Sociale zekerheid: streng voor uitkeringstrekker

Een uitkeringsgerechtigde krijgt een strengere behandeling. De bijstanduitkering wordt drie maanden stopgezet als de sollicitatieplicht niet wordt nageleefd. En wie geweld gebruikt tegen mensen bij de sociale dienst, loopt het risico dat de uitkering wordt stopgezet. Ook de dragers van een boerka of mensen die de taal niet machtig zijn, kunnen hun bijstand vergeten.

Het kabinet trekt wel 100 miljoen euro extra uit voor verruiming van de bijzondere bijstand. Omdat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen moeten kunnen sporten wordt het budget voor het Jeugdsportfonds gehandhaafd en dat van Sportimpuls verhoogd.

Ook wie zijn werk verliest, lijkt door dit regeerakkoord slechter af te zijn. De duur van de WW-uitkering gaat van 38 maanden naar 24 maanden. Het eerste jaar is gerelateerd aan het laatstverdiende loon, de laatste 12 maanden aan het minimumloon. In de ogen van het nieuwe kabinet is het juist goed dat een werkzoekende wordt geprikkeld om ander werk te aanvaarden.

Door de hervorming van het ontslagrecht moet het overstappen naar ander werk gemakkelijker worden. Bij onvrijwillig ontslag heeft de werknemer recht op een transitiebudget. Dat is een vergoeding voor scholing met een maximum van vier maandsalarissen. Er wordt een grens op de ontslagvergoeding gezet: die bedraagt een half maandsalaris per dienstjaar, en maximaal 75.000 euro.

Ten opzichte van het Lenteakkoord wordt de versoepeling van het ontslagrecht teruggedraaid, maar ten opzichte van staand beleid is wel degelijk sprake van een versoepeling. De zogeheten preventieve toets – groen licht van het UWV voorafgaand aan ontslag – blijft toch bestaan, maar de parallelle route via de kantonrechter vervalt.

Voor 55-plussers die ontslagen worden, gaat de zogeheten Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) gelden. Voor hen geldt een sollicitatieplicht, maar er geldt geen partner- of vermogenstoets. Dat wil zeggen: de werkloze hoeft niet zijn huis op te eten.

De uitkering voor Wajongers (jonggehandicapten) wordt niet verlaagd en de herbeoordeling geschrapt. Voor bedrijven met 25 werknemers of meer wordt in zes jaar tijd een quotum opgebouwd van 5 procent voor het aannemen van arbeidsgehandicapten. Wanneer een bedrijf niet aan het quotum voldoet, volgt een boete van 5.000 euro per werkplek.

De kinderbijslag wordt versoberd. In 2017 zal er 647 miljoen euro minder aan worden uitgegeven. Compensatie vindt voor lagere inkomens plaats via een royaler kindgebonden budget.

De AOW-leeftijd stijgt naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021 en wordt dan gekoppeld aan de levensverwachting. Voor werknemers tussen de 61 en 65 jaar komt een doorwerkbonus zodat zij in het jaar 2021 – als de AOW-leeftijd 67 is – anderhalf jaar eerder met pensioen kunnen zonder erop achteruit te gaan.

Er wordt een doorwerkbonus ingevoerd voor werknemers (voltijd en deeltijd) vanaf 61 tot 65 jaar. Werknemers die doorwerken tot 65,5 jaar, kunnen zo gemiddeld 1,5 jaar eerder met pensioen zonder er financieel op achteruit te gaan. Deze doorwerkbonus geldt voor werknemers met een inkomen vanaf 90 procent van het wettelijk minimumloon.

De invoering van de prikkel voor werknemers uit de modernisering van de Ziektewet – duur afhankelijk van het arbeidsverleden – wordt met een jaar uitgesteld. Binnen een jaar moet een alternatief worden gevonden om een einde te maken de hoge instroom van flexwerkers, werknemers zonder vast contract, in de Ziektewet.