Een overdosis Spaanse trots

Spanje en Duitsland staan in de eurocrisis vaak recht tegenover elkaar. Heilloos, zegt de Duitse Spanje-expert Juergen Donges. Trots zit Spanje in de weg.

Juergen Donges heeft zijn directe omgeving veel uit te leggen over de eurocrisis. De Duitse topeconoom werd geboren in Sevilla en bracht een groot deel van zijn jeugd door in Madrid. Hij heeft een Spaanse vrouw, een uitgebreide schoonfamilie, Spaanse vrienden en een tweede huis in de bergen nabij Madrid. Maar hij woont en werkt al decennia in Duitsland, waar hij een belangrijk economisch adviseur van de bondskanseliers Helmut Kohl en Gerhard Schröder was. En ook met bewindslieden en functionarissen van de huidige regering-Merkel heeft hij regelmatig contact.

Donges is thuis in twee landen die in de eurocrisis regelmatig lijnrecht tegenover elkaar staan: Spanje en Duitsland, respectievelijk het grootste zorgenkind en het rijkste en machtigste land van de muntunie. De relatie tussen beide is sinds het uitbreken van de crisis bekoeld. In de Spaanse en Duitse publieke opinie en pers laaien oude vooroordelen over en weer op. Donges ziet zich regelmatig gedwongen deze te ontkrachten, vertelt hij tijdens een vraaggesprek in een bar in zijn Madrileense bergdorp.

Donges: „In Duitsland moet ik vaak uitleggen dat de Spanjaarden echt geen siësta’s van vijf uur houden. Dat ze juist hard werken en veel uren maken, alleen niet zo efficiënt. Als ik hier in Spanje optreed, vertel ik vaak dat ik een manier weet om de arbeidsproductiviteit te verbeteren, van iedereen in de zaal. Namelijk: ontbijt voor je de deur uitgaat! Dan hoef je ook niet om elf uur alweer naar de kroeg. Dat scheelt je al gauw een half uur per dag.”

In Spanje moet Donges het vaak opnemen voor Angela Merkel, terwijl hij in Duitsland behoort tot de economen die de bondskanselier bekritiseren, omdat ze te ver zou gaan in de aanpak van de eurocrisis. Donges is vooral kritisch over haar instemming met het opkopen van staatsobligaties van probleemlanden door het euronoodfonds ESM en de Europese Centrale Bank (ECB).

Donges: „Ik vind het heel verwonderlijk dat Duitsland en de bondskanselier in het Spaanse politieke discours en in de Spaanse media als de slechteriken worden opgevoerd. In Duitsland wordt ze juist bekritiseerd omdat ze te slap zou zijn, niet te hard. Dat ze zich streng opstelt, maar op het moment van de waarheid toch toegeeft. Dat ze de een na de andere rode lijn overschrijdt.”

Spanjaarden die Merkel bekritiseren houdt hij voor dat „het toch normaal is dat je aan hulp voorwaarden verbindt? Niet om te pesten, maar om een probleem op te lossen. Als ik hier in Spanje met politici praat, probeer ik ze er ook van te overtuigen dat dit zelfs voor hen beter is. Ze kunnen altijd zeggen: ‘Ik moet dit doen omdat het van me geëist wordt’. Je kunt je zo verdedigen tegen belangengroepen als vakbonden of werkgeversorganisaties. Geef lekker iemand anders de schuld.”

Daarentegen ziet Donges media en politici in zijn geboorteland zich wentelen in een slachtofferrol. Bijvoorbeeld met het veelgehoorde verwijt dat Spanjaarden zich blijkbaar alleen met Duits geld diep in de schulden mochten steken toen ze er nog massaal Duitse auto’s van kochten. „Toen ik dat ooit hoorde, stelde ik de tegenvraag: ‘Waarom koopt u geen Seat Leon en wel een Audi?’ Nou, omdat een Audi beter is, was het antwoord. Dat is toch vréémd? Spanje heeft bijvoorbeeld een grote voorsprong op het gebied van toerisme, want het heeft zon en stranden die Duitsland niet heeft. Er gaan meer Duitsers hier op vakantie dan andersom. Maar Duitsers klagen toch ook niet over het negatieve effect hiervan op onze betalingsbalans?”

Een ander veelgehoord verwijt is dat Berlijn profiteert van de crisis omdat kapitaal uit Zuid-Europa nu een veilig heenkomen zoekt in Duitsland. Investeerders geven geld toe om Duitse staatsschuld te mogen kopen.

„Zij verkiezen veiligheid nu boven winstgevendheid. Je kunt een land toch niet bekritiseren omdat investeerders het aantrekkelijk vinden? Het bewijst bovenal hoe belangrijk het is om geloofwaardig te zijn. Het is het te volgen voorbeeld. Het heeft geen zin hierover te klagen. Bovendien: het zijn vaak Spanjaarden zelf die hun geld het land uit verschepen.”

Waarom wordt de Duitse positie zo slecht begrepen?

„Het lijkt er op alsof de Spanjaarden een beetje verrast zijn door de situatie waarin ze verzeild zijn geraakt. De Europese schuldencrisis werd als Griekse aangelegenheid gezien en Spanje was Griekenland niet. Maar toen de nieuwe regering [van premier Mariano Rajoy eind 2011, red.] aantrad, bleek de situatie toch ernstiger. En nu hebben ze te maken met toenemende druk van buitenaf, waarbij Duitsland het hoogste woord voert. De tegenreactie hierop is niet zo vreemd, als je naar crises in andere landen kijkt. Zeker onder politici is het gebruikelijk om een buitenlandse slechterik te zoeken en de aandacht af te leiden. Het is heel normaal. We hebben dit in Duitsland zelf ook gedaan.

