Aanpak zorgkosten verdient applaus en kritiek

Nederlanders zijn aan weinig voorzieningen zo gehecht als goede gezondheidszorg. Daarom is het begrijpelijk dat de twee stelselwijzigingen die het toekomstige kabinet-Rutte II op het gebied van de gezondheidszorg in petto heeft met argusogen worden bekeken.

De eerste wijziging is de uitvoering én reikwijdte van de AWBZ. De tweede is de hoogte en de methodiek van de premies die elke Nederlander moet betalen voor zijn basiszorgpolis.

De AWBZ gaat terug naar de kern: onverzekerbare zorg voor gehandicapten en ouderen die intensieve zorg nodig hebben. De overige verzorging moet straks uitgevoerd worden door de gemeenten, waarbij het toegewezen geld wordt verminderd en het bestaande afdwingbare recht verandert in een voorziening.

Het kabinet verdient steun voor de aanpak van deze zorgkosten die door een uitdijend AWBZ-pakket Nederland boven het hoofd zijn gegroeid. De oplopende kosten komen voor rekening van burgers en bedrijven en schaden onze concurrentiepositie. Het kabinet moet overigens wel beseffen dat zorg meer is dan premiegeld. Zelfredzaamheid en zorg dicht bij de burger zijn sympathieke concepten. De hervormingen scheppen ook een element van willekeur, nu gemeenten „een zeer ruime beleidsvrijheid” krijgen.

De tweede stelselwijziging verdient geen applaus. Het kabinet maakt het gros van de zorgpremies inkomensafhankelijk en ook de hoogte van het eigen risico wordt gekoppeld aan het inkomen. Deze premiestelling is een oude wens van de PvdA. Deze staatsgreep in de premies ondermijnt de kern van het huidige zorgstelsel. Het Centraal Planbureau plaatst terecht een serie kritische kanttekeningen. Nu heeft de consument keuzevrijheid bij de selectie van zijn verzekeraar. Dat moet concurrentie bevorderen tussen de zorgverzekeraars om consumenten de beste prijs en kwaliteit te bieden. Deze wedijver moet verzekeraars aanzetten om kwaliteitszorg in te kopen bij ziekenhuizen en andere zorgverleners. De combinatie van keuzevrijheid en ordening dateert uit 2006, functioneert nog lang niet optimaal, maar is wel op de goede weg.

De invoering van inkomensafhankelijke premies maakt gelukkig een eind aan het rondpompen van geld via zorgtoeslagen. Maar het ontneemt consumenten, verzekeraars en zorgverleners ook de broodnodige prikkels om effectiever te kiezen en te werken. Bovendien suggereren lage premies voor mensen met lagere inkomens dat zorg bijna gratis is. Dat is een valse suggestie. De onontbeerlijke beheersing van zorgkosten begint met het besef dat zorg een groot goed is. En kostbaar bovendien.