Harry Mulisch had eigenlijk gelijk

Twintig jaar geleden voerden op de Balkan diverse bevolkingsgroepen oorlog met elkaar. Dat deed bij Mulisch héél even een gevoel van solidariteit opvlammen. De schrijver, vertoevend in Venetië, noteerde op 10 augustus 1991: „In de sprookjesachtige zomeravond, tijdens het luxueuze, Aschenbachachtige diner op het terras, gevoel van perversiteit – in de wetenschap dat een paar honderd kilometer verderop Kroaten en Serviërs elkaar afslachten, terwijl in Bari duizenden gevluchte Albaniërs aan land proberen te komen.”

Gelukkig herstelt Harry Mulisch zich in de volgende zin, anders had dat hele Aschenbachachtige diner zo de varkenstrog in gekund: „Houvast gevonden in de zekerheid, dat ook zij rustig hadden doorgegeten als de rollen waren omgedraaid.”

Het is één van de spaarzame en onbedoeld vermakelijke passages uit Logboek, het zojuist gepubliceerde notitieboek dat Mulisch in 1991 en 1992 bijhield ten tijde van het voltooien van De ontdekking van de hemel. Bijna had het al in 2008 in de boekhandel gelegen, maar Mulisch hield dat op het laatste moment tegen.

Een boek voor de allerfijnste fijnproever, want hoeveel ‘Mulisch’ er met de Herenclub-diners (door Mulisch ‘Deftig Links’ genoemd), verwekte zonen en hoogtronige onderonsjes met Amos Oz of Simon Peres ook inzit, veel licht wordt er met deze notities op dat boek niet geworpen. „H54 voltooid.” „H60 klaar, stevig voorwaarts in H61.” En nog summierder: „Weinig.”

„Een intieme blik in hoofd en hart van de schrijver”, werd er vier jaar terug al over het boek in de aanbiedingsfolder geschreven. Laten we het maar niet doen, zei Mulisch toen. Terecht.

Harry Mulisch: Logboek. De Bezige Bij, 255 blz, 18,90.