Alberto, Beryl, Chris, Debby, Ernesto, Florence, Gordon, Helene, Isaac, Joyce, Kirk, Leslie, Michael, Nadine, Oscar, Patty, Rafael, Sandy, Tony, Valerie en William.

‘Ik probeer mijn kinderen wat bij te leren over de natuur,’ sprak vriend M., die met zijn gezin in New York woont een paar dagen geleden door de telefoon. ‘Ze kunnen niet alleen maar opgroeien met het idee dat de wereld bestaat uit bakstenen, beton, woontorens en metrostelsels. Ze denken dat olifanten en apen worden geboren in de dierentuin en dat melk gemaakt wordt door mensen in een fabriek. Ze moeten leren wat de kracht van de natuur is en dat wij het als mens niet voor het zeggen hebben, dat we het altijd zullen verliezen.’

‘Overdrijf je nu niet een beetje?’ vroeg ik, terwijl ik dacht wat Amerika in korte tijd van vriend M. gemaakt had. (Oh my God, oh my God)

‘Nee, we zullen het echt altijd verliezen.’

‘Ik bedoel wat betreft je kinderen,’ zei ik.

‘Misschien,’ zei hij. ‘Al denken ze dat alles automatisch bestuurbaar is, dat ze stormen kunnen trotseren, dat ze met hun vingers de bliksem kunnen beïnvloeden en dat alle vaders Goden zijn.’

‘Logisch,’ zei ik. Terwijl ik dacht: Oh my God, oh my God.

‘Daarom heb ik OERRR kaarten van Natuurmonumenten besteld via internet. Ken je die? Natuurmonumenten zegt: ‘Ieder kind moet natuur kunnen vinden, waar je ook woont.’ Er wordt uitgelegd hoe je tegen de wind in kunt hangen, regenwormen kunt lokken, regen kunt proeven en hoe je het weer kunt voorspellen met een dennenappel.’

Na een korte stilte zei hij: ‘Mijn kinderen vinden er niets aan. Ze wachten op Sandy.’

‘We wachten allemaal op Sandy,’ zei ik.

Vanmorgen had ik Vriend M. opnieuw aan de telefoon. Hij zei dat hij doodsangsten had uitgestaan voor Sandy. Dat ze woest was en wild, waarna ze een indrukwekkende stilte had achtergelaten.

Onwillekeurig dacht ik aan Bram Moszkowicz.

‘En je kinderen?’

‘Ze vonden het prachtig. Ze lachten en klapten en we moesten moeite doen om ze binnen te houden. Ze accepteerden het gevaar niet en wilden de straat op om tegen de wind in te hangen en dat soort onzin.’

‘Voltaire accepteerde natuurgeweld ook niet. Hij vocht tegen de boosaardige, tegen de rede indruisende macht van de natuur,’ zei ik.

‘Dus eigenlijk zijn mijn kinderen heel slim?’

‘Eigenlijk wel, ja. Het zijn geboren verliezers.’