de gedachten in het Moluks gemeenschapshuis Gosepa in Huizen automatisch terug in de tijd bij de presentatie van het boek Simon Tahamata; en de andere Molukse voetbalhelden in dienst van Oranje, geschreven door journalist Tonny van der Mee. De profvoetballer Tahamata brak door in een tijd waarin Molukkers voor grote opschudding zorgden met gijzelingsacties in Drenthe waarbij doden vielen. De Molukkers voelden zich miskend en eisten dat Nederland zich zou inzetten voor de stichting van de zelfstandige Republik Maluku Selatan in Indonesië.

Tahamata hield zich afzijdig van de acties en groeide als voetballer van Ajax en Oranje uit tot een boegbeeld van de Molukkers. De vleugelaanvaller koesterde sympathie voor zijn landgenoten. Hij begreep dat er meer van hem verlangd werd dan van een ander, om een plek in de hoofdmacht van Ajax te verdienen. „Ik moest er altijd hard voor werken. Ik heb alles gegeven”, legt Tahamata uit. „Ik werd op het veld ook door tegenstanders vaak gewezen op mijn afkomst.”

Maar de 1.64 meter lange voetballer had zo veel talent, dat hij al snel zijn ploeggenoten en het publiek voor zich innam. „Ik kan me nog heel goed voor de geest halen dat Tahamata met Jong Ajax in De Meer zijn debuut maakte tegen Jong De Graafschap”, zegt David Endt, die twee jaar met hem samen speelde bij Ajax. „Hij maakte die dag een prachtig doelpunt met zijn hoofd. We waren heel blij voor hem, omdat Tahamata liet zien wat hij kon. Zijn familie op de tribune feestte mee.”

Tahamata debuteerde in oktober 1976 in het eerste elftal van Ajax. Ajax walste die dag met 7-0 over FC Utrecht heen, Tahamata viel in voor Frank Arnesen. Met Tahamata als hangende linkerspits kreeg Ajax weer iets van de glans terug uit de glorietijd van Johan Cruijff. Op 1 mei 1977 werd Tahamata voor het eerst landskampioen. In het Olympisch Stadion won Ajax de kampioenswedstrijd tegen FC Amsterdam met 3-2. „Tahamata was een heel mooie speler”, herinnert journalist Frits Barend zich. „Het is alleen jammer dat hij nooit een grote doorbraak heeft gemaakt.”

Tahamata werd vaak tegen wil en dank geconfronteerd met acties van Molukse jongeren, die een paar weken na de titel van Ajax een intercitytrein tussen Assen en Groningen kaapten. Tegelijkertijd gijzelden andere Molukkers leerlingen op een basisschool in Bovensmilde. Tahamata werd gedwongen stelling te nemen. „Hoe kunnen wij anders de aandacht van Nederland en de wereld trekken voor onze rechtvaardige eis voor een eigen, onafhankelijk en niet onderdrukt Ambon”, zo luidde zijn reactie.

Ongewild werd Simon Tahamata een groot pleitbezorger voor de Molukse zaak. „Ik liep niet te koop met mijn afkomst, maar ik moest kleur bekennen”, zo zegt hij in het boek. „Ik had een van die jongens in de trein kunnen zijn. Daar moet je niet schijnheilig over doen. Op de trainingen werd ernaar gevraagd. Ik probeerde uit te leggen waarom het zo gekomen is. De meeste Nederlanders wisten niets van de achtergrond van Molukkers.”

Tahamata vertrok in 1980 met pijn in het hart bij Ajax, dat hem verkocht aan Standard Luik. Volgens oud-ploeggenoot Endt zou Ajax hem mede vanwege zijn afkomst hebben laten gaan. Endt, in het boek: „Als de kapingen niet hadden plaatsgevonden, was het vooroordeel er ook geweest, maar niet zo sterk. Nu was er een motief om hem weg te doen.”

Tahamata haalde in Luik op sportieve wijze zijn gram. In dienst van Standard en later Feyenoord liet hij nog jaren zijn klasse zien en gold de balverliefde voetballer als voorbeeld voor tal van Molukse spelers.