‘Elke spier moet je voelen aan het eind’

Skip & Die klinkt van over de hele wereld. En dat klopt. Opnames in Zuid-Afrika en elders zijn in de studio gemixt met beats. „We willen alle genres door elkaar gebruiken.”

Cata.Pirata en producer Jori Collignon. Foto Andreas Terlaak

Haar ouders voelden zich niet meer thuis onder het Apartheidsregime in Zuid-Afrika, dus pakten ze een wereldkaart. haar vader wilde precies tussen Amerika, Europa en Afrika in wonen en wees op een paar kleine stipjes in zee: de Azoren. Toen Catarina Dahms acht jaar oud was, verhuisden ze en begon een nomadenbestaan.

Ook het album dat de Zuid-Afrikaanse nu heeft gemaakt met de Nederlandse producer Jori Collignon (Nobody Beats the Drum) bevindt zich tussen de continenten. Of op alle tegelijk. Dahms (29) is als Cata.Pirata de frontvrouw van Skip & Die, de band die het duo oprichtte. Ze betreedt het podium met een berenmasker en fluorescerende highlights in het haar. Ze zingt, rapt, toast en schreeuwt in het Portugees, Afrikaans, Spaans, Nederlands en Engels. Tussen de beats van Collignon (31) hoor je de townships, maar ook de favela’s van Brazilië, de straten van Delhi en Kingston Town.

„We hadden een heel hippieachtig idee”, zegt Collignon: „Laten we over de wereld trekken en met iedereen gaan samenwerken. Zo wilden we nieuwe wereldwijde dansmuziek maken.” Uiteindelijk bleek een reis terug naar Zuid-Afrika genoeg.

Waar moeten we Riots in the Jungle zoeken in de platenzaak?

Dahms: „Dat is lastig, merk ik. In Parijs zag ik dat we onder techno stonden, tussen de keiharde dj’s.”

Collignon: „Echt? Oh, die zag ik niet aankomen. Het punt is juist dat we alle genres door elkaar willen gebruiken. Een collage van stijlen.”

Dahms: „Ik voel me het beste thuis bij tropical bass, maar ik denk niet dat platenzaken daar al een vakje voor hebben.”

Hoe is dat mondiale geluid van Skip & Die ontstaan?

Collignon: „Ik heb lang in de band van C-Mon & Kypski gezeten. Dat was heel sample-gericht. Het zoeken op vlooienmarkten naar obscure Turkse platen is bij mij verschoven naar het zelf op reis gaan en het ontdekken van andere muzikanten en stijlen. Met mijn westerse producerservaring probeer ik daar dan een geheel van te maken.”

Dahms: „Mijn achtergrond is een jungle van stijlen. We verhuisden van Zuid-Afrika naar de Azoren, daarna naar Nederland. Op mijn achttiende ging ik naar Buenos Aires om daar te studeren en ik heb op Ibiza en in Engeland gewoond.”

‘Riots in the Jungle’ is de vrucht van een reis naar Zuid-Afrika?

Collignon: „In 2010 hebben we drie weken lang bijna elke dag met andere Zuid-Afrikaanse muzikanten gespeeld. De ene dag met een electroproducer in een nette studio in Kaapstad, de andere dag in een township met een traditionele marimbagroep. Meestal hadden we ’s ochtends geen idee wat we gingen doen. Ik had wat beats meegenomen, meer niet. Dan werden de bedden opgeklapt en kwamen er overal marimba’s vandaan. Het werd dan steeds drukker in zo’n hutje en aan het einde van de dag hadden we een nummer en kwamen er grote blikken bier tevoorschijn.”

Dahms: „Zuid-Afrika is een heel divers land, dat nu cultureel opbloeit. We hebben een ingewikkelde geschiedenis, dus er is altijd wel iets om je tegen af te zetten. Dat maakt ons een beetje crazy.”

De songteksten zitten ook vol verzet, maar waartegen?

Dahms: „Ik kan me heel druk maken om hebzucht en ongelijkheid, dat vloeit vanzelf de muziek in.”

Collignon: „We gebruiken veel stijlen, maar het is allemaal straatmuziek. Het zijn favelabeats en townshipbeats, het gaat om mensen die vrijheid zoeken. Maar het gebeurt wel allemaal feestelijk.”

Jullie hebben een studioalbum gemaakt, de opnames uit Zuid-Afrika zijn verwerkt tot dancetracks met studiomuzikanten. Wat blijft daar live van overeind?

Collignon: „We hebben al heel veel live gespeeld, onder meer op Lowlands en Noorderslag. Ik sta zelf niet op het podium, omdat ik vaak weg ben met Nobody Beats the Drum. Je moet op zoek naar andere arrangementen, wat in de studio werkt, werkt niet altijd op het podium. We zijn erg beatgericht, dus we hebben twee hele goede percussionisten.”

Dahms: „Het is voor ons een ontdekkingstocht hoe we deze plaat live brengen, maar de bedoeling is altijd dat je aan het einde van een optreden elke spier in je lichaam hebt gevoeld. We willen uiteindelijk graag weer naar Zuid-Afrika om daar een tour te doen met alle muzikanten van het album.”

Clubtour: 2/11 Tivoli De Helling, Utrecht; 3/11 Burgerweeshuis, Deventer; 8/11 013, Tilburg; 9/11 Vera, Groningen; 16/11 Rotterdam Beats