Ongeduldige optimisten

Bill en Melinda Gates zijn het ‘zachte’ gezicht van Amerika’s mondiale macht. Ze geven elk jaar miljarden weg en verspreiden daarmee Amerikaanse waarden en cultuur. Het is filantropie van het tijdperk van het marktdenken, met bedrijfsmatige doelen en een flinke dosis sterrendom.Juurd Eijsvoogel

Melinda en Bill Gates tijdens een Technologie Conferentie in Sun Valley, in Idaho in de zomer van 2009, een jaar nadat Bill Gates was gestopt met zijn actieve bemoeienis met Microsoft.
Melinda en Bill Gates tijdens een Technologie Conferentie in Sun Valley, in Idaho in de zomer van 2009, een jaar nadat Bill Gates was gestopt met zijn actieve bemoeienis met Microsoft. Foto Bloomberg

Het is niet alléén het geld, maar het helpt wel. Bill Gates en zijn vrouw Melinda zijn serieuze spelers op het internationale politieke toneel geworden. Ze zijn niet gekozen of benoemd, maar ze zijn wel machtig.

Hun invloed reikt tot ver buiten de grenzen van Amerika. Op hun unieke manier drukken ze hun stempel op het aanzien en de positie van hun land in de wereld. En wie straks de presidentsverkiezingen ook wint, zij blijven zitten en zetten hun werk voort.

Hun liefdadige instelling, de Bill and Melinda Gates Foundation, is met het reusachtige vermogen van ruim 37 miljard dollar verreweg de grootste filantropische organisatie ter wereld. Wie zich bezighoudt met armoedebestrijding of gezondheidszorg in de Derde Wereld kan niet meer om ze heen.

En dus kun je ze in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York de lift zien nemen naar de 38ste verdieping, om iets te bespreken met VN-chef Ban Ki-moon. Of je ziet ze met presidenten en premiers staan praten op het World Economic Forum, het jaarlijkse treffen van politieke leiders, bankiers en topindustriëlen in het Zwitserse Davos.

En meestal gaat het niet over koetjes en kalfjes. Want Bill en Melinda Gates hebben een doel – en haast. Ze zijn ‘ongeduldige optimisten’, zoals een blog van hun stichting heet. Ze hebben zich ten doel gesteld jaarlijks honderden miljoenen dollars weg te geven om, zoals men bij de Gates Foundation zegt, grote oplossingen te zoeken voor grote problemen.

Dat betekent bijvoorbeeld dat niet alleen geld wordt uitgetrokken voor beproefde middelen om HIV, malaria en tuberculose te voorkomen en te bestrijden, maar dat ook zwaar wordt ingezet op wetenschappelijk onderzoek voor de ontwikkeling van vaccins. En het betekent dat de Gates Foundation in Afrika een organisatie steunt die tussen 2010 en 2020 het inkomen van twintig miljoen kleine boeren wil verdubbelen, onder meer door ontwikkeling van betere zaden en landbouwgrond.

Daarvoor worden bedragen uitgetrokken waar een minister van Ontwikkelingssamenwerking van een middelgroot land zich niet voor zou schamen. Aan internationale gezondheidszorg besteedt de Gates Foundation zo’n anderhalf miljard dollar per jaar, aan armoedebestrijding en ontwikkeling nog eens een half miljard. Bij elkaar is dat ongeveer de helft van de begroting van ontwikkelingssamenwerking van een donorland als Nederland. En dan is de Gates Foundation in eigen land nog actief op het terrein van onderwijs (zo’n 400 miljoen dollar per jaar), om het aantal jongeren dat de middelbare school en college afmaakt dramatisch te verhogen en bibliotheken te voorzien van computers en internetaansluitingen.

Aanvankelijk kwam het kapitaal voor de in 1994 opgerichte stichting alleen van het vermogen dat Bill Gates had vergaard als oprichter, topman en grootaandeelhouder van Microsoft. In 2006 besloot belegger Warren Buffett, vriend van het echtpaar Gates en zelf ook een van de rijkste mensen ter wereld, mee te doen – met een jaarlijkse bijdrage in aandelen van rond de anderhalf miljard dollar.

