Reizen naar Straatsburg, omdat het moet

Het Europees Parlement was vorige week in Straatsburg in wel zeer bijzondere vergadering bijeen. Er was geen sprake van één vergadering, maar van twee vergadersessies van elk twee dagen. Op deze manier probeerden de volksvertegenwoordigers op een slimme manier te voldoen aan het Europees Verdrag dat voorschrijft dat het in Brussel gevestigde Parlement twaalf keer per jaar in het 430 kilometer verderop gelegen Straatsburg dient te vergaderen.

Het parlement omzeilde de gebruikelijke – om aan het aantal van twaalf te komen – extra tweede vergaderweek in september door de bijeenkomst van oktober in tweeën te knippen. Maar het is tevens de laatste keer dat dit gebeurt. Het Europese Hof van Justitie heeft na een klacht van de Franse regering uitgesproken dat deze oplossing in strijd is met het Verdrag. En zo blijft de vergaderkaravaan, uitgegroeid tot symbool van verspilling van belastinggeld, vooralsnog twaalf keer per jaar heen en weer trekken. Kosten: 180 miljoen euro plus 19.000 ton extra CO2-uitstoot.

Aan het parlement ligt het niet. Dat spreekt regelmatig in meerderheid uit dat Brussel de enige vergaderplaats moet zijn. Maar het Europees Verdrag waarin de tocht naar Straatsburg staat voorgeschreven is van de regeringsleiders. In dat gremium heeft Frankrijk elke poging iets aan de bizarre situatie te veranderen met succes weten tegen te houden.

De krampachtige vasthoudendheid van Frankrijk en de onwil van de overige lidstaten om op dit punt de confrontatie met Parijs op te zoeken, illustreert de kloof tussen bestuurders en de Europese burgers. In de 130 miljard euro omvattende miljardenbegroting van de Europese Unie zijn de vergaderkosten die met de verhuizing van het Europees Parlement samenhangen een verwaarloosbaar bedrag. Maar het is wel een permanente bron van ergernis bij het grote publiek.

Niet voor niets keerde vorige week de dure vergaderplek in Straatsburg regelmatig terug in de commentaren nadat het Europees Parlement had ingestemd met een verhoging van de begroting voor volgend jaar met 6,8 procent. De hoon over het van de werkelijkheid losgezongen parlement was collectief. Het verhaal achter de verhoging ligt genuanceerder dan op het eerste gezicht lijkt. Zo betreft het niet zozeer nieuwe uitgaven maar de betaling van eerder aangegane verplichtingen. Maar die verklaring van een zelf als spilziek bekend staand parlement komt niet over.

Los daarvan, enige bescheidenheid waarmee het Europees Parlement had laten zien oog te hebben voor de bezuinigingen die in alle Europese lidstaten aan de orde zijn, was op zijn plaats geweest.