Olympisch plan doodverklaard

De kandidatuur voor de Spelen in 2028 kan de prullenbak in. Zonder steun van de overheid is een bid kansloos.

Deense turners op de Olympische Dag in 1953 in het Olympisch Stadion van Amsterdam.
Deense turners op de Olympische Dag in 1953 in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Foto Hollandse Hoogte

De Olympische Spelen komen in 2028 niet naar Nederland. Het kabinet Rutte II wenst de kandidatuur van Amsterdam niet te steunen. Daarmee is de bodem onder het Olympisch Plan 2028 weggevallen.

Natuurlijk, 2028 is nog ver weg. Natuurlijk, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) beslist in 2021 welke stad in 2028 de Olympische Spelen mag organiseren. En natuurlijk was in Nederland afgesproken in 2016 definitief over de kandidatuur van Amsterdam te besluiten. Dat is de verre toekomst. En wie weet gaat het tegen die tijd met Nederland economisch zo goed, dat de Olympische Spelen er nog wel bij kunnen.

Die hoop laat NOC*NSF in een reactie op het regeerakkoord doorklinken. Voorzitter André Bolhuis spreekt nu zelfs van een „volstrekt begrijpelijk besluit”, maar sluit een kandidatuur nog niet uit. En Olympisch Vuur, de organisatie die de Olympische Spelen in Nederland moet voorbereiden, laat in een reactie weten dat de kandidatuur pas in 2019 bij het IOC hoeft te worden ingediend en er nog alle tijd is om van gedachten te veranderen.

Typische voorbeelden van whisfull thinking. Het signaal dat dit kabinet afgeeft, laat aan helderheid niet te wensen over. Letterlijk staat in het regeerakkoord: we onderschrijven de ambitie om Nederland op olympisch niveau te brengen, zonder de Olympische Spelen naar Nederland te willen halen. De reden: te weinig draagvlak onder de bevolk in een tijd van crisis financieel te risicovol.

Aangenomen dat dit kabinet de regeerperiode uitzit, treedt het eind 2016 af. In dat jaar moet over de kandidatuur besloten worden. Dan is het nu dus al duidelijk dat in 2016 negatief besloten moet worden. Het IOC accepteert geen bid zonder de financiële garantstelling van de overheid.

Maar er is meer. Het kabinet heeft ook een politiek signaal afgegeven: het heeft geen zin op de ingeslagen weg voort te gaan. VVD en PvdA waren in de vorige periode nog voorstanders van het Olympisch Plan 2028. Op grond van de sombere economische verwachtingen hebben die partijen hun standpunt radicaal gewijzigd. De Partij voor de Dieren en de ChristenUnie waren al tegen de Olympische Spelen in 2028, terwijl de PVV toenemende twijfels over de financiële haalbaarheid heeft geuit. En ook de SP is uitgesproken kritisch. Die partij diende zelfs een motie van wantrouwen in tegen sportminister Edith Schippers toen zij tegenover de Kamer zou hebben verzwegen dat de Spelen zo’n acht miljard euro zouden kosten.

Olympische Spelen brengen grote financiële gevaren met zich mee. Zeker op de lange termijn, als de kosten alleen nog maar zullen stijgen. Vraag het de organisatie van Athene 2004. Het budget was 4,5 miljard euro, de werkelijke kosten 8,9 miljard. IOC-voorzitter Jacques Rogge zou later verklaren dat de Griekse Spelen achteraf financieel onverantwoord zijn geweest. Voor de Spelen van Londen is de balans nog niet opgemaakt, maar ook daar is sprake van een budgetoverschrijding. De geplande 2,2 miljard euro liep op tot 11 miljard.

Tegen die achtergrond ligt het voor de hand dat een kabinet zich niet waagt aan grote projecten als de Olympische Spelen. Dat zou onverantwoord leiderschap zijn. Het is goed dat Mark Rutte en Diederik Samsom de Nederlandse samenleving die duidelijkheid hebben verschaft. Dat besef moet alleen nog doordringen tot degenen met mooie olympische dromen. Maar als ook zij ontwaken, zal iedereen beseffen dat het Olympisch Plan 2028 gisteren is doodverklaard.

    • Henk Stouwdam