‘Frisco’ feest: Sweep, sweep, sweep!

De San Francisco Giants hebben gisteren de World Series gewonnen. In de binnenstad brak een volksfeest los. „Wat een machtsvertoon.”

Giants-pitcher Sergio Romo huilt naar de maan nadat hij de laatste, winnende worp heeft gegooid in de World Series.
Giants-pitcher Sergio Romo huilt naar de maan nadat hij de laatste, winnende worp heeft gegooid in de World Series. Foto Reuters

Boven de uitzinnige menigte op het Civic Center Plaza in San Franciso steken vrolijk dansende bezems uit, zinnebeeld van de wijze waarop de honkballers van de Giants tegenstander Detroit Tigers de afgelopen dagen met 4-0 aan de kant hebben geschoven in de World Series. Dat heet dus een sweep – een veegpartij. Efficiënter kan niet in het best-of-seven duel om de honkbaltitel in de Verenigde Staten.

„Dit team heeft iets onoverwinnelijks over zich”, zegt supporter John Koncoli, vlak voor de Giants met een 4-3 overwinning in Detroit de vierde en beslissende partij naar zich toetrekken. De play-offs waren tot aan de World Series een aaneenschakeling van wonderbaarlijke ontsnappingen geweest. Maar op het hoogste niveau demonstreerde de ploeg een mentale scherpte die Koncoli uitlegt als „iets evangelisch”. San Francisco is net als in 2010 de beste in de Major League.

Gevraagd naar zijn vette New Yorkse accent vertelt Koncoli dat hij geboren is in 1958, het jaar dat de Giants van New York naar San Francisco verhuisden. Hijzelf volgde twintig jaar later om zijn „Californische droom” te verwezenlijken. Aan de westkust sloot hij de Giants in de armen. Maar het succes was er niet zoals bij de New York Giants, die vijf keer de World Series wonnen.

Pas in 2010 kwam er een einde aan ‘de marteling’, zoals fans het uitblijven van een ‘wereldtitel’ waren gaan noemen. De Giants-ploeg won onder leiding van coach Bruce Bochy twee jaar geleden de World Series tegen de Texas Rangers. Zo beleefde San Francisco zijn grootste honkbalsucces. Koncoli zegt dat de hunkering nu een tikkeltje minder is dan twee jaar geleden. Ook toen stond hij hier met duizenden op het Civic Center Plaza, samengepakt voor een videoscherm tegenover het gemeentehuis.

Toch bereikt het plein fever pitch als de wedstrijd bij 3-3 gelijk een noodzakelijke extra inning ingaat. Marco Scutaro helpt met een rake klap zijn Giants-teamgenoot Ryan Theriot over de thuisplaat. „So exciting”, zegt Koncoli een keer of tien achterelkaar. Als closing pitcher van de Giants Sergio Romo in deze tiende inning drie slag en drie uit afdwingt, barst het feest los. Er is vuurwerk, er zijn talloze mobiele telefoons die het spektakel filmen. En Koncoli, jubelend, komt terug op eerder gedane uitlating. „Wat een machtsvertoon. Dit is toch wel net zo gaaf als in 2010.”

Opnieuw treden de Giants uit de schaduw van hun eigen dopingproblemen. Dit seizoen werd sterspeler Melky Cabrera wegens testosteron-inname voor vijftig wedstrijden geschorst. Zijn pogingen om zijn overtreding te maskeren leidden tot meer slechte pers voor de Giants.

San Francisco „is voor doping wat Sicilië is voor de maffia”, schreef een columnist van de LA Times naar aanleiding van Carbrera’s bedrog. Het incident riep herinneringen op aan de tijd dat Barry Bonds hier in San Francisco vorig decennium posterboy werd van het steroïdentijdperk in het professionele honkbal.

Bonds is inmiddels lang verleden tijd. Toch zijn ze er nog wel, de fans gekleed in shirts met de naam van de slugger en het nummer 25 op de rug. De houder van het recordaantal homeruns in de Major League, wiens betrokkenheid bij een omvangrijk dopingschandaal in 2006 aan het licht kwam, wordt „hier in San Francisco nog op handen gedragen”, zegt Oscar Plataro.

Maar tot Plataro’s vreugde zijn de Giants nu meer dan één man die de bal hard over het hek slaat. „We zijn een hecht team van goede werpers geworden en dat is uiteindelijk veel beter als je prijzen wil winnen.” Zijn zesjarige zoontje Diego nam hij al mee naar het fraaie stadion aan de baai toen hij twee weken oud was. De jongen draagt een shirt van pitcher Tim Lincecum. Op zijn hoofd heeft hij een panda-pet. „Zijn favoriete speler is Pablo Sandoval, onze kung-fu panda”, aldus vader.

Sandoval, de zwaarlijvige Venezolaanse derde honkman met onvermoede atletische vermogens, werd gisteren uitgeroepen tot de meest waardevolle speler in de World Series. In de eerste partij tegen Detroit vorige week sloeg hij als vierde mens ooit drie homeruns in een World Series-wedstrijd.

Het was tekenend voor het optreden van de Giants: excellent. In de laatste drie wedstrijden werden maar twaalf honkslagen weggegeven aan de Tigers. Na een 3-1 achterstand tegen de St. Louis Cardinals, in de strijd om het kampioenschap van de National League, wonnen de Giants zeven wedstrijden op rij. De kampioen van de American League, Detroit Tigers, had eigenlijk alleen gisteren iets in te brengen. Te laat.

Koncoli doet een poging doen om de impact van de onverwinning te schetsen. De 49’ers, de plaatselijke American footballclub, hebben een aantal keer de Super Bowl gewonnen, „maar nooit was het zo’n feest” als toen de Giants in 2010 de World Series wonnen. „Weet je wat het is: football is de dominante sport geworden in de Verenigde Staten. Maar honkbal blijft de sport die van vader op zoon overgedragen wordt. Er zijn ook zoveel honkbalwedstrijden in een seizoen dat je echt kunt vergroeien met een club. De band is sterker dan bij football, waar je maar een paar keer per jaar naar toe kan.”

De fans van de Giants staan bekend als trouw en fanatiek. Coach Bochy staat in een dankwoord na de wedstrijd in Detroit stil bij „de cruciale rol” die supporters hebben gehad bij het succes. Wie nog aandacht heeft voor het videoscherm applaudiseert.

Intussen worden televisieploegen liefdevol besprongen door extatische jongeren. Auto’s rijden in traag tempo toeterend door de straten rond Civic Center Plaza, die langzaam vastlopen. Wildvreemden wisselen highfives uit. Rond het stadion, waar fans ook samen zijn gekomen, escaleert het feest later op de avond.

Op televisiebeelden zijn beelden te zien van aangestoken brandjes en het omvergeduwde auto’s. San Francisco zou een onrustige nacht tegemoet kunnen gaan. En steeds weer klinkt het ergens: „sweep, sweep, sweep.”