Herwaardering poldermodel is slecht voor de arbeidsmarkt

Werkgevers en werknemers mochten weer aanschuiven bij het formatieoverleg. Dit is ondemocratisch, betogen Dieuwertje Kuijpers en Dian van Leeuwen.

Het regeerakkoord lijkt het poldermodel weer nieuw leven in te blazen. ‘We streven naar overeenstemming met de sociale partners over een sociale agenda’, aldus de VVD en de PvdA.

Wij plaatsen hierbij de nodige vraagtekens, in onze jongste publicatie over arbeidsmarkt en pensioenen. Het hernieuwde overleg met werkgevers en werknemers zal de hoognodige flexibilisering van de arbeidsmarkt in de weg staan. Wij willen liever de markt weer terugbrengen in de arbeidsmarkt.

In wiens belang is het dat werkgevers en werknemers mochten aanschuiven bij de formatieonderhandelingen? Het is buitengewoon vreemd dat niet-democratisch gekozen organen mogen meedenken – en uiteindelijk meebeslissen – over belangrijke zaken die de hele beroepsbevolking aangaan, hoewel maar 17 procent van de beroepsbevolking lid is van een vakbond. Toch beslissen de vakbonden mee over regelingen waarnaar 80 procent van de beroepsbevolking zich dient te schikken.

En zijn deze regelingen nou zo goed voor de arbeidsmarkt? Afgedwongen loonmatiging resulteert erin dat investeringen in arbeid aantrekkelijker zijn dan investeringen in andere vormen van kapitaal. Op de lange termijn leidt loonmatiging er zelfs toe dat de lonen niet langer in verhouding staan tot de economische werkelijkheid van vraag en aanbod.

De Nederlandse arbeidsproductiviteit is sinds de jaren tachtig relatief laag. Ook wordt er – door de langdurige loonmatiging – meer op de prijs geconcurreerd dan op kwaliteit. Dit is slecht voor de innovatie. Laat Nederland het de komende jaren daar nou nét van moeten hebben.

De langdurige loonmatiging toont het gebrek aan een economische langetermijnvisie in het regeerakkoord. Daarom plaatsen wij onze vraagtekens bij de mate van expertise van de vakbonden.

Ten tweede verhinderen dergelijke belangengroeperingen die invloed uitoefenen op de beslissingen van staatsorganen – ofwel, corporatisme – dat ondernemerschap kans krijgt om te bloeien. Zo proberen werkgevers- en werknemersorganisaties krampachtig om zzp’ers een plek te geven in het poldermodel, hoewel zij noch werkgever noch werknemer zijn. Vooral de ‘beschermende’ houding van de vakbonden ten aanzien van zzp’ers is ongepast. Zelfstandige ondernemers zijn juist zzp’er geworden om zelfstandig te kunnen ondernemen. Zich voegen naar regeltjes en richtlijnen en zich continu op rechten beroepen, ervaren zij als een juk. Dit is precies wat hen onderscheidt van werknemers. Het willen ‘beschermen’ van zzp’ers komt in er in de praktijk op neer dat zij krampachtig in het hokje van pseudowerknemer worden gestopt. Het resultaat hiervan is dat de goedbedoelde regels ter bescherming in de praktijk belemmerend werken en zzp’ers dwingen zich te gedragen als de werknemers die ze juist niet willen zijn.

De oplossing hiervoor is allereerst het versterken van ondernemingsraden met niet-vakbondsleden. Vakbonden hebben dan niet langer het voorrecht om als eerste en enige kandidaten aan te dragen voor een OR – dit is in dat geval ook aan de werknemers van het desbetreffende bedrijf. De bestaande constructie bevat het risico dat belangen de overhand krijgen en dat er zaken worden goedgekeurd waarvoor geen draagvlak bestaat. Deze mogelijkheid is kleiner als ondernemingsraden invloed kunnen uitoefenen op hun directe werkgever.

Ten tweede vinden wij dat er duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen schijnzelfstandigheid en zelfstandig ondernemerschap. Op deze wijze kunnen professionals komen bovendrijven en worden louche constructies – zoals bij postbezorgers of thuiszorgmedewerkers – ontmoedigd. Pas dan kunnen zzp’ers gezien worden als volwaardige zelfstandigen, en niet als een groep ontheemden die hulp nodig heeft in de vorm van beschermende maatregelen.

Voor liberalen is vraag en aanbod de meest democratische – en hiermee ook neutrale – wijze om te bepalen wat een individu aan loon verdient. Corporatisme dat dit democratische proces van vraag en aanbod verstoort, vraagt om gezond liberaal wantrouwen. In deze dynamische samenleving is er geen plaats voor vastgeroeste jarenvijftigstructuren, maar is het tijd om op de arbeidsmarkt de markt te laten spreken – opdat innovatieve, ondernemende mensen de mogelijkheden hebben om innovatief en ondernemend te zijn.

Dieuwertje Kuijpers is scribent van het Teldersgeschrift over arbeidsmarkt en pensioenen, dat vanochtend werd gepresenteerd, en wetenschappelijk medewerker van de prof. mr. B.M. Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme en de VVD. Dian van Leeuwen is voorzitter van de werkgroep arbeidsmarkt en pensioenen en curator van de prof. mr. B.M. Teldersstichting.