Uit het oeuvre van Harry Mulisch valt eindeloos veel te halen

Exact twee jaar geleden overleed schrijver Harry Mulisch (1927-2010). Zijn geboortestad Haarlem staat daar vandaag groots bij stil. Hier plaatst NRC Boeken een wonderlijke analyse van Mulisch’ oeuvre door dichter Marc van Biezen. Op zoek naar AS-verbindingen, HM-verbindingen en het getal 8 in het oeuvre van Mulisch. Van Biezen is al lange tijd op zoek naar verbindingen

Harry Mulisch, in zijn huis in Amsterdam, 1992 (FOTO: NRC / Vincent Mentzel )

Exact twee jaar geleden overleed schrijver Harry Mulisch (1927-2010). Zijn geboortestad Haarlem staat daar vandaag groots bij stil. Hier plaatst NRC Boeken een wonderlijke analyse van Mulisch’ oeuvre door dichter Marc van Biezen. Op zoek naar AS-verbindingen, HM-verbindingen en het getal 8 in het oeuvre van Mulisch.

Van Biezen is al lange tijd op zoek naar verbindingen in het werk van Harry Mulisch, bekend van werken als De aanslag en De ontdekking van de hemel. Van deze laatste roman is afgelopen maand het Logboek verschenen, het dagboek dat Mulisch bijhield bij het schrijven van De ontdekking. Van Biezen spitte het boek na aanschaf direct door, op zoek naar AS-verbindingen. In een mail aan NRC Boeken legt hij uit wat zijn laatste vondsten zijn:

‘Sofia Brons uit De ontdekking van de hemel heette eerst Selma, zo blijkt uit aantekeningen in Logboek op 22 februari 1991. Dat ook in die eerdere versie haar naam met een S begint, komt natuurlijk doordat zij een as-verbinding vormt met haar dochter Ada. Beiden zijn zij geliefden van Max. In Logboek wordt Annabel Six genoemd. Zij is de echtgenote van Jan Six. Samen geven zij  Mulisch en anderen een rondleiding door het Sixhuis op 10 februari 1992.’

Dit is slechts het topje van de ijsberg. Een analyse van het gehele oeuvre van Mulisch door Van Biezen staat hieronder. Een eerbetoon aan een belangrijke Nederlandse auteur.

 

De analyse van Marc van Biezen

Al bekend voor mijn zoektocht:

archibald strohalm (het debuut)

Anton Steenwijk (hoofdpersoon in De aanslag)

De aanslag

Zijn moeder Alice Schwarz (werd geboren in Antwerpen en overleed in San Francisco)

Nazi-architect Albert Speer (Mulisch publiceerde zijn interview met hem in De toekomst van gisteren)

 

Door mij gevonden:

Adolf en Siegfried (vader en zoon in Siegfried)

Anton en Sandra (vader en dochter in De aanslag)

Alfred en Sylvia (de twee geliefden van Laura in Twee vrouwen)

Ada en Sophia (de twee geliefden van Max in De ontdekking van de hemel)

Filosoof Arthur Schopenhauer (Mulisch schreef diverse malen over hem)

André Spoor (vriend van Mulisch en net als hij lid van de Herenclub)

Arthur Seyss-Inquart (komt voor in De aanslag, Siegfried, Mijn getijdenboek en De verteller (verteld))

Alexander Schneiderhahn (karakter in Het stenen bruidsbed)

archibald strohalm tot Siegfried (opening en sluitstuk van het oeuvre)

Albert en Sjoerd (twee van de drie ‘melkbroers’ van Victor Werker in De Procedure)

Ir. Alexander Slingervoet Ramondt (een door Mulisch bewonderd scheikundige)

Abdulaziz al Suleiman (naam die genoemd wordt in De Elementen)

Alphonse Sasserath (echtgenoot van Mme. Sasserath in De pupil)

Amsterdamse Stadsschouwburg (waar de afscheidsbijeenkomst voor de begrafenis plaatsvond)

A. Suringar (personage in Paralipomena Orphica)

Afiena Isabella Smit (personage in Paralipomena Orphica)

Alice Springs (lokatie wordt genoemd in Het beeld en de klok. In dezelfde zin komt zijn oude moeder voor!)

