Mededogen met de ‘verliezers’

De vraag of Anton Valens de AKO Literatuurprijs wint, is te spannend voor hem. „Ik probeer er zo weinig mogelijk mee bezig te zijn.”

Anton Valens kent een AKO-prijsuitreiking „alleen uit de verhalen”. De nominatie van zijn roman Het boek Ont voor de AKO Literatuurprijs die vanavond in Den Haag wordt uitgereikt, kwam voor de schrijver als een grote verrassing. „Ik vind het heel spannend, maar probeer er zo weinig mogelijk mee bezig te zijn. Na de bekendmaking van de shortlist ben ik direct gaan schilderen: fijne, precieze landschapjes. Dat leidt enorm af, op een positieve manier. Het is geconcentreerd werk, je bent zo uren verder zonder een moment aan die AKO te hebben gedacht.”

Schrijver en schilder Anton Valens (1964) werkt het beste als hij helemaal ontspannen is en de tijd kan nemen. „Geef me een deadline en ik slaap meteen slecht, al hoeft het pas over twee maanden af.” Die ongewenste druk van de buitenwereld staat ook centraal in Het boek Ont, zijn eerste grote roman, na enkele novelles. Het verhaal gaat over Isebrand Schut, een Groninger met een onafgeronde studie, geen werk en weinig toekomstperspectief – deels te danken aan zijn omgeving (er is weinig werk in Groningen), deels aan zijn eigen passiviteit.

Hij heeft wel Man & Post, een clubje voor mannen die de administratieve chaos van het leven niet aankunnen: ze durven geen post meer te openen. Het clubje opent elkaars post: ‘Gedeelde post is halve post.’ Valens: „Er ligt tegenwoordig zoveel druk op opgroeiende mensen om van het leven een succes te maken, om initiatieven te ontplooien. Een heleboel mensen kunnen dat niet waarmaken, omdat het niet in hun karakter zit. Als ze er niet uit wegkomen, heten het losers te zijn. Dat vind ik geen prettig woord – dat geldt ook voor die tweedeling in losers en winners.”

Het boek Ont ontstond uit mededogen. Valens had zelf zo kunnen worden, zegt hij. „Ik had het geluk dat ik het schilderen had.”

Isebrand komt in contact met Cor Meckering, ook een man met een postprobleem. Hij ontwikkelt een theorie over het voorvoegsel ‘ont-’ die opgaat voor alle ont-woorden: van ontroeren tot ontdekken en ontploffen. „Ik ken dat uit mijn familie, dat enorme redeneren. Dan was iemand het oneens met houtskooldateringen en werden er statistieken verzonnen die zijn gelijk bewezen. Ik kan me ook focussen op iets heel lulligs en dan eindeloos doorspitten.” Het neigt naar het krankzinnige, maar op een onschuldige manier.

Het langzame van Isebrand en het obsessieve van Meckering komen samen in Valens’ manier van schrijven: eindeloos afwegen en herschrijven. „Ik weet nog steeds niet wat voor schrijver ik precies wil zijn. Ik houd ervan om te ontdekken wat het materiaal wil. Als ik schilder kan ik druppeltjes vernis toevoegen en kijken wat het materiaal dan doet, welke mogelijkheden het oplevert. Zo schrijf ik ook het liefst.”