Amerika en de wereld (2): Obama en Romney over het geweld in Syrië

Een Syrische rebel met een geweer in de straten van Aleppo. Foto AFP / Tauseef Mustafa

Binnenlandse onderwerpen als de economie zijn het belangrijkste tijdens deze campagne, maar voor de rest van de wereld zijn de verschillen tussen Obama en Romney op het gebied van buitenlandpolitiek zeker ook interessant. Vandaag aflevering 2 van deze rubriek, over het geweld in Syrië.

Het is alweer ruim anderhalf jaar geleden dat in Syrië, in navolging van landen als Tunesië, Egypte en Libië, een volksopstand begon tegen het regime van president Bashar al-Assad. Kleinschalige, lokale protesten in de zuidelijke stad Deraa zouden pas de inleiding blijken van massale betogingen tegen Assad in steden als Homs, Hama en Deir al-Zor. Het regime reageerde bikkelhard en liet met scherp schieten op betogers. Grote steden als Aleppo en hoofdstad Damascus bleven mede daardoor in eerste instantie rustig.

De Syrische volksopstand zou langzaam uitgroeien tot een heuse burgeroorlog. Deserterende militairen, burgers en moslimextremisten bundelden hun krachten en de rebellen van onder meer het Vrije Syrische Leger raakten overal in het land in gevecht met het Syrische regeringsleger, uiteindelijk ook in Damascus en Aleppo. Tienduizenden Syriërs moesten de strijd sinds maart vorig jaar al met de dood bekopen. Het regime van Assad deed echter geen concessies aan de oppositie en doet letterlijk alles om aan de macht te blijven.

Het Westen en landen in de regio zijn sinds het begin van de onrust in Syrië zeer bezorgd. Rusland en Iran steunen het regime van Assad, terwijl Arabische landen als Saoedi-Arabië en Qatar de rebellen van de oppositie bewapenen. Voor de VS leek het verdwijnen van het Amerika altijd vijandig gezinde Assad-regime alleen maar voordelen te hebben. Maar de angst voor chaos na de val van Assad hebben tot een terughoudende houding geleid bij zowel de Amerikanen als ook de Israëliërs.

Obama: geweld veroordeeld, maar geen actie ondernomen

Het Syrische regime was altijd al een vijand van de Verenigde Staten. Damascus gold in Washington als schurkenstaat wegens de militaire bezetting van Libanon, de steun aan radicale Palestijnse en Libanese groepen als Hamas en Hezbollah, grootscheepse schending van mensenrechten, het bondgenootschap met Iran en als doorvoerland van buitenlandse terroristen naar Irak. Onder Bush haalde Amerika mede daarom zijn ambassadeur weg uit Syrië in 2005.

Obama koos er in eerste instantie voor het regime-Assad een nieuwe kans te geven. In 2010 stuurde hij weer een Amerikaanse ambassadeur naar Damascus, in een poging Syrië los te weken van Iran. Dat lukte niet, en toen het Syrische regime met grof geweld reageerde op vreedzame demonstraties in het land, moest Obama zijn toon richting Assad vanzelfsprekend weer aanscherpen. Het zou nog tot oktober vorig jaar duren voordat hij de ambassadeur liet terugkeren naar Washington.

De president veroordeelde het geweld dat Assad tegen zijn burgers gebruikte sinds het begin van de opstand regelmatig zeer fel. Zo beschuldigde Obama Assad ervan zijn eigen burgers “te martelen en af te slachten”. In augustus vorig jaar riep Obama Assad voor het eerst op om af te treden. De VS probeerden vanaf het begin van de opstand de druk op Assad op te voeren met sancties. In de VN-Veiligheidsraad werden krachtige resoluties die de regering-Obama steunde steeds getroffen door het veto van Rusland en China.

Concluderend heeft Obama weinig kunnen en willen doen het geweld in Syrië te stoppen. Nadat de VS in NAVO-verband actief betrokken waren bij het verdrijven van Gaddafi, zag Obama niets in nog een militair avontuur in de regio, tenzij de chemische wapens van het land in gevaar zouden komen. Het actief steunen en bewapenen van de Syrische oppositie heeft hij niet aangedurfd. De regering-Obama vreesde dat die wapens in handen zouden kunnen vallen van aan Al-Qaeda verwante extremisten.

Romney: VS moet deel Syrische oppositie bewapenen

Obama kreeg in Amerika forse kritiek vanuit de Republikeinse partij over zijn Syrië-beleid. Volgens oud-presidentskandidaat en senator John McCain heeft de regering-Obama veel te weinig gedaan om het geweld in Syrië te stoppen. Hij riep begin dit jaar op tot Amerikaanse luchtaanvallen op doelen van het regime. Zover gingen de meeste Republikeinen niet, maar dat Obama te weinig deed om Assad uit de macht te verdrijven was en is consensus binnen die partij.

Romney heeft zich niet bijzonder geprofileerd op de kwestie-Syrië, omdat hij aanvoelt dat de meeste Amerikanen vermoedelijk niet voelen voor nieuwe bemoeienis bij een bloederig conflict in het Midden-Oosten. Wel kritiseerde hij Obama’s Syrië-beleid in een speech begin deze maand. De president zou internationaal te weinig leiderschap hebben getoond, waardoor het conflict in Syrië zou zijn geëscaleerd. Romney vindt het vooral belangrijk dat het regime-Assad verdwijnt omdat dit een grote tegenslag zou zijn voor Iran.

Wat zou Romney anders doen? De Republikein belooft strengere sancties tegen Damascus en vindt het ook tijd om bepaalde groeperingen binnen de oppositie te gaan steunen met wapens. Romney erkent dat een deel van de Syrische oppositie uit moslimextremisten bestaat. Daarom wil hij alleen de elementen binnen de oppositie steunen die “de waarden van Amerika delen”.

Hoewel Romney wil dat Amerika zich directer met de strijd in Syrië bemoeit, wil hij ook zeker niet zover gaan als McCain. Romney heeft niet gepleit voor het afdwingen van een no fly-zone door middel van Amerikaanse luchtaanvallen. En zal vermoedelijk ook als hij president wordt niet snel zo’n vergaand besluit durven nemen.

Dit is deel twee van zeven afleveringen over de verschillen tussen Obama en Romney als het gaat om het Amerikaanse buitenlandbeleid. De zeven afleveringen zullen iedere dag tot aan de verkiezingsdag van 6 november op dit blog worden gepubliceerd.

Lees ook aflevering één, over de dreiging van Iran.