Advocate Britta Böhler: ‘‘De toverberg’ moet je veroveren’

Wekelijks verklaart een sporter, politicus of wetenschapper op pagina 4 van de Boekenbijlage van NRC Handelsblad de liefde aan een boek. Als literaire liefdesverklaring deze week advocate Britta Böhler over de roman De toverberg van Thomas Mann.

De toverberg is mijn eerste boek der boeken. Ik las het toen ik nog in Duitsland woonde. Ik was twintig, tweeëntwintig. Een van de kernvragen van het boek, dat in de boekenkast van mijn ouders stond, is wat ‘echt leven’ behoort te zijn. Dat thema speelde toen een grote rol in mijn bestaan. Ik zat in mijn Sturm und Drang-fase. Ik was op zoek naar een auteur die me iets kon zeggen over het leven. En Mann was de eerste die dat op een overtuigende manier kon.

De toverberg draait om de 24-jarige, uit Hamburg afkomstige, Hans Castorp die rond 1910 besluit zijn neef Joachim Ziemszen op te zoeken in sanatorium Berghof in het Zwitserse Davos. Het is van plan er drie weken te blijven. Uiteindelijk blijft hij zeven jaar. De toverberg staat vol met anekdotes uit het leven in een sanatorium, waar de vrouw van Thomas Mann in 1912 ook verbleef.

„Wat mij tot op de huidige dag aanspreekt is hoe Mann erin slaagt om het dagelijks leven in Davos, de diners, de therapeutische sessies, de wandelingen, te koppelen aan ideeën over ons wereldbeeld. In feite is De toverberg een ontzettend Duitse roman. Het is de belichaming van de Duitse ziel, die donkere ziel die altijd in worsteling is met de wereld.

„In de roman heerst een ideeënstrijd tussen de pessimistisch nihilist Leo Naphta en de positief humanist Ludovico Settembrini. Diep nadenken, lange zinnen en weinig dialogen gaan gepaard met verwarring en veel beschrijvingen. Het is een strijd tussen een betekenisloze wereld en het goede en schone in de mens. Beiden willen Castorp met hun filosofie beïnvloeden. Wat ik zo fascinerend vind is dat het Mann zo goed lukt om iets te vertellen over ideeën zonder dat De toverberg een essay wordt. Dat blijf ik ontzettend knap vinden.

„De worsteling komt samen in de prachtige en beroemde scène waarin Castorp tijdens een wandeling door het gebergte van Davos verdwaald in een sneeuwstorm. De storm verrast hem. Hij is slecht voorbereid. Draagt geen ‘zeven pelzen’. Alleen een ‘wollen vest’. Als de eerste windstoot hem bereikt stelt Castorp vast: ‘Dat kun je nog eens een briesje noemen. Dat snijdt door je gebeente’. Hij ziet al snel niets meer door de ‘dansende vlokken’, de striemende windstoten. Hij is blind: een metafoor voor het leven. Hij staat voor een keuze. Hij kan moedig doorzetten of hij kan zich laten onderdompelen. In de schuilplaats die Castorp weet te vinden, een wand in een bergschuur, probeert hij die keuze te maken en zet hij de ideeënleer van zijn twee leermeesters, Naphto en Settembrini, tegen elkaar af. Voor geen van beiden wordt echt partij gekozen. Castorp maakt een droomgedicht voor de mens waarin hij de liefde boven de dood plaatst. Volgens Castorp schenkt de liefde en niet de rede gedachten van goedheid. En dat wil Castorp boven alles: goed zijn. Als Castorp die avond weer thuiskomt vergeet hij die strijd weer. Ik vind dat heel erg passen bij Thomas Mann. Hij zal nooit één kant kiezen. Mann blijft altijd ambigu.

„Ik zou het jammer vinden als boeken als deze onder een stoflaag verdwijnen. Toch zijn er mensen die nu al denken dat het een saai boek is. Ik vraag me dan ook af of het een jonge generatie nog kan betoveren: dit is geen twitter, dit moet je overwinnen. En daar krijg je veel voor terug. Persoonlijke verrijking. De toverberg leert je iets over jezelf en onze wereld. En is nog steeds betekenisvol.”