Adam Schaff (filosoof die wordt vermeld in De compositie van de wereld)

Axel en Siegfried (deze twee titels die uit een naam bestaan, vormen samen een as)

Adrianus Simonis (hij stelde Mulisch en de paus aan elkaar voor)

Anton en Saskia (hoofdpersoon De aanslag en zijn eerste echtgenote)

Archibald en Sjoerdje (blz. 90 in De procedure)

Arthur Schnitzler (wordt genoemd in Het sexuele bolwerk op blz. 83)

Angelus Silesius (wordt genoemd in Een spookgeschiedenis, De zaak 40/61 en De gezochte spiegel)

Axel en Sara (hoofdpersonen in Axel)

Albert Samain (wordt genoemd in de verantwoording van Axel)

Asta Soeren (personage in Vonk)

Abel Santamaría (vriend van Fidel Castro, wordt genoemd in Het woord bij de daad)

Adinda’s en Saïdja’s (in De verteller (verteld))

Adolf Hitler en Sarah Bernhardt (in Woorden woorden woorden)

Anarchistische Staatspartij (in De gezochte spiegel)

Anti-Socrates (in De gezochte spiegel)

Audifax en Sebner (in De ontdekking van Moskou)

Moeder Alice Schwarz en en echtgenote Sjoerdje Woudenberg vormen een as.

Amsterdam – San Francisco (woonplaatsen Harry en Alice 1958-1996)

 

De derde versie van De tijd zelf heet net als de tweede Het literaire offer.

Een van de karakters hierin heet Agatha Sotheby.

De eerste versie heet Astra.

astrologie en astronomie (belangrijk in vele werken van zijn hand)

asteroïde (er is er een naar Mulisch vernoemd)

antisemitisme (hij bespreekt dit verschijnsel op vele plaatsen in zijn werk)

Je zou as kunnen zien als een versmelting van is en was: heden en verleden. (tijd is een belangrijk thema in zijn werk.)

In De diamant gaat de Siddhartha van hand tot hand. Van alle namen van de bezitters beginnen er opvallend veel met een A: Asatya, Apahavin, Amemti, Anvaptas, Amittus.

In Paralipomena Orphica fungeert de Amstel als de Styx.

In zijn 4 mei-toespraak (in 2000) bij het monument aan de  Apollolaan spreekt Mulisch over de Jodenvervolging en refereert aan de kampen Auschwitz, waar hij een bezoek aan bracht in 1960, en Sobibor, waar zijn grootmoeder en overgrootmoeder werden vergast.

De Aanslag zou eerst As heten, met de vertaling The Assault dook de syllabe weer in de titel op.

Van alle namen in het werk van Mulisch, zowel fictieve en non-fictieve, begint er een aantal met een a en eindigt op een s. Zij vormen geen as-verbindingen, maar één wil ik er hier vermelden: Aristoteles, de naam die het vaakst wordt genoemd in De compositie van de wereld en waarmee het boek ook opent.

Mulisch en Claus waren in 1968 samen een week te gast in Abdij Sion te Deventer.

Op de lp Schrijvers voor Vietnam is behalve Mulisch ook Abram de Swaan te beluisteren.

De uitgeverij van de Engelse vertaling van Het stenen bruidsbed heet Abelard-Schuman.

De Chinese vertaling van De aanslag heet Ansha.

De Portugese vertaling van De aanslag heet O assalto.

De Duitse vertaling van De pupil heet Augenstern.

De uitgeverij van de Franse vertalingen van De pupil en De Elementen heet Actes Sud.

Aafke Steenhuis interviewde Mulisch voor De Groene Amsterdammer. (9 juli 1980)

Het Boek werd gedrukt door Arno Soyer van Thieme (Amsterdam) op een Heidelbergpers.

De foto van Eichman in De zaak 40/61 wordt gehalveerd: m.a.w. het portret is op een denkbeeldige lijn door het midden van het vlak van de foto gesneden, i.e. op de as.

De eerste twee teckels van Mulisch heetten respectievelijk Anastasia en Schloempie.

(Even los van de as: de teckel van Tornow in de brieven van Eva Braun in Siegfried heet Schlumpi. Voor zover ik kan nagaan, is deze naam niet historisch; deze hond is door Mulisch kennelijk naar zijn eigen teckel uit de oorlog vernoemd. Schlumpi is overigens vrijwel een anagram van Mulisch).

In Soep lepelen met een vork trekt Mulisch ten strijde tegen de Aksiegroep Spellingsvereenvaudiging.

Mulisch noemde zichzelf vaak een ‘alchemistische’ schrijver.

