Roosevelt, de grote winnaar uit Washington

Algemeen Handelsblad 4 november
Algemeen Handelsblad 4 november

Franklin Delano Roosevelt had het Amerikaanse volk ‘a new deal’ beloofd toen hij in 1932, midden in de Grote Depressie, was gekozen tot 32ste president van de Verenigde Staten. Op dinsdag 3 november 1936 werd hij herkozen, voor de eerste keer. ‘Heden een dag vol spanning in Amerika’ schreef Algemeen Handelsblad op die dag op de voorpagina onder de kop ‘Herverkiezing van Roosevelt waarschijnlijk’.

Ook voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant (‘De laatste proefverkiezingen geven een groote meerderheid ten gunste van Roosevelt’) was de uitslag niet onverwacht. ‘Hedennacht meldde men ons nog uit New York: Kort na het vorige bericht werd een kleine weddenschap afgesloten in een verhouding met 3-1 ten gunste van Roosevelt’.

Dat de zittende president opnieuw zegevierde, ‘zou dan voornamelijk zijn reden vinden in het feit, dat het Amerikaansche volk uit de depressie, waarin het in 1933 nog verkeerde, is gered en nu op economische stevige bodem staat’.

Maar dat de winst zo overtuigend zou zijn (60,8 procent van de stemmen), daarop had de NRC dan weer niet gerekend. ‘Roosevelt heeft n.l. in zijn eersten ambtstermijn zoo enorm met geld uit de openbare kassen gesmeten, dat de bondsfinanciën erdoor in wanorde zijn geraakt. De schuldenlast is enorm gestegen en hoewel natuurlijk de bestrijding der werkloosheid en het weer op gang brengen van allerlei bedrijven en bedrijvigheden niet kon worden nagelaten, heeft Roosevelt toch den belastingbetaler ook in de toekomst voor heete vuren geplaatst.’

In zijn commentaar (‘De Toestand’) bekent de NRC kleur: ‘De voorvechters van financieele en oecunomische orthodoxie in Amerika, voor wier redeneeringen wij uiteraard nog het meeste voelen, hadden zich aan [uitdager] Landon vastgeklampt als hun kampioen, maar zij moesten weten, dat zij slechts het minste hadden gekozen van twee kwaden; kwaden in hun ogen’.

Net als nu ging het in 1936 ook om vorm. ‘Een correspondent te New York’ schreef over kranten die gretig aftrek vonden, over ‘de radio, die hoe langer hoe meer de levende spiegel van het dagelijksche gebeuren wordt’ en over de „sound truck”. ‘Dat is een auto met luidsprekers, die politieke redevoeringen houdt. Die rijden rond onder, langs mijn wolkenkrabber in het hartje van de stad en buiten in het stille dorp waar ik woon. Dwars door een telefoongesprek buldert een stem over de nietsluitende begrooting of de herleving in zaken. Trek ik ’s avonds de dekens over mijn neus dan buldert plotseling een spookachtige stem door de stille dorpstraten precies hetzelfde’.