Natuurrampen: erger, groter, kostbaarder

Met de kredietcrisis zijn we langzamerhand gewend geraakt aan bizarre geldbedragen, maar ook bij natuurrampen nemen de cijfers snel toe. Nu orkaan Sandy aankoerst op de oostkust van de VS lopen de schattingen van de verwachte schade toe. Dat is niet ten onrechte. Alle tien duurste natuurrampen ooit, gecorrigeerd voor inflatie, vonden plaats in de afgelopen twintig jaar, en zes daarvan in de laatste tien jaar. De top drie? De aardbeving en tsunami in Japan van vorig jaar (210 miljard dollar schade), orkaan Katrina in de VS in 2005 (161 miljard) en de aardbeving in het Chinese Sichuan in 2008 (130 miljard). Dat zijn forse bedragen: ze komen volgens de Wereldbank overeen met respectievelijk 3,5 procent, 1,1 procent en 2,8 procent van het bruto binnenlands product van de betrokken landen.

Wat Sandy gaat uitrichten is nog onbekend. Het land lijkt zich net als met Irene vorig jaar evenzeer schrap te zetten voor een overstroming als voor een overdrijving. Maar ditmaal lijkt niet zozeer de hevigheid als wel de duur van het noodweer de grootste bedreiging, en het ziet er niet best uit.

Waarom gaan de kosten ze omhoog? Rond 1980 bedroegen de wereldwijde kosten van natuurrampen volgens herverzekeraar Munich Re nog geen 50 miljard dollar per jaar (omgerekend naar dollars van vorig jaar). Rond 1990 was dat 70 miljard, een decennium later al 100 miljard en twee jaar terug 150 miljard. Vorig jaar was, zeker door de aardbevingen in Tokio en Nieuw-Zeeland een record met een geschatte schade van 380 miljard.

De stijgende kosten zijn te wijten aan grofweg vier factoren. De eerste is dat de concentratie van mensen en gebouwen met de groei van de wereldbevolking en de verstedelijking flink is toegenomen. Een natuurramp op de verkeerde plek veroorzaakt daarom meer schade dan vroeger. De tweede reden is de gemiddelde toename van de welvaart, en dus van de waarde van de verloren gegane gebouwen, bezittingen en productiecapaciteit. De derde reden heeft te maken hebben met menselijk ingrijpen. Ontbossing, ingrepen in het landschap en urbanisatie dragen bij aan overstromingen en aardverschuivingen. Hier en daar wordt een aardbeving geweten aan ontwatering of gaswinning.

En dan de vierde: er lijken meer natuurrampen op te treden dan vroeger. Dat geldt uiteraard niet voor natuurlijke aardbevingen en tsunami’s, maar wel voor de gevolgen van extreem weer dat het resultaat kan zijn van door mensen zelf veroorzaakte klimaatverandering.

Wat te doen tegen de stijgende kosten van natuurgeweld? De oorzaak zo veel mogelijk wegnemen uiteraard, en de schade vooraf zoveel mogelijk beperken. Maar voor de rest is verzekeren de enige optie. Op dat vlak is er nog het nodige in te halen. In de VS blijkt gemiddeld de helft van de schade verzekerd. In Japan was dat vorig jaar maar eenzesde en in landen als China is het verzekerde bedrag verwaarloosbaar. Daar zit een enorm groeipotentieel voor de financiële sector. En ditmaal één die maatschappelijk nog nuttig is ook.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.