Mulisch maakt in de zomer van 1967 zijn eerste reis naar Cuba en doet verslag van de eerste conferentie van de Organización Latinoaméricana de Solidaridad (OLAS) in Het woord bij de daad.

Fotografe Astrid Sillem maakte een foto van Harry Mulisch, Sjoerdje Woudenberg en de teckel Julius van Preußen, terwijl beeldhouwer Lancelot Samson aan het gelauwerde hoofd van Mulisch werkt. (september 1991)

Ik ken geen vindplaatsen van arsenicum (scheikundige notitie: As) in het werk van Mulisch, maar gezien de hoge giftigheidsgraad van de stof is deze ´betekenis´ van as een mooie bevestiging van de rol van de dood en de vergankelijkheid in zijn werk.

Eva Brauns brief van 20 april ’45 in Mulisch’ laatste roman Siegfried begint met een a en eindigt met een s. Het betreft hier een cruciale brief waarin Adi aan Eva toegeeft dat hij opdracht heeft gegeven Siggi te laten doden.

Het oeuvre van Mulisch wordt vaak opgedeeld in vier perioden, te weten:

1952-1959

1959-1972

1972-1982

1982-2010

Ik heb geen enkel idee wat de waarde is van deze periodisering, maar mocht die groot zijn, dan zijn de volgende observaties misschien de moeite waard:

De eerste periode vangt aan met archibald strohalm en eindigt met Het stenen bruidsbed

De laatste periode vangt aan met De aanslag en eindigt met Siegfried

De pottebakker in Mulisch’ gelijknamige eerste reportage (op school op 2 november 1935) bakt o.a. een asbak.

Het Astatheater is een belangrijke lokatie in Mulisch’ favoriete kinderboek: De ongelofelijke avonturen van Bram Vingerling.

Hoofdpersoon Anton Steenwijk in De Aanslag is anesthesist, zijn eerste vrouw (Olga) is stewardess. Zijn tweede vrouw (Liesbeth) is studente.

De eerste mens die Harry zag was Alice Schwarz, de laatste mens was Kitty Saal.

In Het zwarte licht is Akelei beiaardier in de kerk van Splijtstra.

In 2 titels uit het oeuvre zit as ‘verstopt’:

De wijn is drinkbaar dankzij het glas

Wij uiten wat wij voelen, niet wat past

Eén van de namen bij het monument Man voor vuurpeloton van Mari Andriesse bij de Haarlemmer Hout luidt Albert Scheepstra. Mulisch was op 7 maart 1945 getuige van de fusillade en noemt dit moment in  Ik heb nooit iets met leeftijd gehad als antwoord op de vraag naar de gebeurtenis waarin voor hem de oorlog is gestold. (In het boek staat abusievelijk 1944.)

Scheepstra ligt begraven op de Erebegraafplaats van Bloemendaal, waar ook Hannie Schaft begraven ligt, de verzetsvrouw op wie Truus Coster uit De aanslag is gebaseerd.

Mulisch’ vader had een nachtmerrie over Arras ten tijde van de slag bij Stalingrad.

In De mythische formule noemt Mulisch Arnold Schönberg (weliswaar zonder voornaam) als diegene die Wagner gezond heeft gebruikt, in tegenstelling tot Hitler.

Mulisch kon woorden en dus ook namen feilloos omgekeerd uitspreken. Hij refereert er zelf aan in Mijn getijdenboek. Onlangs zag ik dat het ook ter sprake komt in een interview met Adriaan van Dis waarin Mulisch de naam van zijn moeder op verzoek van Van Dis omgekeerd uitspreekt. Hij begint bij de laatste klank van de achternaam.

Voor Joris Sytzema in De verteller geldt dat hij een as-verbinding oplevert als je zijn naam omgekeerd uitspreekt. Ik heb geen andere voorbeelden gevonden. Als je bij dit ‘spel’ eerst de voor- en dan de achternaam omdraait, is de opbrengst groter. Ik kom dan tot het volgende rijtje:

Dochter Anna Mulisch

Dochter Frieda Mulisch

Grootmoeder Berta Putz

Ada Brons uit De ontdekking van de hemel

Reina Prinsen Geerligs – naar wie de prijs is genoemd die Mulisch ontving voor Archibald Strohalm

Sandra Dumas die de rol van Sylvia speelt in de verfilming van Twee vrouwen

De schrijver A.L. Snijders liet zich vele malen opvallend kritisch uit over het werk van Mulisch, zowel mondeling als schriftelijk.

