Brieven

Bedrijven moeten zelf ambities bijstellen

Gisteren stond er een artikel in de carrièrebijlage getiteld ‘Starters moeten hun ambities bijstellen’. De boodschap: wij leden van de generatie Y moeten onze verwachtingen bijstellen, niet zo arrogant doen en niet denken dat we zomaar wegkomen met een goede opleiding.

Nee, je moet minstens in een bestuur hebben gezeten, vrijwilligerswerk hebben gedaan, naar het buitenland zijn geweest en het liefst nog een eigen bedrijf zijn begonnen. Daarnaast moeten we begrijpen dat bedrijven tegenwoordig niet meer naar ons papiertje kijken, maar naar onze persoonlijkheid. Persoonlijkheid bepaalt immers het succes. We moeten onszelf vermarkten en als dat niet lukt, ligt het vooral aan onszelf.

Is dit niet een beetje paradoxaal? We moeten dus wel leuk, extravert, ondernemend en gemotiveerd zijn, maar vooral niet te ambitieuze gedachten hebben. Oftewel, zijn de eisen van bedrijven niet een beetje hoog en moeten zij hun ambities misschien zelf bijstellen?

Natuurlijk moeten starters in deze crisistijd meer doen voor een baan. Maar vriendschap komt van twee kanten. Bedrijven moeten ook openstaan voor starters en niet hun frustraties over hun eigen loopbaan op hen botvieren. Geef daarbij vooral ook de kans aan starters die ‘gewoon’ een goede opleiding hebben gevolgd. Zij hebben namelijk ook ambities.

Bibi Altink, 27 jaar

Moratorium werkt wel

Jan Jippe Arends lijkt in zijn argumenten aangaande de zinloosheid van een drone-verbod (Opinie, 30 oktober) te kiezen voor een vlucht naar voren uit de politieke werkelijkheid. Vanzelfsprekend kan een moratorium of verbod op het gebruik van bewapende drones op zichzelf geen halt toeroepen aan de uitholling van het internationale recht door het gebruik van deze of andere wapens.

Maar dat is toch geen argument tegen kortstondige, beperktere verboden op deze moordwapens, met bijvoorbeeld als eerste stap een moratorium op het gebruik ervan? Een vergelijkbare weg is afgelegd in de campagnes om clusterwapens en landmijnen te verbieden, dan wel hun gebruik in te perken. De weg naar deze verdragen was lang en is zeker nog niet altijd succesvol. Door de goede wil van een aantal landen en internationale activisten zijn echter belangrijke stappen gezet, die op hun beurt de politieke druk opvoeren voor de door Arends bepleite vollediger maatregelen.

Om de uitholling van het internationaal recht tegen te gaan moet inderdaad door Nederland worden opgetreden. Maar daar is ook politieke wil voor nodig. Als de Nederlandse regering geen zin heeft in bijvoorbeeld het verwijderen van kernwapens van Nederlands grondgebied, dan kan een minderheid van de partijen in de Kamer hier niets aan doen. Wel kan men met kleine en grotere stappen, inclusief het voeren van (internationale) campagnes, deze kwesties op de agenda houden. Het is heel makkelijk om totaalverboden op van alles en nog wat te bepleiten. Het is een stuk moeilijker om reële politieke stappen te nemen om het internationaal recht te handhaven.

Karel koster

Wetenschappelijk bureau SP