„Maar wat me hier in Spanje verrast, is dat daar argumenten bij gezocht worden die soms erg vreemd zijn. Misschien is het dat de politici een overdosis hebben aan wat wij Spanischer Stolz (Spaanse trots) noemen. Dat dit hen dwarszit. Want als ik met mensen hier in het dorp spreek, hoor ik ook tegenovergestelde geluiden. Velen zeggen me: ‘Gelukkig is Merkel er nog’. Zij zien ook dat de zaken niet goed gaan, dat er wat gedaan moet worden, al doet het pijn. En dat als er geen druk van buitenaf zou zijn, die maatregelen niet getroffen zouden worden.

„Er lijkt een kloof te zitten tussen wat enerzijds politici en media melden, en wat anderzijds de man in de straat zegt. Die vindt het misschien ook moeilijk te begrijpen, maar ziet tenminste dat er een probleem is.”

Momenteel talmt Rajoy met het vragen van een tweede reddingsactie, waarbij zijn regering aanhoudend lekt dat Duitsland op de rem zou staan.

„Maandag zag ik Rajoy na zijn ontmoeting met [de Italiaanse premier, red.] Mario Monti opnieuw zeggen dat hij pas een redding vraagt, zodra hij dat noodzakelijk vindt. Dit is iets, dat ik niet begrijp. Wat ik van een regering verwacht, is dat ze een studie maakt van de economische situatie en dan bepaalt of een steunoperatie nodig is. Als daaruit blijkt dat je niet met eigen middelen uit de crisis kunt komen, vraag je de steun. Zo niet, hou er dan ook over op. Het Europees noodfonds is niet opgericht om er eindeloos om heen te draaien.

„Natuurlijk speelt hier het argument van de maatregelen die een gered land opgelegd krijgt door de trojka – of zoals ze hier zeggen: de mannen in het zwart. Maar dan zeg ik: die hervormingen en bezuinigingen zijn dezelfde die je moet treffen wil je het land weer op de rails krijgen. Het enige verschil is dat iemand van buiten elke drie maanden komt kijken hoe het gaat. In Duitsland leidt dit ja-nee-ja-nee van Spanje tot verwarring. Het is een bron van onzekerheid in de eurozone.”

U stelt graag de arbeidsmarkthervormingen ten voorbeeld die Duitsland vlak na de eeuwwisseling doorvoerde. Maar toen was er geen internationale kredietcrisis en Duitsland deed dit uit eigen beweging, het werd niet opgedrongen.

„Dit is een verschil, al ging het ook met Duitsland toen slecht. Maar dit type structurele hervormingen moet je nu eenmaal doorvoeren. In Spanje zijn ze al langer nodig. De noodzaak ervan is niet nu pas aan het licht gekomen of een bedenksel van Brussel. Er wordt door economen al veel langer om gevraagd. Alleen werd er eerder niet naar geluisterd.

„Stel u moet zich laten opereren aan uw maag en ik vertel dat ik ook zo’n ingreep heb moeten ondergaan. En u zegt: ‘Maar ik heb ook nog last van mijn been en ik ben verkouden’. Dan zeg ik toch: ‘Wat maakt het uit? U moet sowieso die maagoperatie ondergaan’. Het is onder de huidige omstandigheden inderdaad ingewikkelder, maar veel van die hervormingen kosten geen cent.”

De Europese Centrale Bank koopt nu tijd voor nationale regeringen. Verlicht zij de druk op bijvoorbeeld de Spaanse regering te veel?

„De druk is afgenomen, maar ik geloof niet dat dit blijvend is. Het is als een drug, je neemt hem in, bent high en later komt de kater. Ik geloof niet dat het goed is om het marktmechanisme van de rentestanden uit te schakelen. Als je de rentes kunstmatig laag houdt, zoals nu in feite gebeurt, dan neem je ook de toewijding weg bij de geredde landen om te doen wat ze zouden moeten doen. Rajoy zegt het zelf: zolang het verschil tussen de rente op Spaanse en Duitse staatsleningen de kritische grens van 600 basispunten niet overschrijdt, doe ik niks. Maar de markten, de investeerders, zullen zich op een gegeven moment heus wel weer afvragen: wat doet Spanje nu echt?”

Spanje kwam eerder uit crises via hoge inflatie en devaluaties. Duitsland is daar juist allergisch voor. Zijn zulke landen samen in één muntunie te handhaven?

„Wat mij in de loop der jaren tijdens mijn onderzoek in Spanje is opgevallen, is dat vroeger aan inflatie weinig aandacht werd besteed. Als de peseta steeg, kon men altijd devalueren. Mensen werden daardoor weliswaar armer, maar merkten daar minder van dan nu met de euro.

„Toen Spanje in de jaren negentig ging voldoen aan de criteria om te mogen toetreden tot de euro, begon de houding van het land jegens inflatie te veranderen. Nieuwe inflatiecijfers stonden niet langer ergens achter in de krant, maar op de voorpagina. Dit is ook na toetreding zo gebleven. Ook Spanjaarden zijn inflatie als iets kwalijks gaan zien, als een verborgen belasting. Nog niet zo sterk als de Duitsers, die door de erfenis van de jaren twintig en dertig misschien wat neurotisch zijn over inflatie. Maar deze mentaliteitsverandering is heel positief.”