Mulisch hield zich bezig met kunst en wetenschap: artes en scientia.

Mulisch was jarenlang een fervent pijproker (daarvoor rookte hij sigaretten) en creëerde daarmee een aanzienlijke hoeveelheid as. In 2003 stopte hij daarmee, hij zou daarna geen boek meer schrijven. Wellicht kon hij niet schrijven zonder as.

Over de Tiergarten in Berlijn zegt Mulisch in Mijn getijdenboek: Als mijn schrijverschap ergens in de tijd een oorzaak is, dan ligt zij daar.

De Tiergarten wordt door een aantal rechte lijnen verdeeld in stukken. Direct na de oorlog diende de zogenaamde oostwest-as een tijdje als start- en landingsbaan.

In De sprong der paarden en de zoete zee wordt een omgekeerde Atlantismythe verteld: de Schoklandmythe.

De door Mulisch gedroomde stad Gran (lees Opus Gran en zie Sporen van een droom) is in de eerste plaats een architectonische stad. Uit deze droom komt ook de fascinatie voort voor (het werk van) Albert Speer.

Mulisch’ middelbare school, het E.C.L. te Haarlem, is gebouwd in de traditie van de Amsterdamse School.

In Opus Gran zitten erg veel woorden waar as een bestanddeel van uitmaakt:

In plaatsbepaling, regel 19: was

In De ontdekking, regel 16: kompas, regel 17: was, regel 18: was was was

In Eerste blik op de stad, regel 4: basalt

In Zeer rijke getijden, regel 10: glas

In Het feest, regel 4: masseurs, regel 8: terrassen

In De verduistering, regel 7: kijkglas

In Aandenken, regel 2: was, regel 7: asfalt

(In Het museum I, regel 6 duikt as zelf op)

Romans met een en a in de eerste zin en een s in de laatste zin: archibald strohalm, Het zwarte licht, Het stenen bruidsbed, Twee vrouwen, De Aanslag, Hoogste tijd, De procedure, Siegfried.

Axel is Mulisch’ laatste toneelstuk, Siegfried is zijn laatste roman.

In Mulisch’ dichtbundels zijn twee plekken waar de titels van opeenvolgende gedichten een as-verbinding vormen:

Achterberg en Stockholms kinderliedje in Tegenlicht

Aanzoek en Spel in Kind en kraai

In Hoogste tijd zijn er zoon Arthur en moeder Stella, de jonge collega van Bouwmeester.

In Zielespiegel, waarin Albert Speer overigens regelmatig wordt genoemd, schrijft Mulisch zelf iets over het woord ‘as’, op blz. 89.

In het eerste hoofdstuk van Mulisch’ debuutroman Archibald Strohalm zit een ‘as’ verborgen in de poppenkast van Ouwe Opa. In het laatste hoofdstuk van zijn laatste roman Siegfried wekt een hartmassage Rudolf Herter niet tot leven.

In zijn essay Stan Laurel en Oliver Hardy noemt Mulisch dit duo de aardbeving en de sprinkhanenplaag. De ware naam van Laurel was overigens Arthur Stanley Jefferson.

In het verhaal Keuring spelen de broers Ankersmit een rol.

Mulisch’ eerste geliefde heette Ada Kat, hij trouwde met Sjoerdje Woudenberg.

Albert Speer zat gevangen in de Spandau-gevangenis.

Karin Korteweg en haar vader verslepen het lijk van Fake Ploeg niet naar het huis van de familie Aarts maar naar het huis van de familie Steenwijk.

Mulisch was regelmatig te vinden aan het Leidseplein in Amsterdam, met name in Americain en in de Stadsschouwburg.

In Oude lucht gaat Arnold naar de geconcludeerde tuin uit de droom van Merel – hij zal daar ongetwijfeld S.F. ontmoeten.

In Het theater, de brief en de waarheid maakt Herbert bij het acteren van zijn ineenstorting gebruik van de techniek van de Actor’s Studio.

In Het theater, de brief en de waarheid vormen de gebeurtenissen n.a.v. de uitvoering van Fassbinder’s De stad, het vuil en de dood het uitgangspunt.

