Eén mijl glamour

De musical is een Amerikaanse uitvinding die inmiddels overal ter wereld wordt nagevolgd, maar nog altijd haar ultieme succes beleeft op Broadway.

Circa 1945: Actor Charles Fredericks (back) and Jan Clayton, performing in the musical "Show Boat." (Photo by Eileen Darby/Time & Life Pictures/Getty Images) Time & Life Pictures/Getty Image

Eén vierkante mijl, meer is het niet – het theaterdistrict van New York dat Broadway heet. In feite is Broadway natuurlijk de naam van de hele route, ruim dertien mijl lang, van het zuidelijkste naar het noordelijkste puntje van Manhattan. Maar voor de rest van de wereld staat die benaming vooral voor die overzichtelijke uitsnede rondom Times Square. Daar staan de theaters waar avond aan avond de wereldsuccessen – en de daverende flops, niet te vergeten – op musicalgebied worden gespeeld. Daar dromt het publiek in het begin van de avond samen op de trottoirs voor de fel verlichte theaters, daar lopen de jongste bediendes luidkeels de programmaboekjes te verkopen en daar ontstaat dus dagelijks de roezemoezerige reuring die laat zien dat hier iets bijzonders gaat gebeuren: een theatervoorstelling!

„De musical is Amerika's meest oorspronkelijke bijdrage aan de wereld van het theater”, luidde ooit het motto van een tentoonstelling over Broadway in het Museum of the City of New York. En dat klopt: de musical is een Amerikaanse uitvinding die inmiddels overal ter wereld wordt nagevolgd, maar nog altijd, tot op de dag van vandaag, haar ultieme succes beleeft op Broadway. Pas als op Broadway de kassa rinkelt, is de wereldhit een feit.

Twee musicals gelden als de grondleggers van het genre: Lady be good! (1924) van George en Ira Gershwin en Show Boat (1927) van Oscar Hammerstein en Jerome Kern. De eerste vertelde nog een flinterdun liefdesverhaaltje dat voornamelijk als excuus diende om veel te zingen. Maar met nummers als Fascinatin' rhythm bewezen de Gershwins intussen wel dat de musical zich heel goed leende voor het lanceren van hits. En ook het basisrepertoire van de jazz – die andere Amerikaanse uitvinding – bestond decennialang vooral uit musicalsongs. Show Boat leverde eveneens hits op (denk aan Old man river), maar blonk bovendien uit in een serieus te nemen script over de verhoudingen in de negentiende-eeuwse Verenigde Staten. Inclusief de raciale conflicten. Zo bleek dat een musical óók iets te zeggen kon hebben.

Datzelfde gold, dertig jaar later, voor West Side Story (1957) van Leonard Bernstein en de later tot meester van de musicalvernieuwing uitgegroeide Stephen Sondheim: een voorstelling waarin dialogen, muziek, zang en dans organisch samen gaan. Zo bezien zat Hair (1967) aanzienlijk nonchalanter in elkaar maar die show verdient vermelding om een heel andere reden: hier kwam de rock het musicaltheater binnen.

Wie zich aldus met zevenmijlslaarzen een weg baant door de musicalgeschiedenis, moet verder stuiten op Les Misérables (1985), omdat de bewerking van Victor Hugo's machtige melodrama de aanzet gaf tot de Broadway-invasie van de Engelse musicalmakers. Nadat de Engelsen al in de jaren dertig de kunst van de Amerikanen hadden afgekeken, waren er eerder ook al Engelse musicals naar Broadway geïmporteerd. Nu begon dat echter op veel grotere schaal. Het rock-oratorium Les Misérables, van het Franse duo Alain Boublil en Claude-Michel Schönberg, was door een Engelse producent tot musical was gekneed. De show stond ruim zestien jaar op Broadway. Daarna kwamen de hits van Andrew Lloyd Webber (Cats, Phantom of the Opera, Jesus Christ Superstar) en Broadway maakte ruim baan voor de import.

Toch heeft het Amerikaanse publiek intussen allang weer het eigen fabricaat omarmd. Eén voorbeeld: The Producers (2001) van Mel Brooks, naar zijn eigen kluchtfilm. Amerikaanser dan Amerikaans, want bovenal een hilarische persiflage op Broadway zelf. En zo zijn er sindsdien méér gekomen, die zich graag in de Broadway-glamour wentelen en tegelijk daarmee de spot drijven. Ongeschikt voor Nederland, omdat ze verwijzen naar een wereld die wij niet kennen. Niettemin: een genre dat om zichzelf kan lachen, is een levend genre.