'Elke crisis eindigt met meer Europa'

Frans van Daele, regisseur achter de schermen in Brussel, neemt afscheid. ‘Elke crisis eindigt met meer Europa’, zegt hij. ‘Solidariteit is essentieel’.

Frans Van Daele, vertrekkende kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy © Bart Dewaele Bart Dewaele, BDW

Veel vertalers in het Europese vergadergebouw in Brussel zijn blij dat Frans Van Daele vandaag met pensioen gaat. Maar de meesten zien met spijt dat de man vertrekt die de afgelopen drie jaar als kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy een van de meest invloedrijke mannen van Brussel was.

De vertalers werden soms knettergek van hem. Van Daele heeft de gewoonte middenin een betoog van taal te veranderen. Hij switcht van Frans naar Nederlands, Engels, Duits of Italiaans. Van Rompuy en hij, studievrienden van de Leuvense universiteit, gebruiken ook constant Latijnse gezegdes.

Het belangrijkste wat hij geleerd heeft in veertig jaar Brussel is dat de tijd gaat snel voorbijgaat, zegt Van Daele. „En dat elke crisis eindigt met meer, niet minder Europa.”

Van Daele ziet drie grote veranderingen. „Veertig jaar geleden werden welvaart en welzijn in Europa door veel mensen gezien als verworvenheden van het Europese project. Nu zijn ze dat voor een stuk uit het oog verloren. Vrede en welvaart zijn vanzelfsprekend geworden.”

De tweede belangrijke verandering is de enorme groei van de Unie. „Ik herinner me dat we hier met zes ambassadeurs zaten”, zegt Van Daele. „Nu zijn we met 27. Er zijn meer meningen en belangen. Het overbruggen daarvan is moeilijker geworden. Vroeger zeiden Belgen en Nederlanders: eerst moet je Europa verdiepen, dan pas uitbreiden. Maar het is ook andersom: uitbreiding brengt verdieping teweeg. Kijk naar de crisis. De druk om méér te integreren is groter dan ooit.”

Wat is de derde verandering?

„Hoe meer nationale bevoegdheden naar Brussel worden overgeheveld, hoe meer regeringen en burgers vragen: worden wij wel genoeg gehoord? Dit heeft geleid tot twee belangrijke ontwikkelingen. Het Europees parlement is machtiger geworden en nationale parlementen worden straks meer bij de Brusselse besluitvorming betrokken. En er is nu een permanente voorzitter voor regeringsleiders is, zodat ook hún stem beter doorklinkt. Mijn taak was contact houden met alle hoofdsteden. Iedereen wordt gehoord. Mijn baas bezoekt ze eens per jaar allemaal.”

Toch vinden de kleintjes Frankrijk en Duitsland nog te machtig?

„Berlijn en Parijs spelen de traditionele rol van voortrekker. Dit is altijd de ruggegraat geweest van het Europese project en zal dat altijd zijn.”

Sommigen verwijten Berlijn dominantie.

„Het klopt dat Duitsland zich tot sterk land heeft ontwikkeld. Maar het zoekt die dominantie absoluut niet. Daarom wil Duitsland een sterk, geïntegreerd Europa. Alleen zo’n Europa wordt een sterk Duitsland door anderen geaccepteerd.”

In de crisis heeft Duitsland toch de luidste stem?

„Vergeet niet, onze munt is een geschenk geweest van de Duitsers. Zij gaven hun sterke Mark op voor de euro. Nu willen zij die munt beschermen. Dat is hun goed recht. Als bondskanselier Merkel zegt dat dit of dat moet gebeuren, is dat altijd in een Europese context. Zij wil meer Europa, niet meer Duitsland.”

Nederland huivert voor meer Europa.

„We moeten de weeffouten van de muntunie repareren. Daar is Nederland bij gebaat. Toen de munt er kwam, hebben wij er twee sloten op gezet. Eén: gij zult geen tekorten meer maken. Twee: de ECB krijgt tot doel om prijsstabiliteit te bewaken, meer niet. We dachten dat dit genoeg was. Die sloten zijn door de crisis onklaar geraakt. Het eerste slot is in 2003-2005 gekraakt toen de begrotingsteugels werden gevierd. De groeiende bankensector gaf de economie de middelen om het tweede slot te omzeilen. Zo ontstonden de fameuze bubbels.”

Eerst werden politici opgejaagd door de markten. Pakken ze nu het initiatief terug?

„‘Terugpakken’ ruikt te veel naar competitie. Zo zou ik het niet formuleren. We doen alles stap voor stap en zijn redelijk ver. Eerst beseften we dat we snel een noodfonds moesten opzetten. Daarna moesten we de twee sloten repareren. We hebben strenge begrotingsdiscipline doorgevoerd en zijn bezig de financiële sector te reguleren. Nu zijn we druk met het sluitstuk: meer economische convergentie tussen landen. Het reparatiewerk is voor tweederde gedaan. Wat mij opvalt, is dat regeringsleiders middenin een crisis vertrouwen houden in Europese instellingen. Instellingen zijn soms niet populair, maar ze geven duurzaamheid.”

Ligt het accent niet te veel op begrotingsdiscipline?

„We komen nu toe aan het quid pro quo: solidariteit. Solidariteit is óók fundamenteel in Europa, we moeten daar aandacht voor hebben. Velen dachten dat solidariteit de vorm zou krijgen van eurobonds [waarbij landen staatsschuld samenvoegen, red.]. Maar sommigen zijn daar niet klaar voor. Nu is er een ander idee: dat je de eurozone een ‘financiële capaciteit’ geeft.”

Waarom zegt u niet gewoon ‘eurobegroting’?

„Een begroting is een vooruitzicht op continue Unie-uitgaven. Wat wij voor ogen hebben, is een instrument dat je kunt gebruiken als verzekering, als een land enorme economische schokken te verduren krijgt, of als stimulans om te helpen economische hervormingen door te voeren.”

Nederland is sceptisch en heeft de reputatie overal tegen te zijn?

„Nederland heeft als medeoprichter van de Unie en als land dat mooie economische resultaten neerzet, een belangrijke stem. Maar goed, we stellen vast: Nederland zegt vaak ‘ho maar, wacht even’. Dan moet je toch even nadenken. Sommigen raken daar geïrriteerd van. Maar daar schieten we niets mee op, dus wij proberen voorwaarden te scheppen om Nederland zijn volle gewicht in de schaal te laten leggen.”

Uw opvolger is weer een Belg. Kunnen Belgen zo goed politiek ‘loodgieten’?

,,België is een complex land. Ik zou mezelf trouwens geen loodgieter noemen. Ik ben beter in timmeren. Het leuke van deze baan is dat je klankbord bent van de president. Je test samen ideeën uit. Ook heb je contact met kabinetschefs en adviseurs van regeringsleiders. Je geeft advies, in de hoop dat zij dat doorgeven aan hun chef. En het is fijn om te zien als dat effect heeft.”

    • Caroline de Gruyter