In de bundel Hard gelach (De Bezige Bij, 1952) staat een kort verhaaltje van Mulisch, getiteld Vaders en toverballen. In dat verhaaltje sterft een jongen doordat (een door hem gefantaseerde) toverbal zijn luchtpijp afsluit. (mooi is dat: dat afsluiten een as vormt, as is immers altijd de afsluiting van iets of iemand.)

In dezelfde bundel, die is samengesteld door Simon Carmiggelt, staat ook een verhaaltje met Annie M. G. Schmidt. Zie hier een link naar een foto van Harry Mulisch en Annie M. G. Schmidt samen, op het Boekenbal van 1961. Ze liggen nu beiden op Zorgvlied.

http://beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank/weergave/record/?id=030026001189

Toen Mulisch overleed, zaten er in het fonds van De Bezige Bij drie auteurs van wie de naam een as-verbinding vormt: Alfred Schaffer, Allard Schröder en Ali Smith.

De twee belangrijkste Nederlandse steden in werk en leven van Mulisch zijn Amsterdam en Haarlem. Hun rivieren heten respectievelijk de Amstel en het Spaarne.

De twee belangrijkste vrouwen uit de geschiedenis van de 2de w.o. in Nederland zijn Anne Frank en Hannie Schaft. Voornaam Anne en achternaam Schaft vormen een as-verbinding. Mulisch gaf een lezing over Anne Frank, getiteld Het meisje en de dood. Truus Coster in De Aanslag is gebaseerd op Hannie Schaft.

In Cherry Duyns’ Sporen van een droom refereert Mulisch aan zijn gesprek met Albert Speer. Na enkele citaten uit dat gesprek over de grote straat in Berlijn, stelt Mulisch: dat zou die geweldige Achse zijn, terwijl Unter den Linden…ja, dat is een heel klein straatje. Of Mulisch deze benaming voor de grote straat van Speer heeft overgenomen of zelf heeft bedacht, valt niet op te maken uit het fragment. Mooi dat het Duitse woord voor as zelf een as oplevert. Ook fraai is dat deze as zo dicht zit op Mulisch’ Gran-droom.

Het fragment uit het gesprek met Speer waaraan wordt gerefereerd door Mulisch staat op blz. 167 van De toekomst van gisteren.

In De zaak 40/61 schrijft Mulisch: ‘Als niet Adolf Hitler maar Albert Schweitzer rijkskanselier was geweest en Eichmann het bevel had gekregen om alle zieke negers naar moderne hospitalen te vervoeren, dan had hij het zonder mankeren uitgevoerd – hij is niet zozeer een misdadiger, als wel tot alles in staat’.

In Het woord bij de daad beschrijft Mulisch zijn bezoek aan Cuba en Fidel Castro.

En zou de Quintessens uit De Elementen het ‘element’ AS kunnen zijn? Behalve het 5de element is de Quintessens immers ook ‘de kern van de zaak’, ‘daar waar iets om draait’ - de as dus.

De moeder van Oidipous heet Iokaste.

In Bericht aan de rattenkoning beschrijft Mulisch de Provobeweging op het Amsterdamse Spui.

Men neme de chronologische lijst van de werken van Mulisch en verwijdere de lidwoorden aan het begin van de titels. Zet nu de eerste letters van de titels op een rij. In de reeks letters die dan ontstaat, vormen zich slechts een paar kleine woorden, waarvan as er één is - gevormd door de a van aanslag (1982) en de s van symmetrie en andere verhalen (1982).

Mulisch noemt zijn moeder Alice in Mijn getijdenboek: de Sfinx.

Mulisch woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog op 2 adressen: aan de Anna van Burenlaan (in Haarlem) en aan de Spaarnzichtlaan (Heemstede)

 

HM-VERBINDINGEN IN LEVEN EN WERK VAN HARRY MULISCH

Hein Massuro in Wat gebeurde er met sergeant Massuro?

Herbert en Magda uit Het theater, de brief en de waarheid

Heumakers en Mathijsen: zijn bezig met de nalatenschap

Hans van Mierlo, vriend en lid van de Herenclub

Harry’s (enige) zoon heet Menzo.

Mulisch was in 1946 geobsedeerd door het werk van kunstschilder Han van Meegeren.

H. Michael is de zakelijk leider van het Auteurstheater in Hoogste tijd.

In Oneindelijke aankomst heet de hoofdpersoon Harry Mulisch.

Hitler en Mussolini vormen een hm-verbinding: zij veroorzaakten de Tweede Wereldoorlog (die Mulisch volgens eigen zeggen is) en voerden beiden een asmogendheid aan.