Bill en Melinda Gates, die samen met Bills vader William H. Gates sr. de leiding hebben over de organisatie, staan in een typisch Amerikaanse traditie van grootschalige particuliere liefdadigheid. Maar ze geven er hun eigen, en eigentijdse, draai aan. „Hun motivatie is vergelijkbaar met die van de drie grote Amerikaanse stichtingen van de afgelopen eeuw – de Ford, Carnegie en Rockefeller Foundations”, zegt Inderjeet Parmar, hoogleraar aan de Universiteit van Manchester en auteur van het recente Foundations of the American Century. In dat boek laat Parmar zien hoe die ‘Grote Drie’, zoals hij die stichtingen noemt, zich de afgelopen eeuw ontwikkelden tot pijlers van Amerika’s buitenlandse politiek. Ze streefden goede doelen na op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, kunsten en bevordering van recht en vrede. En tegelijk wierpen ze in Amerika, en daarbuiten, een dam op tegen isolationisme en creëerden ze internationale netwerken van academici en politieke leiders die het geloof in de vrije markt verspreidden en Amerika hielpen uitgroeien tot een wereldmacht.

„Een groot verschil met de Grote Drie van destijds”, zegt Inderjeet Parmar, „is de zakelijke manier waarop de Gates Foundation opereert. Het is filantropie van het neoliberale tijdperk, waarbij bedrijfsmatig doelstellingen worden geformuleerd en in gedurfde projecten wordt geïnvesteerd.” Een ander wezenlijk verschil is dat de Gates Foundation bijna vier keer zo groot is als de grootste van de Grote Drie (de Ford Foundation, die een eigen vermogen van ruim 10 miljard dollar heeft).

Zowel Bill als Melinda Gates treedt regelmatig naar buiten om hun missie aan te prijzen. Bill was jarenlang de rijkste man ter wereld (nu heeft de Mexicaan Carlos Slim hem ingehaald), hij is een beroemdheid die qua internationale starpower nauwelijks onderdoet voor film- en popsterren. Iedereen kent het verhaal hoe hij als student aan het begin stond van de revolutie die de personal computer teweeg heeft gebracht. Die heldenstatus geeft hem overal een makkelijke entree, ook bij staatshoofden en regeringsleiders. Toen premier Rutte begin dit jaar op het World Economic Forum in Davos was, vertelde hij enthousiast over zijn ontmoeting met Gates – ze hadden gesproken over de samenwerking van de Foundation met Nederland, én Rutte had de Amerikaan gezegd dat hij zo’n „enorme inspiratie” is.

Het politieke gewicht van het echtpaar Gates kan aanzienlijk zijn, vooral in arme landen waar de Foundation projecten uitvoert. Ze bemoeien zich met kwesties die ook het werkterrein van de staat kunnen zijn. Gates en zijn vrouw schrikken daar niet voor terug. Melinda Gates houdt bevlogen toespraken over het in sommige landen omstreden onderwerp van geboortebeperking. „Dit jaar zullen een miljard stellen seks hebben met elkaar”, begint ze een praatje voor het populaire conferentienetwerk TED, waarbij ze keurige dia’s laat zien van stelletjes van over de hele wereld: „Zij, zij, zij, zij en zelfs..” – algehele hilariteit als een foto van haar en haar man verschijnt – „..ook zij.” Moraal van het verhaal: niet moeilijk doen, anticonceptie voorkomt ongewenste zwangerschappen en hoort overal op de politieke agenda.

Bill Gates mengde zich in maart in een Nederlands politiek debat. Toen uit het Catshuis-overleg tussen VVD, CDA en PVV een drastische bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking dreigde te komen, benaderde hij de NOS en de Volkskrant om in een interview te protesteren. In deze krant schreef hij een opiniestuk. Opmerkelijker nog was de harde kritiek die Gates in februari leverde op de „gedateerde en inefficiënte manier” waarop drie VN-organisaties honger en armoede bestrijden.

Het is een moderne manier van internationale politiek bedrijven: niet meer als exclusieve aangelegenheid van staten onderling, maar als complex krachtenveld waarin naast politieke leiders ook bedrijven, onafhankelijke hulporganisaties, regionale samenwerkingsverbanden en filantropen een rol spelen.

De populariteit van de Gates Foundation straalt af op de Verenigde Staten. Het land versterkt er zijn soft power mee – het vermogen om landen voor zich te winnen, niet met wapens maar met cultuur, beleid en idealen. Critici zeggen: een regering wordt gecontroleerd door het parlement, maar deze machtige organisatie hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. In sommige ontwikkelingslanden zou de Gates Foundation met haar grote, ambitieuze projecten de gezondheidszorg zelfs verstoren: doordat hoge salarissen betaald worden in aidsklinieken ontstaan tekorten aan zorgverleners voor andere patiënten.