Tweede Kamer is beter dan haar reglement

Van tevoren was er veel kritiek op een kabinetsformatie zonder koningin. Zo zou de Kamer zwaar prestigeverlies riskeren. Ook Joop van den Berg was kritisch. Nu de formatie geslaagd is, moet hij toegeven dat hij het te somber inzag.

Het initiatief van de Tweede Kamer, afgelopen voorjaar, om de regie van de kabinetsformatie naar zich toe te trekken, heeft veel en zware kritiek ondervonden. Ongeacht de argumenten zat daar telkens de teneur in: dit gaat niet lukken; de Kamer moet ‘met hangende pootjes’ terug naar de koningin; en de Kamer riskeert zwaar prestigeverlies.

Als er iets valt te zeggen van het resultaat van de eerste oefening in parlementaire regie, is het dat die volledig geslaagd is. De sombere verwachtingen zijn niet uitgekomen. Dit compliment moet men de Tweede Kamer alvast maken. Dat geldt ook voor mijzelf. Ik ben uiterst kritisch geweest over de formulering van die regierol in art. 139a van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (RvOTK) .

Zelfs als men aanneemt dat de Tweede Kamer het deze keer wel erg gemakkelijk had met regisseren, omdat er praktisch slechts één optie was, die dus niet mocht mislukken – de nu tot stand gekomen coalitie van VVD en PvdA – blijft dat compliment staan. Juist het vereiste om niet te mogen falen, heeft ertoe bijgedragen dat er niet alleen een kabinet is gekomen, maar dat het ook nog in zo’n historisch hoog tempo tot stand is gekomen. Dit is misschien niet helemaal dankzij die parlementaire regie, maar geholpen heeft het onmiskenbaar. De druk om te presteren was hoog. Dat heeft zijn voordelen.

Is hiermee alles gezegd over de nieuwe grote stap in de ‘parlementarisering’ van de kabinetsformatie? Ik denk van niet.

De zware kritiek van alle kanten heeft de recentelijk afgetreden voorzitter van de Tweede Kamer, Gerdi Verbeet, en de griffier, Jacqueline Biesheuvel, ertoe aangezet de sombere verwachtingen te transformeren tot een self-denying prophecy. Het slonzig geformuleerde artikel 139a werd door beiden uitgewerkt tot een precies geformuleerd draaiboek. Hierdoor wist iedereen de eerste week waar hij of zij aan toe was. Van de samenkomst, een dag na de verkiezingen, tot de formele aanwijzing, deze week, van de formateur, lagen de zaken vast.

In het draaiboek was voorts voorzien in het nauwgezet horen van alle fracties in de Kamer; iets wat de nieuwe reglementsbepaling juist niet had geregeld. Ook de tijdige en openbare verslaglegging door de ‘verkenner’ en informateurs was goed geregeld, opdat het proces zo transparant mogelijk bleef. Dit zijn allemaal sterke kanten van de oude procedure, die door de Kamer in het reglement over het hoofd waren gezien en die aanleiding waren geweest voor veel van de kritiek op ‘139a’. Zelfs was er gedacht aan een bijpassende locatie voor de onderhandelingen, de Stadhouderskamer in het Tweede Kamergebouw. Ook in een nauwkeurig oog voor politieke symboliek, waarin de Kamer vaak slordig is, was dus voorzien. De Kamer mag haar oud-voorzitter en griffier wel dankbaar zijn.

Toch is niet gezegd dat de regeling hiermee ook opgewassen is tegen alle complicaties die kunnen optreden tijdens een kabinetsformatie, maar die nu gelukkig zijn uitgebleven. Wat was er gebeurd als, juist in een situatie met slechts één reële mogelijkheid, de onderhandelingen waren vastgelopen? Het is moeilijk te beoordelen wie dan de impasse had kunnen doorbreken door als klankbord op te treden en de weg te wijzen naar een oplossing. Weliswaar levert de koningin nooit zelf de oplossing – dat zou haar handelen in strijd brengen met de ministeriële verantwoordelijkheid – maar er is wel een plek waar even met de vereiste afstand kan worden gekeken naar het probleem. Die afstand ontbreekt in de Tweede Kamer. Daar is iedereen ‘partij’, zelfs de Kamervoorzitter.

De tweede vraag is of de nieuwe reglementsbepaling zal zijn opgewassen tegen een kabinetscrisis tijdens de rit. De formulering laat daarover zo veel open en ongeregeld dat de kans op ongelukken niet denkbeeldig is. Het zou in elk geval geen kwaad kunnen als de nieuwe Kamervoorzitter, tezamen met de griffier, daar nog eens nauwkeurig naar zou kijken en voorstellen zou formuleren ter verbetering.

Het stond vast dat de Tweede Kamer de rol van de koningin bij de formatie zou kunnen overnemen. Niet vast stond dat zij die rol zo langzamerhand behoorde over te nemen, ook niet in de Kamer zelf. De meeste zorg van de critici ging uit naar de buitengewoon slonzige regeling in het nieuwe art. 139a, die getuigde van gebrek aan analyse en misschien zelfs aan echte wil tot verandering. Dankzij het ‘draaiboek’ van twee scherpzinnige vrouwen in de leiding van de Kamer is het toch gelukt. Dat is een gelukwens waard, ook al is het werk nog niet af.

J.Th.J. van den Berg is emeritus hoogleraar politicologie in Leiden en Maastricht en oud-lid van de Eerste Kamer voor de PvdA.