Herter is Mulisch in Siegfried.

Een van Mulisch’ verhalenbundels heet Het Mirakel.

 

HET GETAL 8 IN LEVEN EN WERK VAN HARRY MULISCH

Een kwartslag gedraaid is een 8 een lemniscaat, het symbool van de oneindigheid. Het beeld en de klok eindigt met een lemniscaat. (nadat het beeld heeft gezien dat de schaduw van de meester die van zijn moeder is.) In hetzelfde boek wordt de pentagon besproken met haar stompe hoeken van 108 graden.

Een octaaf bestaat uit 8 noten. De octaaf staat centraal in De compositie van de wereld.

Harry Mulisch’ eeuwige leeftijd is volgens eigen zeggen 17: 1 + 7 = 8.

Belangrijke ‘Mulischnamen’ van 8 letters: Schwartz, Strohalm, Oidipous en Eichmann (en met enige goede wil ook Steenwijk en Mathijsen). Eva Braun telt mee als je de letters van haar voor- en achternaam bij elkaar optelt.

In Hoogste tijd draagt regisseur Vogel een t-shirt met een 8 erop op de dag van de generale repetitie.

Een schaakbord heeft 8 maal 8 vakjes; Mulisch’ aartsvriend Jan Hein Donner was schaakgrootmeester.

Mulisch schreef 8 theaterstukken. (incl. Reconstructie)

Mulisch schreef 8 dichtbundels. (excl. het bibliofiele Kind en kraai)

Mulisch stierf op 83-jarige leeftijd.

De ontdekking van de hemel heeft 8 maal 8 plus 1 hoofdstukken.

Als alle cijfers van Mulisch’ geboorte- en sterfdatum bij elkaar worden opgeteld (en de cijfers van het dan ontstane getal worden ook weer opgeteld) is de uitkomst 8.

2+9+7+1+9+2+7+3+0+1+0+2+0+1+0 = 44 = 4 + 4 = 8

Ook de sterfdatum van Adolf Hitler vormt een 8. (30-04-1945 = 3 + 4 + 1 = 8)

In Voorval ziet de ingenieur dat een zandloper een driedimensionale acht is.

 

TWEE VROUWEN IN LEVEN EN WERK VAN HARRY MULISCH

Laura en Sylvia zijn geliefden in Twee vrouwen

Harry Mulisch heeft twee dochters het leven gegeven: Anna en Frieda Mulisch.

Hij had – toen hij stierf – twee kleindochters (voor zover ik weet).

Hij heeft met twee geliefden kinderen gekregen: Sjoerdje Woudenberg en Kitty Saal.

Hij is door twee vrouwen grootgebracht: Alice Schwarz en Frieda Falk.

De eerste mens die hij zag was Alice Schwarz, de laatste was Kitty Saal.

In De ontdekking van de hemel heeft Onno twee vrouwen (Ada en Helga) en Max ook (Ada en Sophia).

In De aanslag is Anton eerst getrouwd met Saskia, later met Liesbeth.

In het leven van Viktor Werker in De Procedure staan twee vrouwen centraal: zijn ex-vrouw Clara en hun gestorven dochter Aurora.

In Siegfried spelen in het leven van Rudolf Herter twee vrouwen een belangrijke rol: Maria en Olga.

In Voorval wordt de ingenieur verlaten door twee vrouwen: zijn dochter en zijn echtgenote.

In Oidipous Oidipous zijn twee Antigone’s.

In Vonk ligt Helm Quinten Velt in bed tussen een zekere Ellen en een zekere Sonja.

In De knop hebben Adella en Keitz beiden twee (dezelfde) vrouwen: met de een zijn ze getrouwd, met de ander gaan ze vreemd.

In De Grens figureren twee vrouwen: de overleden echtgenote van de schrijver van de brief en de ontvanger van de brief: De Koningin. (De schrijver woont overigens in Amstelveen en de Koningin in Soestdijk.)

In Het theater, de brief en de waarheid spelen twee vrouwen een rol: Magda en Vera.

Als Anton in De Aanslag tijdens een bezoek aan Cor Takes een foto ziet van Truus Coster, ziet hij in haar ogen de blik van zijn vrouw Saskia.

Tijdens de demonstratie in De Aanslag ontmoet Anton twee vrouwen: zijn dochter Sandra en zijn oude buurmeisje Karin.