Rutte II nadert het doel...

Sneller dan verwacht loopt de informatieronde van het nieuwe kabinet vandaag ten einde. PvdA en VVD geven er blijk van vlot zaken te kunnen doen en gaan doelgericht af op een kabinet Rutte-Asscher. Mogelijk staat dat volgende week op het bordes, met het staatshoofd. De koningin heeft bij deze formatie geen rol van betekenis gespeeld. Dat is een rechtstreeks gevolg van parlementaire besluitvaardigheid en politiek verantwoordelijkheidsbesef bij de twee winnaars van de verkiezingen. Of de rol van het staatshoofd nu geheel is uitgespeeld moet bij volgende formaties blijken. De pessimistische voorspelling dat de Kamer vanzelf weer bij het staatshoofd moet aankloppen als de informateurs mislukken, is in ieder geval niet uitgekomen. Dat is alvast een precedent met zelfstandige betekenis – het geeft de Kamer zelfvertrouwen, ontlast het staatshoofd en vergroot de democratische controle.

De snelle totstandkoming van het regeerakkoord is ook kenmerkend voor de dynamiek die aan het Binnenhof is ontstaan. Het besef dat kabinetten te snel vallen, kiezers te vaak moeten stemmen, juist in een periode van een Europese economische crisis, is duidelijk doorgedrongen. Het Kunduz- of Lenteakkoord was er al een teken van. Het land is toe aan een duidelijk perspectief en een stabiel kabinet. Of dit kabinet dat zal kunnen waarmaken, is nog de vraag. Maar de informatie bevatte al wel een aantal indicaties. Beide partijen hebben in zeer kleine kring, met vrijwel totale geheimhouding, elkaar snel gevonden. Door het weren van de buitenwereld werden de loopgraven vermeden. Maar van eventuele nuttige tegenspraak werd evenmin geprofiteerd. Of zij daarbij elkaar inderdaad deelsuccessen hebben ‘gegund’ moet uit het regeerakkoord nog blijken.

Dat de leiders van VVD en PvdA in elkaar een nieuwe, jongere generatie van politici herkennen, zal hebben bijgedragen aan de ambitieuze gang van zaken. Mogelijk breekt er een periode van zakelijkheid aan in de politieke verhoudingen. In crisistijd biedt dat hoop.

Intussen lijkt het kabinet dat de veertigers Rutte en Samsom hebben samengesteld te rusten op ervaring van de vijftigplusgeneratie. Alleen de selectie van de Amsterdamse PvdA wethouder Asscher voor het vicepremierschap is politiek riskant. Als sleutelfiguur voor de PvdA is een landelijk onervaren, jongere politicus gekozen. Het kabinet is ook klein gebleven – er is één minister meer en één staatssecretaris minder. Het probleem van overbelasting, in het bijzonder in het contact met het parlement en in vertegenwoordiging in het buitenland is dus niet opgelost. Of deze VVD-wens goed zal uitpakken is zeer de vraag.